Corrie van BrenkCorrie van Brenk van 50PLUS wil het naadje van de kous weten als het gaat over armoede onder ouderen in Nederland.

Vorige week hield de Commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid op initiatief van Kamerlid Corrie van Brenk (foto) een rondetafelgesprek met deskundigen en ervaringsdeskundigen. Veel ouderen die moeten rondkomen van alleen AOW of van AOW met een heel klein aanvullend pensioentje kunnen de eindjes nauwelijks nog aan elkaar knopen. Echt problematisch wordt het als deze ouderen ook nog eens moeten verhuizen naar aangepaste woonruimte. Dan krijgen ze vaak te maken met hoge woonlasten en/of zorgkosten, zo bleek tijdens de bijeenkomst.

Omdat deskundigen elkaar soms op onderdelen tegenspreken, heeft Corrie nu een lijst van maar liefst 32 vragen gesteld aan staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De complete lijst vragen van Corrie van Brenk aan staatssecretaris Van Ark treft u hieronder aan; we houden u vanzelfsprekend op de hoogte van de antwoorden.

Lees ook: Kwetsbare oudere leeft hier in bittere armoede

Vragen van het lid van Brenk (50PLUS) aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en werkgelegenheid over gepensioneerden met een lager inkomen, die arm zijn of moeilijk rond kunnen komen:

1. Kunt u een zo actueel en volledig mogelijk getalsmatig beeld geven van het vóórkomen van armoede en (mogelijke)  financiële nood onder ouderen en gepensioneerden met een laag inkomen? Kunt u dit beeld uitsplitsen voor de leeftijdscohorten van 55-65 jaar, 65-75 jaar en 75 jaar en ouder?

2. Heeft u een verklaring voor het feit dat één derde van alle gepensioneerden, 53% van de gepensioneerden met een netto huishoudinkomen van maximaal € 2000, en 61% van de huishoudens met alléén een AOW-uitkering, moeite heeft om rond te komen ? Zo niet, bent u bereid te laten onderzoeken waarom in totaal circa één miljoen gepensioneerden moeite hebben rond te komen?

3. Onderschrijft u de uitspraak van Nibud, dat een inkomen dat alléén bestaat uit een AOW-uitkering, ‘niet als voldoende wordt gezien’? Wat is daarvan de oorzaak? Kunt u uw antwoord motiveren?

4. In hoeverre heeft de AOW-uitkering de afgelopen 20 jaar de welvaartsontwikkeling (groei van het bruto binnenlands product bbp) gevolgd? Hoe hebben de vaste (woon)lasten en de lokale lasten zich (macro)  in deze zelfde periode ontwikkeld? Kan dit alles weergegeven worden in één grafiek ?

5. Deelt u de visie van Nibud, dat gepensioneerden met lagere inkomens veel minder ruimte hebben om (hoge) zorguitgaven op te vangen, en dat de eigen betalingen aan zorg voor gepensioneerden met lagere inkomens (grotendeels) vergoed moeten worden en blijven?

6. Bent u van mening, dat met het onderzoek dat Nibud jaarlijks doet voor een tiental gemeenten, voldoende duidelijkheid bestaat over het effect dat de gecombineerde landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen hebben op de positie van (ouderen)-huishoudens met een laag inkomen? Kunt u uw antwoord motiveren?

7.  Vindt u het acceptabel dat een alleenstaande gepensioneerde met een besteedbaar inkomen van € 1500 Euro gemiddeld 29% van zijn inkomen kwijt is aan huur/hypotheek, terwijl een jongere alleenstaande met € 2000 hier gemiddeld 22% van zijn inkomen aan kwijt is? Kunt u uw antwoord motiveren?

8. Vindt u het te billijken dat gepensioneerden met een laag inkomen een groter deel van hun inkomsten kwijt zijn aan noodzakelijke uitgaven, zoals de woonlasten en voeding ? Kunt u uw antwoord toelichten?

9. Erkent u dat in bepaalde categorieën  woon- / zorg situaties de AOW als basisvoorziening  inclusief mogelijke gemeentelijke voorzieningen en –aanvullingen, in de praktijk tóch nog ruim onvoldoende kunnen zijn? Zo ja, hoe moeten deze mensen – kijkend naar enkele door KBO-Brabant gepresenteerde niet sluitende voorbeeldbegrotingen  - de eindjes aan elkaar knopen, als het vangnet van overheden tekort schiet? Wat gaat u doen om dit soort gevallen te helpen?

