Foto: FreeImages, Davide Guglielmo

Pensioenfondsen kunnen hun financiële gezondheid (dekkingsgraad) moeiteloos berekenen met een rente van minimaal rendement van 2 procent. Hierdoor kan een dreigende verlaging van de aanvullende pensioenen worden voorkomen.

Dit is de strekking van een initiatiefwetsvoorstel van 50PLUS. 50PLUS staat niet alleen in deze opvatting. Volgens hoofdeconoom Han de Jong van ABN Amro staan pensioenfondsen er veel beter voor dan wordt beweerd en is de rekenrente van 1,2 procent in feite veel te laag.

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, belast met het voorbereidend onderzoek naar het initiatiefwetsvoorstel van 50PLUS, heeft verslag uitgebracht van haar bevindingen.
LEES HET VERSLAG HIER


Kunstmatig lage ‘rekenrente’  

Op dit moment moeten de pensioenfondsen van de Nederlandsche Bank hun verplichtingen waarderen tegen een kunstmatig lage ‘marktrente’ van 1,2 procent, terwijl er in werkelijkheid rendementen van 5 tot 7 procent worden geboekt. Door de kunstmatig lagere rekenrente kunnen de pensioenfondsen gedwongen worden de pensioenuitkeringen en de al opgebouwde aanspraken van nog werkende deelnemers blijvend te verlagen. Volgens 50PLUS is dat een absurde ontwikkeling.


Geen ongewenste herverdeling

50PLUS wil met haar wetsvoorstel de pensioenfondsen in staat stellen hun dekkingsgraad te berekenen met een rente van minimaal 2 procent zolang de Europese Centrale Bank (ECB) de rente kunstmatig laag houdt. Deze uitzondering zou volgens het wetsvoorstel (Wet aanpassing disconteringsvoet) maximaal 5 jaar mogen duren. Berekeningen van het Centraal Planbureau tonen aan dat een bodemrente van 2 procent, mits tijdelijk gebruikt, niet tot ongewenste herverdeling tussen generaties leidt.


Dekkingsgraden

Het eerste gevolg van de door 50PLUS voorgestelde maatregel is dat de dekkingsgraden van de meeste pensioenfondsen boven het vereiste minimumniveau komen te liggen, waardoor korting op de uitkeringen van gepensioneerden en op de pensioenaanspraken van werkenden niet nodig is. Sommige pensioenfondsen zullen hun dekkingsgraad zelfs zien stijgen boven de 110 procent, waarmee ook een gedeeltelijke indexatie (aanpassing aan de gestegen lonen en prijzen) mogelijk wordt.


ECB-beleid

Pensioenfondsen moeten volgens de Pensioenwet hun dekkingsgraad berekenen met de risicovrije marktrente. Door de grootschalige opkoop van obligaties door de Europese Centrale Bank (ECB) – tot een bedrag van 60 miljard euro per maand – kan niet meer worden gesproken van een rente die tot stand is gekomen op een vrije markt. Het ingrijpen van de ECB leidt ertoe dat de vrije marktrente kunstmatig laag is. Daardoor blijft de dekkingsgraad van veel pensioenfondsen onder het vereiste niveau. Door het ECB-beleid zijn de pensioenfondsen gedwongen te snijden in zowel de uitkeringen van gepensioneerden als in de al opgebouwde aanspraken van de nog werkende deelnemers (‘korten’).


Koopkracht

Het tijdelijk beleid van de ECB kan de pensioenen langdurig aantasten. Tweede Kamerlid Henk Krol heeft zijn wetsvoorstel ingediend om te voorkomen dat veel deelnemers van pensioenfondsen en gepensioneerden permanent in koopkracht achteruitgaan door het ECB-beleid dat slechts tijdelijk van aard is.


Jaar na jaar terug

Henk Krol: “Het ingrijpen van de ECB is tijdelijk. De gevolgen van dat beleid voor de hoogte van de pensioenen werken nog heel lang door. Voor zowel actieve deelnemers als voor reeds gepensioneerden blijven de eenmaal doorgevoerde kortingen jaar na jaar terugkomen. De gepensioneerden merken dat meteen in hun uitkering. De nog werkenden ervaren de lagere koopkracht pas na hun pensionering. Met ons wetsvoorstel voorkomen we, dat grote groepen mensen te maken krijgen met lagere pensioenen dan verwacht als de pensioenpotten allang weer uitpuilen.”

> Bekijk hier het officiële initiatiefwetsvoorstel van 50PLUS
> Memorie van Toelichting
> Advies Raad van State

© 9 maart 2017

Wilt u op de hoogte blijven?

Close

Like ons dan op Facebook!