Pensioen is uitgesteld loon


Pensioen is uitgesteld loon waar iemand bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd in alle redelijkheid op moet kunnen rekenen. Iemand heeft tegen die tijd immers niet meer de mogelijkheid om zijn of haar inkomenspositie te veranderen. Gepensioneerden dienen niet met onterechte kortingen op hun pensioen geconfronteerd te worden. Deze kortingen zijn het gevolg van de rekenrente die het kabinet hanteert. Vergeleken met het buitenland is deze uitzonderlijk laag. Door die lage rekenrente moeten pensioenfondsen zich onnodig arm rekenen. De huidige rekenrente is volgens 50PLUS vooral een politieke keuze en niet noodzakelijk is om de pensioenen ook in de toekomst betaalbaar te houden, zoals het kabinet stelt.

50PLUS vindt dat er een strenger toezicht moet komen in de pensioensector omdat het verleden heeft geleerd dat op onverantwoorde wijze met de pensioengelden is omgegaan. Toen de bomen nog tot aan de hemel reikten besloten de pensioenfondsen onterecht tot de zogeheten premie holidays. Dat waren premiekortingen en soms zelfs een tijdelijke stop op het afdragen van pensioenpremies. Er werden zelfs terugstortingen gedaan aan bedrijven en rijksoverheid.

Pensioenfondsen hadden met de op komst zijnde vergrijzing als goed huisvader met de pensioengelden om moeten gaan zodat onterechte kortingen en achtergebleven indexeringen vermeden hadden kunnen worden. 

50PLUS vindt dat gepensioneerden evenveel inspraak dienen te hebben als deelnemers en werkgevers. Het oorspronkelijke wetsvoorstel D66/VVD kent gepensioneerden ten minste 25% van de zetels in het bestuur toe. In het afgezwakte aangenomen wetsvoorstel VVD/PVDA is dit echter maximaal 25%. Bovendien geldt dit maximum alleen voor gepensioneerden en niet voor de deelnemers. 50PLUS vindt dit onderscheid ongerechtvaardigd. Gepensioneerden, deelnemers en werkgevers dienen evenveel zeggenschap te hebben.

 

Het pensioenstelsel wankelt

Door de financiële crises zijn de buffers van pensioenfondsen uitgehold. Indexatie wordt al jaren nagelaten. Vakbonden en werkgevers zijn verantwoordelijk. Uit diverse onderzoeken blijkt dat er sprake was van ondeskundig bestuur, slecht beleggingsbeleid, onvoldoende inzicht in beleggingskosten, onjuist economisch risicomanagement en belabberde communicatie.

Vooral die communicatie ontaardt nu in misleiding. Pensioenbesparingen zijn in het verleden vaak gebruikt voor andere doeleinden. Daarnaast was er een ongefundeerd optimisme over te verwachten rendementen. Dat diezelfde sociale partners kiezen voor de vlucht naar voren in de vorm van het zogenaamde pensioenakkoord, heeft meer te maken met het krampachtig vasthouden aan de eigen machtpositie dan met het behouden van wat bekend stond als een van de beste pensioenstelsels ter wereld.

Nuance ver te zoeken
Soms is het zo dat een crisis mensen bij elkaar brengt. Helaas is bij de pensioendiscussie het omgekeerde het geval. Jongeren die in veel gevallen nog nooit een cent pensioenpremie hebben betaald, hebben een opmerkelijk offensief tegen ouderen ontketend. Daarbij spelen feiten nauwelijks een rol en is de nuance ver te zoeken. Ouderen zouden de pensioenfondsen leeg vreten ten koste van jongeren. Het is van belang te beklemtonen dat het vooral geen generatieconflict zou moeten worden. Ouderen willen niets liever dan dat hun kinderen en kleinkinderen gelukkig worden. Jongeren van nu hebben vaak niet eens in de gaten dat ouderen op een heel andere leeftijd al moesten beginnen te werken, dat hun kansen op onderwijs en scholing veel geringer waren, dat men gemiddeld heel wat meer dienstjaren maakte, men vele nu alom aanvaarde welvaartsproducten niet kende zoals buitenlandse vakanties, iPhones, auto’s en nog veel meer.

Daar komt nog eens bij dat de ouderen van nu bijna nooit iets van waarde konden erven van hun ouders.

De geschiedenis: in de jaren 80 en 90 waren de beleggingsresultaten van de pensioenfondsen enorm goed en groeiden de financiële bomen tot in de hemel. Premies werden verlaagd tot een minder dan kostendekkend niveau. De opbouw van buffers voor slechtere tijden werd nagelaten. Slecht risicomanagement heet dat tegenwoordig. Er zijn destijds beloftes gedaan. Een overheid moet zich altijd houden aan gemaakte afspraken.