10. Bent u bereid te onderzoeken hoe groot deze betreffende groep gepensioneerden is? Bent u bereid te analyseren voor welke categorieën gepensioneerden de AOW als basisvoorziening – inclusief gemeentelijke regelingen – onvoldoende kan zijn, na te gaan om hoeveel mensen het gaat, en indien nodig passende maatregelen te nemen om deze groepen tegemoet te komen?

11. Bent u van mening de lokale overheid er in voldoende mate kan zijn, en is voor (oudere) inwoners, om aanvullend maatwerk toe te passen waar dat nodig is ?

12. Kan gesteld worden dat (bepaalde) onvermijdbare uitgaven (voor zorg en wonen) alléén te bekostigen zijn voor mensen met alléén een AOW-uitkering, als sprake is van voldoende ondersteuning door de gemeente ? Bestaat er zekerheid dat alle gemeenten die toereikende inkomensondersteuning ook daadwerkelijk (kunnen) bieden? Kunt u uw antwoord motiveren?

13. Deelt u de mening van gemeenten dat kwijtschelding van gemeentelijke belasting een belangrijk instrument is in de gezamenlijke strijd tegen armoede, en het voorkomen van schulden ?

14. Is u bekend dat gemeenten géén belasting van mensen met lage inkomens mogen kwijtschelden als er  spaargeld van enige betekenis is, en dat daardoor ontmoedigd wordt dat mensen die het al krap hebben een buffertje opbouwen voor tegenvallers, of geld opzij kunnen zetten voor een fatsoenlijke begrafenis ?  Vindt u dit moreel te verantwoorden? Kunt u uw antwoord motiveren?

15. Is u bekend dat de gemeente Helmond normen hanteert voor kwijtschelding die hoger zijn dan het netto bedrag van de AOW? Wat vindt u ervan, de deze gemeente kennelijk oordeelt dat de AOW-uitkering niet toereikend is om óók de gemeentelijke lasten te dragen? Dient de hoogte van de AOW-uitkering niet aangepast te worden, zodat álle gebruikelijke vaste lasten, waaronder gemeentelijke lasten, gewoon gedragen kunnen worden door de AOW-gerechtigde? 

16. Is het waar, dat verruiming van de vermogensnorm voor het kwijtschelden van gemeentelijke belastingen al sinds 2011 in principe wettelijk mogelijk is, maar niet geëffectueerd is, omdat géén ‘nadere regels’ zijn gesteld om gemeentelijke overheden de bevoegdheid te geven om bij het uitvoeren van de vermogenstoets uit te gaan van maximaal de vermogensnorm in de Participatiewet? Bent u alsnog bereid samen met de minister van Binnenlandse Zaken deze nadere regels te stellen, zoals de Grote Steden, Nibud en de Landelijke organisatie Sociaal raadslieden vragen? Zo niet, waarom niet?

17. Bent u bereid de vermogensnorm  (thans: € 992 voor alleenstaanden en € 1.417 voor echtparen) in ieder geval  fors te verruimen? Zo niet, waarom niet?

18. Bent u eens, dat een overkoepelend betrouwbaar beeld van de toereikendheid van (aanvullende) gemeentelijke minimavoorzieningen (voor ouderen) ontbreekt? Bent u bereid de effectiviteit van gemeentelijk beleid, bedoeld om via maatwerk (ouderen)huishoudens te ondersteunen die te maken hebben met hogere uitgaven in samenspraak met de VNG beter, en structureel in beeld te brengen ?

19. Kunt u puntsgewijs grondig ingaan op de zeven aandachtspunten met toelichtingen, die KBO-Brabant noemt met betrekking tot ouderen met een laag inkomen, die niet uitkomen met hun AOW ?

20. Bent u bereid de concrete suggesties van KBO-PCOB om armoede en financiële krapte bij ouderen en gepensioneerden met een laag inkomen terug te dringen, over te nemen, te weten:1. Beleid voor oudere werklozen (leven lang ontwikkelen; aanpak vooroordelen en tekortschietende investeringsbereidheid van werkgevers in oudere werknemers) 2. Handhaven van de leeftijdsgrens van 60 jaar voor de IOW, en verder continueren van de regeling; 3. Extra middelen voor armoedebestrijding, óók voor 55-plussers; 4. Terugdringing van zorgkosten; en 5. Goede voorlichting over beschikbaarheid van bestaande toeslagen en minima-regelingen? Kunt u ingaan op de individuele suggesties van KBO-PCOB?

