Foto: Milada Vigerova

De discussie over humanitaire hulp moet gericht zijn op de vraag hoe die het beste kan worden verleend. Want voor 91 miljoen mensen doet humanitaire noodhulp er écht toe!

50PLUS vindt dat het debat over noodhulp in de wereld niet mag worden overschaduwd door de berichten over seksueel wangedrag door medewerkers van hulporganisaties. Volgens de Verenigde Naties zullen dit jaar naar verwachting 91 miljoen mensen, verspreid over 26 landen, dringend humanitaire hulp nodig hebben. 50PLUS vindt dat de discussie moet gaan over hoe dat het beste kan gebeuren. 

Geen fraude met hulpgelden

“De berichten over wangedrag hebben geleid tot heftige discussies. Terecht!”, zei Léonie Sazias tegen minister Kaag van Ontwikkelingssamenwerking, “maar het  meteen dichtdraaien van de geldkraan voor bijvoorbeeld Oxfam Novib gaat te ver. Er is tot dusver geen fraude met hulpgelden geconstateerd. Los van de buitengewoon ernstige incidenten is er daadwerkelijk hulp geboden, ook in Haïti. En daar gaat het om.”

Laatste strohalm

Het Kamerlid van 50PLUS vindt dat eventuele maatregelen tegen organisaties nooit ten koste mogen gaan van de daadwerkelijke noodhulp. “De hulp is een laatste strohalm voor mensen in nood. Het kan toch niet zo zijn dat we daar het mes in gaan zetten”, zei Léonie Sazias.

► De volledige inbreng van Kamerlid Léonie Sazias bij het overleg over Noodhulp met minister Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking:

“Vrijdag eindigde een artikel in de krant met de zin: ‘De Kamer debatteert volgende week met minister Kaag over seksueel wangedrag bij hulporganisaties’. Voor 50PLUS is dit niet het belangrijkste onderwerp van dit overleg. Het gaat vandaag wat ons betreft vooral over het feit dat dit jaar naar verwachting volgens de VN ruim 91 miljoen mensen, verspreid over 26 landen, dringend hulp nodig hebben.

Maar de berichten over wangedrag hebben – zoals we tegenwoordig gewend zijn – geleid tot heftige discussies. Terecht. Maar die discussies zijn voor sommigen, ook hier in deze Kamer, aanleiding om serieus te pleiten voor het dichtdraaien van de geldkraan voor bijvoorbeeld Oxfam Novib. Maar er ís tot dusver geen fraude met hulpgelden geconstateerd. Los van de buitengewoon ernstige incidenten is er daadwerkelijk hulp geboden, ook in Haïti. En daar gaat het om.

Maar voorzitter, we gaan hier niet met elkaar in debat, maar vooral met de minister. Daarom aan haar de vraag: kan zij de commissie verzekeren dat eventuele maatregelen tegen organisaties– bijvoorbeeld in geval van aanscherping van subsidievoorwaarden – nooit ten koste mogen gaan van de daadwerkelijke noodhulp? Terecht noemt de minister die hulp in haar brief aan de Kamer en aan de betrokken organisaties een laatste strohalm voor mensen in nood. Het kan toch niet zo zijn dat we daar het mes in gaan zetten, zo vraag ik de minister. Heeft zij in dat opzicht vandaag in haar gesprek met de maatschappelijke organisaties ook duidelijkheid geboden?

Ik laat het graag aan anderen over om het debat vandaag te beperken tot de vraag waarom er niets is gebeurd met eerdere signalen dat er ernstige fouten gemaakt zijn bij Oxfam Novib en ook andere organisaties. Er komt nog een Ronde Tafelgesprek in de Kamer met de organisaties. Wij zien daar naar uit.

De fractie van 50PLUS richt zich vandaag op waar het in dit debat volgens ons vooral over zou moeten gaan: het feitelijk leveren van noodhulp. Ik verwees al naar die 91 miljoen mensen die dringend hulp nodig hebben. Ik herhaal als schrijnend voorbeeld nog maar eens wat mijn collega Martin van Rooijen op 22 februari in een AO van de commissie Buitenlandse Zaken weergaf, een antwoord op een vraag van 50PLUS uit een schriftelijk overleg.

Ik lees dat antwoord, gedeeltelijk herhaald in de brief van 21 februari, nog een keer voor: ‘De humanitaire situatie in Jemen is dramatisch. De VN schat in dat inmiddels ruim 22 miljoen mensen humanitaire hulp nodig hebben en dat ruim 8 miljoen op de rand van hongersnood verkeren. Twee miljoen kinderen zijn acuut ondervoed. Ruim 15 miljoen mensen hebben geen toegang tot schoon drinkwater, sanitaire voorzieningen of elementaire gezondheidszorg. Meer dan de helft van de gezondheidsinfrastructuur is vernietigd tijdens het conflict. De afgelopen maanden werd het land daarbovenop getroffen door een enorme cholera-uitbraak, met meer dan 2.200 doden tot gevolg. Recent groeit vooral het aantal difteriegevallen”.

Dit werd door collega Ploumen in dat debat terecht als een noodkreet van de heer Van Rooijen bestempeld. In een reactie heeft de minister toegezegd dat zij ons een brief stuurt over de actuele situatie in Jemen. Maar, voorzitter, die 22 miljoen mensen hebben weinig aan een brief. Kan de voor mei geplande zogenoemde pledging sessie van het Central Emergency Response Fund misschien naar voren worden gehaald?

Voorzitter, de verslechterende situatie in Syrië, in het bijzonder in Oost-Ghouta en Afrin baart ons ernstige zorgen. Een staakt het vuren, veilige, gerichte doorgang voor konvooien met humanitaire hulp en het faciliteren van medische evacuaties: dáár wil de minister zich sterk voor maken. Welke voortgang wordt hier geboekt? Wát kunnen wij doen tegen de regelrechte tegenwerking van noodhulp  door het Syrische leger?

Noodhulp dóet er toe. Zo lezen we in de brief van de minister van 21 februari dat vorig jaar dankzij extra middelen en tijdig ingrijpen van humanitaire organisaties dreigende hongersnoden in Jemen, Nigeria, Somalië en Zuid-Soedan zijn afgewenteld.

Tot slot nog een vraag over de plannen voor de vergroting van de zelfraadzaamheid van vluchtelingen  en ontheemden uit Irak en Zuid-Soedan, zoals weergegeven in de brief van 7 december. Is dat een specifiek Nederland project en zo ja, wie worden dan bij de uitvoering ervan betrokken?”

© 6 maart 2018


Wilt u op de hoogte blijven?

Close

Like ons dan op Facebook!