Martin van Rooijen

Bij de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel van 50PLUS dat toekomstige kortingen op de pensioenen van 10 miljoen deelnemers en gepensioneerden moet voorkomen wees Martin van Rooijen er op dat mensen die hun pensioen bij het ABP hebben al ruim 16 procent aan indexatie zijn kwijtgeraakt. Aangenomen mag worden dat voor veel andere pensioenfondsen gelijksoortige negatieve cijfers gelden. “Er is dus al pijn genomen met dubbele cijfers”, aldus het Kamerlid van 50PLUS. 

In de Tweede Kamer beantwoordde Martin van Rooijen voor de tweede maal vragen die leefden over het initiatiefwetsvoorstel van 50PLUS. In dat wetsvoorstel wordt voorgesteld tijdelijk een bodem van 2 procent te leggen in de rekenrente waarmee pensioenfondsen moeten rekenen. Die bodem van 2 procent ligt er dan zolang de Europese Centrale Bank (ECB) doorgaat met het opkoopprogramma, maar maximaal voor de duur van vijf jaar.

► ‘We moeten die 10 miljoen mensen niet laten bungelen’

Martin van Rooijen (foto) legde nog één keer haarfijn uit wat hij met het initiatiefwetsvoorstel wil bereiken: “Wij stellen een tijdelijke regeling voor waardoor grote pensioenfondsen die niet onder water staan en die een dekkingsgraad van rond de 100 procent hebben niet hoeven te korten op uitkeringen en aanspraken zolang meneer Draghi aan de knoppen draait.” Het doel van het wetsvoorstel is om kortingen op de pensioenen in 2020 voor zo’n 10 miljoen deelnemers en gepensioneerden nu te voorkomen. “Deze 10 miljoen mensen verkeren nu nog drie jaar in grote onzekerheid en die onzekerheid wil ik met dit initiatiefwetsvoorstel wegnemen”, zei Van Rooijen. “We moeten die 10 miljoen mensen niet laten bungelen.”

► Lees ook: ‘Grootste pensioenroof ooit; pensioenen zijn voor 70 jaar gedekt’

In de eerste ronde ging het Kamerlid van 50PLUS in op vragen van de woordvoerders van de coalitiepartijen. In dit tweede deel beantwoordde Martin vooral de Kamerleden van de oppositie. “Bij de oppositie bespeuren wij  bereidheid om het probleem pragmatisch te benaderen”, constateerde Martin. “Ik vrees wel dat de wens voor een meer permanente oplossing het risico in zich draagt dat er niets gebeurt. Of pas te laat.”

Mensen die pensioen bij het ABP hebben – nog werkende deelnemers én gepensioneerden – zijn al 16,4 procent aan indexatie kwijtgeraakt. “Het ABP geeft met dit percentage een goede indicatie voor het héle pensioenlandschap”, constateerde Martin van Rooien. “Er is dus al pijn genomen met dubbele cijfers!”

► De volledige inbreng van Kamerlid Martin van Rooijen bij het initiatiefwetsvoorstel van 50PLUS tot tijdelijke wijziging van de Pensioenwet i.v.m. het invoeren van een maatregel tot aanpassing van de disconteringsvoet waartegen pensioenfondsen hun pensioenverplichtingen moeten berekenen: 

“Dank voorzitter voor deze gelegenheid om de behandeling van mijn initiatiefwetsvoorstel aan uw Kamer voor te leggen. Twee weken geleden zag ik mij voor de welhaast onmogelijke opgave om niet alleen alle vragen te beantwoorden, maar ook de bredere contexten te willen schetsen. Ik had mij meer moeten beperken tot het beantwoorden van de vragen van de collega’s in de eerste termijn. Waar nodig heb ik dat inmiddels schriftelijk gedaan.

Voorzitter, in het vorige debat en ook bij de schriftelijke beantwoording van gisteren, ben ik vooral ingegaan op de woordvoerders van de coalitie. Maar ik heb ook goed geluisterd naar de inbrengen van de woordvoerders van de oppositie en vanavond antwoord ik hen. Bij de oppositie bespeuren wij  bereidheid om het probleem pragmatisch te benaderen. Twee weken geleden was ik wellicht wat overenthousiast over het doel van onze missie, maar wij zijn nog steeds hoopvol. En  wij horen u als u zegt dat een tijdelijke oplossing, ter voorkoming van kortingen, niet per se een schoonheidsprijs verdient. Daar valt over te praten. Tegelijkertijd vrees ik ook dat de wens voor een meer permanente oplossing het risico in zich draagt dat er niets gebeurt. Of pas te laat.

