In juni vonden er in de Tweede Kamer een rondetafelgesprek en een debat plaats over afbouwmedicatie. 50PLUS vroeg om het rondetafelgesprek. “Ik wil duidelijkheid over de vergoeding van afbouwmedicatie door de zorgverzekeraars”, aldus Kamerlid Simon Geleijnse. “Stap uit de vicieuze cirkel en stop met het van het kastje naar de muur sturen.”

Taperingstrips Afbouwmedicatie rapporten

Op 20 juni werd in de Tweede Kamer een rondetafelgesprek over afbouwmedicatie gehouden. Kamerlid Simon Geleijnse van 50PLUS had om zo’n gesprek met onder meer (ervarings)deskundigen en zorgverzekeraars gevraagd. Afbouwmedicatie – verpakt in taperingstrips – is nodig om bijvoorbeeld antidepressiva af te bouwen. Ook het afbouwen van slaap- en kalmeringsmiddelen, sterke pijnstillers en anti-epileptica kan met taperingstrips.

Niet vergoed

Afbouwmedicatie wordt niet (meer) standaard vergoed door zorgverzekeraars. “Tot in 2016 werden die taperingstrips nog wel door enkele verzekeraars vergoed, uit coulance. Maar inmiddels is dit niet meer het geval”, vertelt Simon Geleijnse. “Dat komt onder meer doordat er onduidelijkheid is over wetenschappelijk bewijs of deze afbouwmedicatie wel echt werkt.”

Onduidelijkheid troef

Om voor iedereen duidelijkheid te krijgen vroeg 50PLUS om een rondetafelgesprek over afbouwmedicatie. Aan het informatieve gesprek namen zeven experts en ervaringsdeskundigen deel. De hartenkreet van voorzitter Pauline Dinkelberg van de Vereniging Afbouwmedicatie was dat zorgverzekeraars veel beloven, maar niets doen. “Onduidelijkheid is troef”, zei ze en ze schetste enkele van de gevolgen van afbouwen van medicatie: “Ontrekkingsverschijnselen, van mild – zoals griepachtige klachten – tot zeer ernstig, zoals agressie en zelfs suïcide. Er is een grote kans dat patiënt niet kan stoppen en teruggrijpt naar oude medicijn en dosis. Dat teruggrijpen naar de oude medicijnen noem ik bepaald geen gezondheidszórg!” Dinkelberg adviseerde de minister de wedstrijd écht te fluiten: “Neem de regie in handen!”

Positieve houding

Arjan de Kwant van zorgverzekeraar DSW vertelde dat zijn verzekeraar voorstander is van zo veel mogelijk ondersteuning bieden aan patiënten om hun antidepressiva te stoppen als er geen medische indicatie meer is om deze nog te gebruiken. Dat is een positieve houding, die afwijkt van die van de meeste andere zorgverzekeraars. Onderzoeker Peter Groot van de Universiteit Maastricht memoreerde dat het probleem al tientallen jaren bestaat: “Patiënten laten al vele jaren weten dat ze tegen grote problemen aanlopen als ze met medicijnen zoals antidepressiva proberen te stoppen, maar aan hun meldingen werd vanuit de medische wetenschap heel lang ten onrechte weinig aandacht besteed”.

Niet te voorspellen

Hoogleraar Psychiatrie Jim van Os van UMC Utrecht vindt dat het afbouwen altijd een samenspel hoort te zijn tussen patiënt en professional. “Er is brede consensus dat, om patiënten te helpen met afbouwen van antidepressiva, het nodig is dat patiënten in staat worden gesteld om af te bouwen in het tempo dat hen het beste ligt. Daarvoor is het nodig dat mensen de beschikking hebben over kleine doseringen, die echter commercieel niet te krijgen zijn. Hoe lang iemand nodig gaat hebben om af te bouwen is niet te voorspellen, net zoals na veertig jaar intensief onderzoek niet te voorspellen is wie wel en wie niet gunstig gaat reageren op een antidepressivum. Het is persoonlijk, en daardoor niet in traditioneel onderzoek vast te stellen met ‘criteria’ of ‘richtlijnen’. Het is trial and error.”

