Len en Michelle van Barneveld, de ouders van Corrie van Brenk

Telkens als ik een aanval op onze ouderen lees, maak ik me echt kwaad. Vervolgens zakt mijn woede dan wel weer weg. Maar nu liet het zich niet meer zomaar wegmasseren. Ik besloot tot een tegenoffensief. Want ik ben juist trots op de generatie 70-plussers die te vaak in de media weggezet wordt als ‘pensioenpotleegeters’ en die alleen maar mazzel zou hebben gehad in het guldentijdperk.

Ik vond het tijd om daarover in gesprek te gaan met de 70-jarigen die dicht naast mij staan: mijn ouders. Ik stel ze met trots aan u voor. Dan kunt u uiteindelijk afwegen wíe nu gelijk heeft: de media of ik. Ik vind dat we met z’n allen trots mogen zijn op onze 70-plussers, en trouwens op al onze generaties ouderen!

Bovenaan ziet u een foto van mijn ouders, dan weet u over wie het gaat. Mijn moeder Corrie – ja, ik ben naar haar vernoemd – Woensdregt werd geboren in 1941, tijdens de oorlog. Ze heeft jaren honger gehad. Ze vertelde me over haar moeder die met de kinderwagen onderweg was om met boeren in Wijk bij Duurstede lakens te ruilen voor eten. Dat was een behoorlijke wandeling vanuit De Bilt. Op haar dertiende was de lagere school achter de rug en moest je gaan werken in de huishouding. Mijn moeder kwam in dienst bij een fietsenmaker voor 3,50 gulden per week. Daarvan moest ze 2,50 gulden afdragen om het gezin draaiende te houden. 

Mijn vader Walter van Barneveld werd ook geboren in 1941. Ook hij maakte in en na de oorlog de nodige ellende van dichtbij mee. Hij ging op zijn veertiende werken in de bouw bij zijn vader. Zijn totale verdienste van 7,50 gulden moest hij inleveren bij zijn moeder. Mijn ouders zijn in 1960 getrouwd, mijn geboortejaar. Er was grote woningnood; mijn ouders kregen geen woning. Ze woonden in bij mijn opa en oma in een huurwoning met drie slaapkamers, waar ook nog de moeder van mijn opa bij inwoonde. Met zijn dertienen in een simpele huurwoning in een rijtje! 

Voor een kind is met zovelen in een eenvoudig rijtjeshuis wonen heerlijk. Altijd iemand die mij voorlas, altijd wel iemand die me een dubbeltje gaf voor een ijsje. Het heeft vijf jaar geduurd voor mijn ouders een flat kregen. Drie hoog in Zeist. Je moet er niet aan denken dat je zo je eerste huwelijksjaren moet doorkomen, zonder enige vorm van privacy en iedereen die zich bemoeit met de opvoeding van je kind. Het huis van mijn opa en oma werd verkocht voor 18.000 gulden. Mijn vader wilde het graag kopen, maar bouwvakkers konden toentertijd geen huis kopen want dat werd beschouwd als een bestaan met een onzeker inkomen.

Mijn moeder heeft altijd ‘werkhuisjes’ gehad. Na de geboorte van mijn broer is ze blijven schoonmaken bij particulieren, totdat ze in een verpleeghuis kon gaan werken. Daarna heeft ze nog gewerkt in de keuken van een ziekenhuis. Het was altijd zwaar werk en dat heeft zijn tol geëist voor haar rug en schouders. Nu ontvangt mijn moeder een pensioen van 50 euro per maand, naast de AOW.

Mijn vader heeft tot zijn 29ste als metselaar in de bouw gewerkt. Als de vakantiebonnen werden uitgekeerd, was het groot feest. Maar verder dan met een tent naar de Veluwe zijn zij in mijn jeugd niet geweest; dat konden ze zich niet veroorloven. Mijn ouders hebben tot op latere leeftijd nooit een auto gehad. Na zijn tijd als bouwvakker werd mijn vader postbode; hij heeft het uiteindelijk tot hoofdbesteller geschopt. Vroeger was dat een eerbaar beroep waar je je gezin van kon onderhouden, kom daar nu nog maar eens om. Het werken in de bouw als metselaar betekent roofbouw op je lichaam. Zakken cement van 50 kilo waren vroeger de norm, nu gelukkig niet meer. Helaas heeft mijn vader niet werkend de eindstreep kunnen halen; op latere leeftijd is hij afgekeurd. Mijn moeder heeft nog een rijbewijs gehaald en rijdt mijn vader, want hij kan niet ver meer lopen. Mijn vader heeft een pensioen van 679 euro per maand.

Na de flat in Zeist op drie hoog achter konden we weer terug verhuizen naar De Bilt. Via een woningruil gingen we in een klein rijtjeshuis wonen. De huur was 50 gulden per maand. Het was een bouwval, maar als bouwvakker kreeg mijn vader alle materialen van de huurbaas en heeft hij zelf het hele huis verbouwd. De vloeren eruit en nieuwe erin, het stroplafond vervangen, gas geïnstalleerd, riolering aangelegd, kortom: er was genoeg werk. Later kregen mijn ouders de keuze het huis te kopen of te verlaten. Na veel zorgen en zweten hebben ze het huis gekocht voor 65.000 gulden, waardoor hun kosten stegen van 50 naar 500 gulden. Achteraf gezien was dat toch het beste wat ze konden doen, maar als het niet gedwongen was zouden ze het nooit gedaan hebben. Ze hebben er nachten niet van geslapen, vertelden ze. Want wat een schuld had je dan! Daarna hebben ze hun huis verkocht. Nu wonen ze in een gehuurde seniorenflat. Dankzij de verkoop van hun huis kunnen ze makkelijk rondkomen en af en toe ook een weekje weg. Je teert langzaam in op je vermogen, want de kosten stijgen en de AOW groeit niet voldoende mee om dat op te vangen. De pensioenen zijn alleen maar achteruit gekelderd en al jaren niet geïndexeerd.

Al met al zijn mijn ouders een goed voorbeeld van een hardwerkende generatie die geen geweldige start heeft gehad door de oorlog. Een generatie die keihard heeft moeten werken en lang niet de scholings- en werkkansen heeft gekregen die de generaties daarna wel vaak kregen. Het is toch helemaal niet gek dat ik reuzetrots ben op mijn ouders?!

Corrie van Brenk 

Corrie van Brenk
Tweede Kamerlid 50PLUS

 

P.S. Bent u ook zo trots op uw ouders? Dan vraag ik u om – net als ik – ook met uw ouders en/of grootouders in gesprek te gaan over hoe het werkelijk zit. Dan ontstaat er een genuanceerder beeld over onze ouderen dan de media en D66-jongeren ons willen doen geloven. Het gesprek met uw ouders mag u rechtstreeks aan mij mailen: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Een foto erbij is leuk!