Reddingsboei staand FreeImages

De bewering dat AOW en Ouderenkorting ‘een flink deel van het leed’ van gepensioneerden verzachten is te kort door de bocht. Het koopkrachtverlies van een oudere met een aanvullend pensioen kan in 2023 opgelopen zijn tot rond 22 procent!

Enige tijd geleden kopte weekblad Elsevier: ‘Overheid redt de oudere’. In het artikel wordt betoogd dat de AOW en een steeds hogere Ouderenkorting ‘een flink deel’ van het leed verzachten van pensioenen die al jaren op de nullijn staan.

Als we kijken naar gepensioneerden met alléén AOW – en sterk gestegen vaste lasten en vooral ook zorgkosten even buiten beschouwing laten – is de AOW in principe een behoorlijke basisvolksverzekering voor de oude dag. De in 1996 ingevoerde Ouderenkorting heeft daar inderdaad aan bijgedragen. Daardoor steeg de (netto) AOW-uitkering tot het nettominimumloon en kwam zo bóven het sociaal minimum zoals dat geldt bij de bijstand.

Niettemin is daling van de tevredenheid over de hoogte van de AOW-uitkering sinds 2012 opvallend (zie afbeelding 1). Die toenemende ontevredenheid hangt samen met uitblijvende indexatie van de aanvullende pensioenen, de stijgende AOW-leeftijd en zeker ook de voor veel ouderen hoog oplopende zorgkosten. Toeval of niet, het eigen risico sprong na 2012 omhoog van 220 euro naar 350 euro. Daarna nam ook de tevredenheid over de hoogte van de AOW verder af.

► ‘De oudere’ is lang niet ‘gered’!

De bruto AOW-uitkering stijgt ook dit jaar weer, maar minder dan de lonen. De Ouderenkorting stijgt eveneens. Maar al bij al gaan mensen met alléén AOW (echtpaar) er volgens het NIBUD slechts één euro netto per maand op vooruit. Een echtpaar met AOW en aanvullende pensioenen van vijf- en vijftienduizend euro gaan er dit jaar zelfs acht euro per maand netto op áchteruit (zie afbeelding 2). AOW en Ouderenkorting zíjn een vangnet, maar het al jaren oplopende  koopkrachtverlies van gepensioneerden wordt daarmee maar deels opgevangen. De verzachting van koopkrachtleed is beperkt, en de laatste jaren als regel fors minder dan die van werkenden. Het koopkrachtverschil met werkenden wordt ook dit jaar wéér een stukje groter. ‘De oudere’ is lang niet ‘gered’!

Het grootste koopkrachtverlies voor gepensioneerden zit ‘m in het korten en nauwelijks tot niet kunnen indexeren van de aanvullende pensioenen door de huidige extreem strenge financiële spelregels voor pensioenfondsen. Die regels komen geenszins uit de lucht vallen, maar zijn tot stand gekomen onder volledige  verantwoordelijkheid van de overheid en een meerderheid van de Kamer.

► Het kabinet negeert concrete voorstellen

Het huidige kabinet is net als het vorige absoluut niet bereid gehoor te geven aan concrete voorstellen van 50PLUS om daar op korte termijn wat aan te doen; zélfs niet nu het rentebeleid van de Europese Centrale Bank de kans op pensioenindexatie verder verkleint en de kans op nieuwe pensioenkorting zelfs vergroot.

Pensioenspecialist David van Ek van Mercer voorspelt dat als er niets verandert het totale koopkrachtverlies van aanvullende pensioen – sinds 2008 gemiddeld al opgelopen tot circa 12 procent – verder kan oplopen tot rond 22 procent in 2023 (zie afbeelding 3).

AOW en Ouderenkorting verzachten pensioenpijn, maar dat zij ‘een flink deel van het leed’ van gepensioneerden verzachten, zoals in het artikel van Elsevier wordt beweerd,  is te kort door de bocht.

50PLUS houdt vast aan haar missie en blíjft strijden voor behoud en verbetering van koopkracht van gepensioneerden! Van de gewenste gelijkmatige koopkrachtontwikkeling voor werkenden, gepensioneerden en mensen die niet kunnen werken zijn wij helaas nog ver verwijderd.

Corrie van Brenk
Tweede Kamerlid 50PLUS

Meer op 50pluspartij.nl/corrie-van-brenk

 

Afbeelding 1 uit De Sociale Staat van Nederland 2017
(pagina 133, 134. AOW: zie lichtblauwe lijn)

Grafiek


Afbeelding 2, bron: NIBUD, 22 januari 2018

Grafiek Nibud


Afbeelding 3, Bron: rapport EIB

“Vanaf het begin van de crisis in 2008 tot dit jaar heeft er geen volledige loonindexatie van deze pensioenen plaatsgevonden omdat de dekkingsgraden door de lage (reken)rente onder de ondergrens voor volledige indexatie vielen. Gemiddeld liggen de aanvullende pensioenen 8% (2008-2015) onder het niveau dat bij volledige indexatie had kunnen worden bereikt. Omdat de aow wel bijna volledig werd geïndexeerd ligt het totale pensioen (inclusief aow) bijna 5% lager dan als er wel volledig was geïndexeerd”.

Grafiek EIB

Gepensioneerden van nu en mensen die binnenkort met pensioen gaan hebben  een relatief laag besteedbaar inkomen  in vergelijking met mensen die over 10 en  20  jaar met pensioen gaan. Reden te meer om nú snel werk te maken van hun  koopkrachtbehoud. Bedenk daarbij dat maar liefst 40% van het huidige pensioenvermogen toe is te rekenen aan 65-plussers!

Meer op: Pensioen van 1,8 miljoen werknemers en gepensioneerden in 2018 waardevast - maar 5,5 miljoen anderen vallen buiten de boot

© 23 februari 2018 


Wilt u op de hoogte blijven?

Close

Like ons dan op Facebook!