De Nederlandse overheid echter besloot dat op de arbeidsmarkt ouderen plaats moesten maken voor jongeren. Er werden daarom regelingen ontworpen om ouderen te lozen. De aanzienlijke kosten werden voor zo’n 75% gedekt door inzet van hun eigen VUT-gelden, waarna er voor de werkgevers – waaronder de overheid – slechts een aanvulling van zo’n 25% nodig was. Goedkoper komt niemand van zijn personeel af. Naar de mening van ouderen werd in die periode nooit gevraagd. Gepensioneerden hadden zelf geen zeggenschap over het beheer van hun geld. Dat dit beleid volledig gefaald heeft, is nu helder. Voor elke vier ontslagen ouderen werd uiteindelijk slechts één jongere aangesteld. De overheid roofde vele miljarden uit de kas van het ABP in een tijd dat het nog wél goed ging. Dan mag je van diezelfde overheid verwachten dat ze nu wat terugdoet.

Ouderen achilleshiel van pensioenstelsel
Na 2000 ging het grondig mis. De toenmalige internetzeepbel gevolgd door de crises hebben de reserves van de pensioenfondsen volledig uitgeput. Dat is op zichzelf al uitermate problematisch. Maar gedurende al die jaren van slecht risicomanagement is er een nieuw probleem bijgekomen. Het deelnemersbestand van de pensioenfondsen is aanzienlijk verouderd. En dat is nu de achilleshiel van het hele stelsel geworden.

In principe was het Nederlandse pensioenstelsel heel robuust en toekomstbestendig. Zolang iedere generatie maar een kostendekkende premie betaalt. En een tweede voorwaarde is dat de middelen niet worden aangewend voor oneigenlijke doelen, zoals het aanvullen van tekorten op de staatsboekhouding.

Wat dan nog verstorend kan werken is het feit dat we met zijn allen in redelijke gezondheid ouder worden. Maar als het management van de fondsen op orde is, is dit ‘langlevenrisico’ beperkt en oplosbaar. Als aan normale voorwaarden van goed beheer voldaan wordt, is het stelsel op hoofdlijnen bestendig. De goede uitgangspositie is echter in de afgelopen decennia verspeeld.

Pensioenfondsen in onmogelijke spagaat
En waar staan we nu? De pensioenfondsen zitten, voor een belangrijk deel door eigen toedoen, in een spagaat. Met dekkingsgraden van 90% of lager kunnen zij zich niet, als Baron Von Münchhausen, aan de eigen haren uit het zelf geschapen financiële moeras tillen. Daarvoor is heel wat meer nodig, zoals een toenemend risicovol beleggingsbeleid.

Maar dat staat nu precies haaks op de noodzaak om in verband met de kortlopende verplichtingen die samenhangen met de toegenomen vergrijzing juist een terughoudend financieel beleid te voeren.

De jongeren van nu kunnen nog repareren. Ouderen hebben die gelegenheid niet meer. Je mag niet van ze verwachten dat ze een bijbaantje nemen. Toch zie je de eerste ouderen al die noodgedwongen een krantenwijkje gaan lopen. Geen wonder want het gemiddelde pensioen bij het ABP is ongeveer 750 euro bruto per maand, bij BPF/bouw ongeveer 635 bruto per maand en bij PMT(Metaal) 420 bruto per maand. Dat kun je geen vetpot noemen.

Maar er is een oplossing
Om te voorkomen dat jongeren en ouderen onnodig tegen elkaar worden uitgespeeld wordt het tijd voor een oplossing. In mijn ogen is die er. Pensioenfondsen hebben, ondanks de crisis, meer in kas dan ooit tevoren. Door de lage rentestand en het feit dat ze in het huidige financiële klimaat niet al te risicovol kunnen beleggen levert al dat geld minder op dan nodig. Jongeren hebben een bijna omgekeerd probleem. Ze willen graag starten op de huizenmarkt, maar bij banken vangen ze bot. De huizenprijzen zijn hoog, hypotheken zijn voor starters onbetaalbaar en het te lenen bedrag is vaak te karig om de koop te kunnen afsluiten. Laat de overheid aan pensioenfondsen toestemming geven zelf hypotheken te verstrekken aan startende jongeren. Dat zou kunnen met het kapitaal van de pensioenfondsen. Dat levert dan meer rente op dan de banken nu betalen. Omgekeerd kunnen jongeren genieten van een iets ruimer hypotheekbedrag tegen een lagere rente. Zo komt er meer geld binnen om pensioenen waardevast te houden en kunnen onze kinderen eindelijk beginnen aan een eigen huis. We helpen elkaar. De kunstmatige tegenstelling van belangen kan de prullenbak is.

Henk Krol

(In zijn toenmalige functie van vice-voorzitter van 50PLUS schreef Henk Krol deze bijdrage voor het Financieel Dagblad)