Tekening: Hanneke van Os

De Nederlandse Bank eist van pensioenfondsen dat ze voortdurend gaan waarschuwen voor eventuele kortingen op de pensioenen in 2020/2021. Die verplichte kortingswaarschuwingen zijn enkel en alleen het gevolg van de strenge rekenregels, het Financieel Toetsingskader (FTK). 50PLUS doopt het FTK daarom om tot Financiële Toekomst Kapot.

Als pensioenfondsen straks het Minimaal Vereiste Eigen Vermogen (MVEV) van 104,6 procent moeten halen, dreigen in 2020 en 2021 pensioenkortingen. De Nederlandse Bank (DNB) eist van de pensioenfondsen dat ze vanaf nu voortdurend kortingswaarschuwingen moeten geven. Dat zal het vertrouwen in het pensioenstelsel alleen doen maar afnemen. “Die korting – die eventueel kan gelden voor 8 miljoen deelnemers, inclusief voor 2 miljoen gepensioneerden – is alléén het gevolg van het FTK, het Financieel Toetsingskader”, zegt Kamerlid Martin van Rooijen. “Daarom noemen wij het: Financiële Toekomst Kapot.” 


Jong versus oud

In het debat over pensioenen hield Martin van Rooijen staatssecretaris Klijnsma voor dat zij op een oneigenlijke manier jong en oud tegenover elkaar zet. Het Kamerlid wees daarbij naar een reactie van de PvdA-bewindsvrouw op de CPB-notitie ‘Effecten van bodem in rekenrente voor pensioenfondsen’. Klijnsma reageerde namelijk op deze notitie met de woorden: “Zoals het Centraal Planbureau laat zien leidt het verhogen van de rekenrente ertoe dat een deel van het pensioenvermogen dat nu is gereserveerd voor de financiering van het toekomstig pensioen van jongeren op de korte termijn gebruikt kan worden voor de indexatie van het pensioen”.

Martin van Rooijen vond deze opmerking van Klijnsma over jong versus oud uiterst opmerkelijk omdat het CPB juist aangaf dat ‘invoering van een bodem van 2 procent gedurende vijf jaar beperkte generatie-effecten’ heeft.

 

Een typefout?

Over het initiatiefwetsvoorstel van 50PLUS – dat pleit voor een bodem van 2 procent als rente voor het berekenen van de financiële gezondheid van pensioenfondsen – schrijft het CPB dat het ongunstig is voor mensen ‘geboren na 2012, doordat zij instromen in een fonds met minder vermogen dan zonder aanpassing van de rekenrente’. “Wij dachten dat hier een typefout was gemaakt”, zei Martin van Rooijen. “Maar het CPB meent serieus dat kinderen van vijf jaar en jonger de dupe zouden kunnen zijn van een bodem van 2 procent.” •••

 

► De volledige inbreng van Kamerlid Martin van Rooijen bij het debat met staatssecretaris Klijnsma over onze pensioenen:

“Wij vragen vandaag speciale aandacht voor de agendapunten ‘Financiële positie pensioenfondsen’ en ‘generatie-effecten van het verhogen van de rekenrente voor pensioenfondsen’. Het CPB heeft vorige week ook een analyse vrijgegeven over de gevolgen van het ECB-ingrijpen op de rente curves. Ik citeer: ‘Empirisch onderzoek laat zien dat de aankondiging van kwantitatieve verruiming in het eurogebied het rendement op 10-jaars staatsobligaties met 1% -punt heeft verlaagd’. De Nederlandsche Bank gaat nog iets verder en stelt: ‘Schattingen voor de impact van de onconventionele monetaire maatregelen – ik herhaal, - onconventionele maatregelen, op de daling van de nominale lange rente in het eurogebied lopen uiteen van circa 80 tot 150 basispunten”. Vandaar ook ons initiatief voorstel met een tijdelijke bodem van 2%.

Wij hebben met buitengewone belangstelling kennisgenomen van de CPB notitie ‘Effecten van bodem in rekenrente voor pensioenfondsen’. Wij waren niet enthousiast over de inhoud van deze notitie en wellicht nog minder over het begeleidende schrijven van staatssecretaris Klijnsma. De staatssecretaris zet op een oneigenlijke wijze jong en oud weer tegenover elkaar door een verkorte en onjuiste samenvatting te geven van de conclusies uit de CPB notitie. Wij citeren de staatssecretaris:

‘Zoals het CPB laat zien, leidt het verhogen van de rekenrente ertoe dat een deel van het pensioenvermogen dat nu is gereserveerd voor de financiering van het toekomstig pensioen van jongeren, op de korte termijn gebruikt kan worden voor de indexatie van het pensioen.’