21. Erkent u dat de groep 50-plussers die werkloos raakt , aangewezen is op een IOAW-uitkering, en een partner heeft met een klein inkomen of een uitkering, grote kans heeft om door de ‘partnertoets’ in financiële problemen te komen? Erkent u dat dit probleem alléén nog maar groter zal worden als de betreffende werkloze 50-plussers na 1 januari 2020 niet meer in aanmerking komen voor de IOAW, maar aangewezen raken op de bijstand, die in tegenstelling tot de IOAW óók een vermogenstoets kent? Wat gaat u doen om deze kwetsbare groep ouderen tegemoet te komen en te beschermen tegen een mogelijk grote inkomensval?

22. Vindt u dat werkloze 50-plussers de extra bescherming van de IOAW wegens de relatief slechte arbeidsmarktsituatie van ouderen, niet meer nodig hebben? Kunt u uw antwoord motiveren?

23. Bent u eens met vragensteller dat het louter kijken naar het ‘sluitend zijn’ voorbeeldbegrotingen van Nibud géén antwoord kan geven op de vraag in hoeverre de 175.000 gepensioneerde huishoudens die een AOW-uitkering ontvangen met een aanvullend pensioen van minder dan  € 1000, kunnen rond komen, zeker in specifieke woon- , leef-, en zorgomstandigheden, zoals genoemd in de vragen hierboven?

24. Bent u met vragensteller eens, dat er méér voorkomende woon-, leef- en zorgsituaties zijn waarin mensen met een AOW-uitkering, zonder aanvullend pensioen, of met een klein aanvullend pensioen, óók niet kunnen uitkomen als zij “kritisch kijken naar de maandelijkse inkomsten en uitgaven (bijvoorbeeld vaste afschrijvingen aan abonnementen, verzekeringen etc).”?

25. Kunt u onderschrijven  dat de 325.000 55-plussers met een migratiegrond financieel één van de meest kwetsbare groepen in de Nederlandse samenleving vormen, en dat 16% van de niet-westerse migranten in armoede leeft, en dat van de niet-westerse migranten- 65-plussers ruim 40% ónder de armoedegrens leeft? Vindt u dit sociaal aanvaardbaar? Kunt u uw antwoord motiveren?

26. Bent u bereid de relatief grote armoede onder mensen met een migratiegrond substantieel terug te dringen, en kunt u ingaan op de concrete suggesties die de Nederlandse Organisaties voor Oudere Migranten (NOOM) hiervoor doen ?

27. Bent u met indiener eens dat de suppletie van een onvolledige AOW-uitkering met een AIO-uitkering (slechts tot bijstandsniveau), met toepassing van de kostendelersnorm, de kans op armoede, vooral voor mensen met een migratieachtergrond, vergroot en niet bijdraagt tot het verlenen van mantelzorg, en het langer thuis blijven wonen van betreffende ouderen? Zo niet, hoe vindt u dit alles sociaal te rechtvaardigen?  

28. Bent u bereid actief en gericht te bevorderen, dat migranten ouderen méér gebruik gaan maken van beschikbare regelingen om het inkomen te ondersteunen teneinde onderbenuttingen van regelingen en voorzieningen tegen te gaan?

29. Wat gaat u nu en in de nabije toekomst doen om het AOW-gat, dat mede oorzaak is van financiële krapte bij gepensioneerden, te repareren?

30. Deelt u de visie van Nibud , dat wij – ter voorkoming van armoede onder ouderen -  er zeker voor moeten zorgen dat ook zelfstandigen automatisch geld opzij (blijven) zetten als aanvulling op de AOW? Zo ja, hoe gaat u dit bevorderen?

31. Deelt u de visie van Nibud dat (alle) werkenden standaard pensioen zouden moeten opbouwen, en dat hier alléén van afgeweken zou moeten kunnen worden als men kan aantonen na pensionering voldoende inkomen te hebben voor álle uitgaven? Zo u deze visie niet deelt, waarom niet?  

32. Wanneer is de toereikendheid van het sociaal minimum en het geheel van generieke en lokale inkomensondersteunende regelingen voor het laatst systeembreed geëvalueerd? Bent u bereid het Wettelijk Minimumloon (WML) waaraan onder meer de AOW gekoppeld is, en het daarvan afgeleide sociaal minimum, en de toereikendheid daarvan te evalueren? Zo niet waarom niet? Zo u hier wél toe bereid bent, wanneer en hoe gaat u dit doen?

© 11 juni 2019