Er is bij mijn fractie veel waardering voor het optreden van collega De Jong van de PVV in de eerste termijn. Ik wil hem en zijn partijgenoten hartelijk bedanken voor de nagenoeg onvoorwaardelijke steun in dit debat. Daar is veel waardering voor binnen onze gelederen. De heer De Jong begreep het meteen, ook al willen zowel zijn partij als de mijne eigenlijk liever een bredere en permanente oplossing. Hij kiest met mij voor een praktische oplossing. Daar ben ik blij om. De heer De Jong wijst er in zijn inbreng ook terecht op dat deelnemers en gepensioneerden van het ABP al 16,4% indexatie zijn kwijtgeraakt. Het ABP geeft met dit percentage een goede indicatie voor het gehele pensioenlandschap. Er is al pijn genomen met dubbele cijfers.

De heer Van Kent van de SP heeft, net als de heer De Jong, veel dingen gezegd die mij als muziek in de oren klinken. En de Socialistische Partij heeft de doelstelling van dit initiatief, het voorkomen van kortingen, eveneens goed begrepen. De SP heeft een sterke voorkeur voor een permanente oplossing en overweegt ook een amendement waarbij de rekenrente definitief wordt gewijzigd. De heer Van Kent wil dat de rekenrente voor het berekenen van de premie gelijk wordt getrokken met de rekenrente voor het berekenen van de verplichtingen en/of een opslag op de rekenrente op basis van het rendement van de afgelopen 10 jaar. Dat is nagenoeg dezelfde stelling als GroenLinks recentelijk heeft betrokken. Ik vind dat veelbelovend. De heer Van Kent geeft  verder een prachtige opsomming van handreikingen waar de SP en 50PLUS samen kunnen optrekken. Het lijkt mij bijzonder interessant om daarover uitgebreid met de heer Van Kent en ook met de heren De Jong, Grashoff en Van Dijk van gedachten te wisselen. Geen van ons vijven zit er compromisloos in. Er zal ons een zware taak te wachten staan om collega Kamerleden te overtuigen van elk van de interessante oplossingen die de heer Van Kent heeft genoemd.
 
Tegen de heer Grashoff en de heer Van Dijk zeg ik ook het volgende, als antwoord op hun vragen in de eerste termijn: Ja ik erken dat logischerwijs het daadwerkelijk rendement van pensioenfondsen de afgelopen jaren positief is beïnvloed door vele crisismaatregelen, waaronder ook de marktinterventies van de ECB. Uiteraard. Het argument van de hogere waarderingen voor vermogenstitels accepteer ik, daar heb ik ook eerder over gesproken. Maar met het argument van verbetering als gevolg van de veronderstelde extra werkgelegenheid heb ik grote moeite. Daar hebben de fondsen voor wat betreft de dekkingsgraad alleen maar last van gehad. Heel veel last zelfs. De premies zijn immers bij lange na niet kostendekkend. Dus als ik aardig ben voor de heren Grashoff en Van Dijk, wanneer zij erop wijzen dat ik niet alle effecten van het ECB-beleid meeneem, dan levert het argument van hogere inkomens en meer werkgelegenheid per saldo niets op. En als ik minder aardig ben, dan constateer ik dat het juist een extra drukkend effect heeft gehad op de dekkingsgraden.

Blijft staan het veronderstelde hogere rendement vanwege de hogere waarderingen van met name obligaties, aandelen en onroerend goed, dankzij het ECB-beleid. Ik ben daar zowel schriftelijk als in dit debat al uitgebreider op ingegaan. Vanzelfsprekend zijn waarderingen van vermogenstitels van allerlei soorten en maten, onder dit extreme monetaire geweld, omhoog gedreven. Het is aannemelijk dat daardoor de rendementen van pensioenfondsen over de afgelopen 10 jaar hoger zijn uitgevallen. Eveneens logischerwijs zal het langjarig rendement van pensioenfondsen over een toekomstige periode ook wel eens een poosje lager uitvallen. Niet in de laatste plaats omdat vastrentende waarden minder waard worden, als de rente stijgt, zeg ik dan met de heer Omtzigt. Dat is echter geen argument om te veronderstellen dat het langjarig rendement, over bijvoorbeeld 20, 30 jaar of nog langer, onder de 2 procent uit gaat komen. En die conclusie trek ik bij lange na niet alleen. Thomas Piketty, de favoriete econoom van de fractievoorzitter van de heer Grashoff, denkt er na uitgebreid empirisch monnikenwerk ook zo over.