Dat is een opmerkelijke conclusie omdat het CPB al in de samenvatting op pagina 1 vaststelt: ‘Invoering van een bodem van 2 procent gedurende vijf jaar heeft beperkte generatie-effecten.’ Graag een reactie van de staatssecretaris.

Maar dat is nog niet alles. Op pagina 3 schrijft het CPB: ‘Als fondsen na een rentestijging wel een dekkingsgraad boven 100 procent hebben, dan kunnen zij veelal slechts gedeeltelijk indexeren volgens de regels voor bestendige indexatie.’ En op pagina 7 staat: De generatie effecten van een tijdelijke bodem van 4% liggen bij deze scenario’s tussen de +2% en -2%. De generatie-effecten van een tijdelijke of permanente bodem van 2% zijn bij deze scenario’s gering.’

Wij zijn op zijn zachtst gezegd zeer teleurgesteld dat deze nuances niet terug te vinden zijn in het begeleidende schrijven van de staatssecretaris. Helaas hebben wij geen nadere duiding van de kant van het kabinet mogen zien, dus ik vraag de staatssecretaris vriendelijk doch dringend om hier op terug te komen. En dat geldt overigens ook voor de opmerking van het CPB op pagina 7:

‘De maatregel is bij continuïteit ongunstig voor cohorten geboren na 2012, doordat zij instromen in een fonds met minder vermogen dan zonder aanpassing van de rekenrente.’

Wij dachten dat hier een typefout was gemaakt, maar het CPB meent serieus dat kinderen van vijf en jonger de dupe zouden kunnen zijn van een bodem van 2 procent, ‘doordat zij instromen in een fonds met een minder vermogen’. Zo bezien zou elke uitkering ook ten koste gaan van een toekomstige generatie. Wat het CPB echter niet vermeldt is dat de gehele pensioensector feitelijk failliet is als er geen rendementen boven de twee procent worden behaald.

Voorzitter, dit is geen eigen werk maar een citaat van de brief van alle ouderenorganisaties van 7 juni aan deze Commissie.

Lees hier de brief van de ouderenorganisaties

Zoals gezegd, de rente voor de premie en de rente voor de verplichtingen moet hetzelfde zijn. Als de rentes niet gelijk zijn, betekent dit dat de premie niet kostendekkend is en dat gaat ten koste van de dekkingsgraad. Er zijn 2 logische smaken:

- Ofwel de dekkingsgraad wordt gebaseerd op verwacht rendement

- Ofwel de premie wordt gebaseerd op de RTS.

Dat laatste betekent dat de pensioenpremie fors omhoog zou moeten gaan voor de werkenden: met wel 30%. Dat wil niemand, dus dan maar liever de gepensioneerden direct korten. De inconsistentie is niet alleen maar een beetje techniek. Uit cijfers van SZW zélf, van 9 oktober 2015, blijkt dat de premie op basis van verwacht rendement elk jaar 10 miljard euro te laag is. Dat komt over de periode 2015-2021 neer op het astronomische bedrag van 70 miljard te lage premie. De premie is niet kostendekkend. Er wordt elk jaar te weinig premie betaald voor nieuwe pensioenverplichtingen. Laat dat even goed tot u doordringen! Want ik hoor er niemand over in de Kamer. Ik wijs er bovendien op dat DNB principieel tegen verwacht rendement was, als basis voor de premiebepaling. De president van de Nederlandsche Bank heeft dit gisteren tijdens het gesprek met de Kamer ook weer bevestigd en ik vraag de staatssecretaris om daar expliciet op te reageren.


Netto-pensioen

Ik heb verder kennis genomen van de brief van de staatssecretaris over het netto-pensioen. De 50PLUS-fractie is verheugd dat de staatssecretaris een oplossing aankondigt voor het acute probleem rondom de inkoopmethodiek voor netto-pensioen. Dit is een absolute noodzaak om deelnemers niet te confronteren met een onnodig ongunstige pensioenregeling. Het voorstel van de staatssecretaris voor de introductie van het shoprecht daarbij raakt de taakafbakeningsdiscussie. Ten behoeve van het netto-pensioenproduct en de taakafbakening daaromtrent heeft de staatssecretaris in een eerdere fase aangegeven ook te onderzoeken in hoeverre de taakafbakeningseisen belemmerend kunnen zijn voor de uitvoering door pensioenfondsen van variabele uitkeringen in vrijwillige pensioenregelingen zoals netto-pensioen. Het lijkt mij dan ook logisch dit nu meteen ook mee te nemen en ik overweeg daarover dan ook een motie in te dienen om dit nader te onderzoeken.”

© 16 juni 2017