Foto: FreeImages

“Nederland heeft niet alleen veruit de beste pensioendekking ter wereld, maar we zijn ook nog eens stevig op de andere landen uitgelopen”, aldus Tweede Kamerlid Henk Krol en Eerste Kamerlid Martin van Rooijen in een brief aan staatssecretaris Klijnsma.

“Het verhaal van het kabinet dat ons pensioenstelsel er bijzonder slecht voor staat, moet met een heel flinke korrel zout genomen worden.” Dat schrijven lijsttrekker Henk Krol en kandidaat-Kamerlid en senator Martin van Rooijen in een persoonlijke brief aan staatssecretaris Jetta Klijnsma (PvdA) van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. “De mensen die na de oorlog ons pensioenstelsel hebben opgebouwd, worden in hun rechten gekort op basis van een fictief model”, aldus de twee politici van 50PLUS in de brief aan de bewindsvrouw, die u hieronder kunt lezen.

> Lees ook: ‘Absurde conclusie van Jetta Klijnsma’

50PLUS Logo

Geachte mevrouw Klijnsma,

Volgens de Global Pension Asset Study 2017 van het gerenommeerde bureau Willis Towers Watson had ons land in 2016 het hoogste pensioenvermogen in verhouding tot haar bruto binnenlands product (168%). Ons land werd daarbij op grote afstand gevolgd door Australië (126%), Zwitserland (123%) en de Verenigde Staten (121%). Bovendien liet het Nederlandse pensioenvermogen wereldwijd de grootste groei (33%) zien over het afgelopen decennium. De reden voor deze grote groei is tweeërlei. Ten eerste is het Nederlandse pensioenvermogen veel harder gestegen dan het Nederlandse bruto binnenlands product. De tweede reden is veel minder mooi. De afgelopen 10 jaar zijn de pensioenen in Nederland nauwelijks meer geïndexeerd en zelfs op grote schaal gekort. Dus meer inkomsten en minder uitgaven. Dan gaat het inderdaad hard.

Deze cijfers laten zien dat het verhaal van het kabinet dat ons pensioenstelsel er bijzonder slecht voor staat, wel met een heel flinke korrel zout moet worden genomen. Niet alleen hebben we veruit de beste pensioendekking ter wereld, maar we zijn ook nog eens stevig op de andere landen uitgelopen. Voor zover dat aan de mooie rendementen ligt, vinden wij dat uiteraard prima en een compliment aan de Nederlandse pensioenfondsen. Maar de bijdrage die in dit geheel van de gepensioneerden is gevraagd, vinden wij buiten elke proportie en, gelet op de cijfers, ook geheel onnodig. De mensen die na de oorlog ons pensioenstelsel hebben opgebouwd, worden nu in hun rechten gekort op basis van een fictief model.

Waarom een fictief model? Omdat het kabinet er sinds 2006 vanuit gaat dat het toekomstig rendement van pensioenfondsen gelijk is aan de rente op Noord-Europese staatsobligaties. En omdat de rente fors is gedaald, mede dankzij de ECB, veronderstelt het kabinet dat het verdienvermogen van de Nederlandse pensioenfondsen evenzeer fors is gedaald. Momenteel verwacht het kabinet dat de pensioenfondsen op lange termijn een rendement maken van omstreeks 1%. Bij zulke lage toekomstverwachtingen is het geen wonder dat de financiële positie van de pensioenfondsen er op papier zo slecht uit zien. Maar de realiteit laat, met de cijfers van Willis Towers Watson, een heel ander beeld zien. Daar zijn de Nederlandse pensioenfondsen de rijkste ter wereld en heeft er nog nooit zoveel geld in de fondsen gezeten als momenteel het geval is. En toch worden miljoenen Nederlandse pensioenen niet voor de inflatie aangepast, terwijl er zelfs nog steeds kortingen dreigen.

Die kortingen vloeien direct voort uit de rekenmethode van het kabinet. Want het probleem is dat door de gedaalde rente de pensioenverplichtingen van jongeren zeer fors zijn gestegen. Immers die verplichtingen lopen veel langer en zijn dus veel gevoeliger voor aanpassingen in het toekomstige, door het kabinet bepaalde fictieve rendement. Om nu deze stijging van deze verplichtingen op te vangen, is een fors deel, schattingen liggen rond de 150 miljard, van de pensioenaanspraken van de ouderen overgedragen. Dit heeft nooit de publiciteit gehaald. Vreemd genoeg wordt er nog steeds beweerd dat de ouderen zeer van ons stelsel profiteren, en dat jongeren voor ouderen betalen.

Om deze overdracht wat te verminderen, is door onze partij voorgesteld een zekere tijdelijke bodem in de rekenrente c.q. het fictieve rendement te leggen. Daarover heeft het CPB recent een aantal berekeningen uitgebracht. Daaruit blijkt dat de effecten van een tijdelijke bodem in de rekenrente beperkt zijn, maar dat langdurige beperkingen grote effecten kunnen hebben. Deze uitkomsten verrassen ons niet (de conclusies overigens wel!) en bevestigen alleen maar het bovenstaande beeld. De effecten van een korte adempauze zijn gering, maar die van een langere bijstelling zijn aanmerkelijk groter. Dat laatste werpt uiteraard de tegengestelde vraag op. Als een zekere opwaartse aanpassing van de rente zoveel effect heeft voor de jongeren, hoeveel effect heeft dan de gedaalde rente op de pensioenaanspraken van de ouderen gehad? Sinds de invoering van de pensioenwet in 2006?

Wij zouden dat wel eens graag willen weten. Want wij zijn het niet met de heer Lever van het CPB eens dat een dergelijke verschuiving van ouderen naar jongeren nu eenmaal de consequentie is van een collectief pensioenstelsel. Wij zijn zeer voor een goed collectief pensioenstelsel waarin iedereen bijdraagt: ouderen en jongeren. Maar de opgelegde kortingen voor ouderen vloeien niet voort uit ons collectieve stelsel, maar zijn rechtstreeks het gevolg van de invoering van de nieuwe rekenrente systematiek in 2006. Dus vragen wij het kabinet met klem om nog voor de verkiezingen duidelijk te maken hoezeer de pensioenaanspraken c.q. verplichtingen van de verschillende leeftijdsklassen in onze pensioenfondsen zijn gewijzigd als gevolg van de gedaalde rekenrente sinds eind 2006. Want alleen dan kunnen wij echt zien hoezeer de rekenrente heeft geleid tot een herverdeling vermogen in ons pensioenstelsel. Naar onze mening moet dit nu maar eens helder worden. Niet alleen voor dit moment, maar ook wanneer er verder gesproken gaat worden over een fundamentele verandering van ons pensioenstelsel. Ook dan moeten we absoluut weten wat er de afgelopen 10 jaar is gebeurd.

Met vriendelijke groet,

Henk Krol, fractievoorzitter 50PLUS Tweede Kamer

Martin van Rooijen, senator 50PLUS Eerste Kamer


© 3 februari 2017

word lid

Inschrijven Nieuwsbrief

E-mail adres:

voornaam:

achternaam:


Wilt u op de hoogte blijven?

Close

Like ons dan op Facebook!