Martin lijst grafiek down

Kamerlid Martin van Rooijen vreest dat het monetaire stimuleringsbeleid van de Europese Centrale Bank nog jaren op dezelfde voet doorgaat.

Als het monetaire stimuleringsbeleid van de Europese Centrale Bank (ECB) nog jaren voortsleept, is dat slecht nieuws voor miljoenen Nederlandse gepensioneerden en oudere werknemers. Want mede door dat omstreden ECB-beleid kunnen de Nederlandse pensioenen al jaren niet geïndexeerd worden. Er  dreigen volgens Martin van Rooijen (foto) ‘dramatische pensioenkortingen en koopkrachtdrama’s’ als het ECB-beleid niet verandert.

De financiële specialist van 50PLUS in de Tweede Kamer sprak die vrees vandaag uit in een debat met minister Dijsselbloem van Financiën over het rapport ‘Onderweg naar normaal monetair beleid’ van het Centraal Plan Bureau (CPB). Dat rapport gaat over de gevolgen van het opkoopbeleid van de ECB.

► ‘Een monetaire neverending story’

Volgens Martin schetst het CPB in het rapport het spookbeeld van ‘een monetaire neverending story’. Want hoewel het huidige obligatie-opkoopprogramma van de ECB tot en met eind 2017 loopt, kan het verlengd of zelfs uitgebreid worden wanneer de inflatie nog niet het gewenste pad heeft bereikt.

► Pensioenen al jaren niet geïndexeerd

De Nederlandse pensioenen kunnen vooral door het monetaire stimuleringsbeleid van de ECB al jaren niet geïndexeerd worden. Want de tientallen miljarden euro’s die de bank maandelijks in het systeem pompt, zorgen voor een extreem lage rente. En die kunstmatig lage rente moeten de pensioenfondsen weer gebruiken voor het berekenen van hun toekomstige verplichtingen. Daardoor staan ze er op papier, ondanks fraaie rendementen, slecht voor.

 

► Lees hier de volledige inbreng van Martin van Rooijen in het debat over de ECB met minister Dijsselbloem:

“Het CPB rapport ‘onderweg naar normaal monetair beleid’ maakt duidelijk; de afbouw van het extreme monetaire beleid van de ECB wordt in veel opzichten een thriller. Doch de belangrijkste nieuwe conclusie die wij uit het rapport halen, is dat het hele proces van afbouw en balansverkorting nog vele, vele jaren zal gaan duren”. Ik citeer:

“Het huidige programma loopt tot en met het einde van 2017 maar kan verlengd of uitgebreid worden wanneer de inflatie nog niet het gewenste pad heeft bereikt. Bij een gunstige ontwikkeling van de inflatie kunnen in 2018 de netto aankopen verder worden beperkt (tapering) of helemaal beëindigd. Wanneer de netto aankopen gestopt zijn, vervangt men nog wel de obligaties die het einde van hun looptijd bereiken. 

Het CPB noemt expliciet de mogelijkheid dat het opkoopprogramma van de ECB na december van dit jaar nog wordt verlengd of zelfs uitgebreid!

En het CPB gaat nog verder in het schetsen van de voortgang van een monetaire neverending story, ik citeer nogmaals: “Afbouw zal niet eerder starten dan wanneer de inflatie aan de ECB-doelstelling voldoet”. Nou voorzitter, dat maakt het allemaal wel heel erg volatiel. Een lage inflatie kan makkelijk nog een decennium aanhouden, ongeacht de economische omstandigheden. Of de olieprijs duwt ons voor het eind van dit jaar nog over de doelstelling heen. Wie zal het zeggen? Maar mag ik in elk geval aannemen dat de Minister ook weinig waardering heeft voor deze zeer specifieke beleidsconclusie van het CPB? Of deelt hij deze conclusie? 

Er is aantal fasen in het afbouwproces te onderscheiden. 

• Afbouw van de nieuwe obligatieaankopen
• Volledig stoppen met nieuwe obligatieaankopen
• Geen nieuwe aankopen wel doorrollen portefeuille
• Afbouw van het doorrollen van de portefeuille
• Volledig stoppen met doorrollen van de portefeuille
• Moment waarop portefeuille volledig is afgebouwd

En ik begrijp dat afbouw van extreem beleid nog vele jaren zal duren. Maar tegelijkertijd constateren wij dat elke stap in het afbouwproces bij voorbaat al boterzacht wordt verklaard door het CPB, ik citeer wederom: ‘Ook de bekendmaking van het precieze verloop van de afbouw zal verrassingen kunnen bevatten voor de markten. Immers, het afwikkelen van de obligatieportefeuille gaat jaren duren, waarbij het niet te zeggen is hoe de conjunctuur en de financiële situatie zich zullen ontwikkelen. Door dergelijke ontwikkelingen kan het tijdpad van de afbouw onverwacht aangepast moeten worden.’

Deelt de minister de constatering van mijn fractie, dat dit rapport de geesten rijp maakt voor nog meer en/of langere monetaire stimulering? Indien nee, waarom niet? En wat zijn de concrete gevaren
van een zeer langdurige periode van monetaire verruiming? Wat is de kans daarop? En wat zijn daarvan de concrete gevaren, naast dramatische pensioenkortingen en koopkrachtdrama’s?

Mijn fractie is ook erg benieuwd naar de toelichting die de minister kan geven op het begrip ‘schaduwrente’ en de daling van deze schaduwrente met 3 procent sinds de start van het opkoopprogramma. En tevens: waarom wordt deze virtuele rente nu zo prominent behandeld in de analyse?

Tot slot. In het financieel dagblad konden we deze week weer uitgebreid lezen wat het extreme monetaire beleid teweeg brengt. In 2016 zijn de dekkingsgraden van pensioenfondsen door de bank genomen nauwelijks van hun plaats gekomen, bij een gemiddeld rendement van maar liefst 10%! Enkel omdat het effect van de rentedaling op de contante waarde van de verplichtingen over dezelfde periode 9% bedraagt. Voorzitter dat is niet prudent, het is een boekhoudkundige strop. Een weeffout, waar 50PLUS zich tegen zal blijven verzetten!”

© 4 oktober 2017

Wilt u op de hoogte blijven?

Close

Like ons dan op Facebook!