Allerlei drogredenen

Jan-Pieter Dupon van de Regenboogapotheek waarschuwde dat zolang de zorgverzekeraars niets vergoeden de patiënten de afbouwmedicatie zelf moeten betalen en mensen afzien van de nodige zorg en onnodig medicatie gebruiken. “Zorgverzekeraars stellen allerlei drogredenen om niet te vergoeden en voeren zelfs argumenten aan die gezondheidsrisico’s meebrengen. Zo wordt er gesteld dat men met vloeibare toedieningsvormen moet werken, terwijl dit als zeer risicovol wordt beschreven en dus wordt afgeraden.”

Niet alleen voor ‘happy few’

Bart Groeneweg van MIND, het Landelijk Platform Psychische Gezondheid, benadrukte dat iedereen de mogelijkheid moet hebben om verantwoord te kunnen afbouwen. “Zonder dat daarvoor extra voor moet worden betaald. Dat laatste kan niet alleen voor de ‘happy few’ zo zijn, of voor degenen die toevallig een verzekering hebben afgesloten die dit wel vergoedt.” Jim Terwiel van Zorginstituut Nederland vindt dat er in principe geen sprake is van onduidelijkheid over afbouwmedicatie. “De partijen die in eerste instantie over de juiste zorg bij de afbouw van antidepressiva gaan, hebben dit immers beschreven in een multidisciplinair document. Doel van dit document was duidelijkheid scheppen over verantwoorde afbouw. Het Zorginstituut heeft vernomen dat de opstellers van het multidisciplinaire document van plan zijn dit document verder te ontwikkelen tot onderdeel van een richtlijn. Daarnaast geven de opstellers van het multidisciplinair document aan dat het van belang is de ervaringen met de in dit document voorgestelde afbouwschema’s te bundelen en te onderzoeken.”

Stap uit vicieuze cirkel

“Het zorgvuldig afbouwen van het gebruik van verslavende geneesmiddelen is van groot belang voor vele duizenden patiënten”, constateert Kamerlid Simon Geleijnse na het rondetafelgesprek, in een debat op 26 juni over deze problematiek. “Patiënten, jong en oud, worstelen hier vaak mee. Omdat er 9 van de 10 keer geen vergoeding is vanuit het basispakket gaan patiënten zelf aan de slag met het delen van een pilletje of het tellen van korreltjes die in een capsule zitten. Met alle gevaren van dien. De geneesmiddelen op zich vergoeden we uit het basispakket, waarom vergoeden we dan het afbouwen van deze geneesmiddelen ook niet uit het basispakket? Stap uit de vicieuze cirkel, stop met het van het kastje naar de muur sturen en geef duidelijkheid aan al die patiënten is de oproep van 50PLUS aan deze minister. Vergoed deze afbouwmedicatie!”

Wetenschappelijk bewijs

De minister verschuilt zich achter zijn standpunt dat hij alleen rationele farmacotherapie wil vergoeden, stelt het Kamerlid van 50PLUS. “Maar komt er ooit een moment dat we het afbouwen hieronder kunnen scharen? Komt er ooit voldoende bewijs?” Tijdens het rondetafelgesprek stelden wetenschappers dat het gewenste wetenschappelijke bewijs er vermoedelijk nooit zal komen. Iedere patiënt is namelijk anders, afbouw moet geleidelijk gaan in een tempo dat passend is voor een patiënt, in samenspraak met de behandelaar. “De minister wacht op de resultaten van onder andere de OPERA-studie, maar de vraag hoe patiënten het beste geholpen kunnen worden om af te bouwen wordt niet onderzocht. Als verder wetenschappelijk onderzoek geen verlossend antwoord zal geven, wat is er dan wel nodig volgens de minister? Is het op korte termijn nader uitwerken van het multidisciplinair document een oplossingsrichting? Is hij bereid de relevante partijen op korte termijn daartoe uit te nodigen of te stimuleren tot een gesprek? Is de minister bereid een tussenoplossing te creëren om de lijn van verzekeraar DSW te volgen?”, vroeg Tweede Kamerlid Simon Geleijnse.

In gesprek

Minister Bruins van Medische Zorg liet weten niet bereid te zijn de lijn van zorgverzekeraar DSW – het zo veel mogelijk financieel ondersteunen van patiënten die met hun antidepressiva gaan stoppen – te volgen. Wel gaat het ministerie in gesprek met alle partijen die het multidisciplinair document hebben opgesteld. De bewindsman zei zelf een rondetafelgesprek te gaan organiseren. Ook hij wil toe naar afronding van dit dossier. “Het is een kleine stap in – hopelijk – de goede richting”, oordeelde Kamerlid Simon Geleijnse.

© 26 juni 2019