Op de vraag van de heer Van Dijk of volgens mij een bodemrente ook wenselijk is zonder de monetaire verruiming van de ECB is het antwoord ‘ja’. Maar mijn initiatiefwetsvoorstel is juist bewust losgekoppeld van de stelseldiscussie. Dit voorstel is alleen een reactie op het beleid van de ECB.

De heer Omtzigt is van mening dat er de laatste maanden zoveel verbeterd is in zowel het rendement van pensioenfondsen als de hoogte van de rente in de Rente Termijn Structuur (RTS) dat een dergelijk wetsontwerp overbodig is. Als we dat voor de volle honderd procent zeker zouden weten dan zouden we het wetsontwerp niet indienen. Dat is juist het probleem: het kan zo maar weer mis gaan in Griekenland, Italië of een andere zwakke euro-broeder. Financiële markten kunnen afslagen nemen waar Centrale Bankpresidenten in ons tijdsgewricht van vinden dat ze er beleidsmatig op moeten reageren. Het risico dat de ECB haar opkoopbeleid weer zal uitbreiden in plaats van afbouwen is reëel. Het risico bestaat zelfs dat ze steeds verder moeten gaan, om gewenste effecten te verkrijgen.

De impact van het wetsvoorstel neemt inderdaad wel op papier iets af als de rente nu stijgt. Maar dat is slechts op papier. De dreiging van onnodige pensioenkortingen blijft voorlopig onverwijld boven deze gemanipuleerde markt hangen en dat leidt tot onnodige onzekerheid bij burgers over hun inkomen. De collega’s en ik hebben allemaal geen flauw idee wat het monetaire beleid gaat doen, laat staan wat de marktreacties zijn en over welke tijdsperiode dat allemaal  wordt uitgesmeerd. De FED heeft net een paar % van haar opkoopprogramma teruggedraaid. De markt wacht nu in spanning af wat er gebeurt als de FED én de ECB allebei tegelijk verkrappen. Het is spannend! De actuele renteontwikkelingen kunnen een definitieve trendbreuk vertegenwoordigen, een tijdelijke trendbreuk, of helemaal geen trendbreuk. Het is vooral heel erg volatiel en wij vinden dat er veel te weinig goede redenen zijn om deze monetaire volatiliteit op het bordje van gepensioneerden en deelnemers te leggen.

Mag ik constateren dat de eerste winst van dit debat is dat de heer Grashoff en zijn partij veel genuanceerder zijn geworden. Ik heb hem uiteraard met volle overtuiging gesteund bij zijn verzoek binnen de Commissie Sociale Zaken om het onderwerp van de rekenrente en het FTK verder te lanceren en uit te diepen als onderdeel van het rondetafelgesprek. Ook dat vind ik pure winst. Ik complimenteer hem daarnaast ook voor de scherpe en eloquente vragen die hij heeft gesteld aan minister Koolmees naar aanleiding van het artikel van Han de Jong. Los van de details, is het front veel breder geworden dan toen ik dit initiatief wetsvoorstel eind 2016 aanhangig maakte.
 
Tot slot.  Wat wij hier doen is maar één ding, niet meer en niet minder: wij stellen een tijdelijke regeling voor waardoor grote pensioenfondsen, die niet onder water staan, die een dekkingsgraad van rond de 100% hebben, niet behoeven te korten op uitkeringen en aanspraken zolang meneer Draghi aan de knoppen draait. Het enige doel is nu te voorkomen dat er in 2020 voor 10 miljoen deelnemers en gepensioneerden kortingen dreigen als de dekkingsgraad ook de komende 3 jaar beneden de 104,2 procent blijft. Deze 10 miljoen mensen verkeren nu nog 3 jaar in grote onzekerheid en die onzekerheid wil ik met dit initiatiefwetsvoorstel wegnemen. We moeten die 10 miljoen mensen niet laten bungelen. Voorzitter, ik citeer collega Van Weyenberg: “Als een pensioenfonds onomkeerbaar heeft besloten tot de overgang naar een vernieuwd stelsel, dan wil ik mij er wel hard voor maken dat zij dan niet vlak van te voren hoeven te korten vanwege oude spelregels.”

Voorzitter, uit dit citaat blijkt dat D66 de vraag om wel of niet te korten ondergeschikt maakt aan de discussie over het nieuwe stelsel. Mijn fractie hoopt dat twijfelende fracties een stelseldiscussie op dit moment niet ondergeschikt maken aan de fnuikende dreiging van kortingen voor 10 miljoen Nederlanders.

Zoals Jan de Koning het formuleerde: ‘als het niet kan zoals het moet dan moet het maar zoals het kan’.”

© 27 maart 2018


Wilt u op de hoogte blijven?

Close

Like ons dan op Facebook!