Winkelwagentje Foto alexandru tugui unsplash

De gemiddelde koopkracht pakt weliswaar voor veel mensen mooi uit, maar heel veel anderen voelen de gunstige koopkracht níet in hun portemonnee. “Zij gaan er al jaren op achteruit door inflatie, door stijgende zorgkosten, huren en andere vaste lasten, stijgende gemeentelijke heffingen en al méér dan tien jaar uitblijvende pensioenindexatie”, zei Kamerlid Corrie van Brenk in een debat over de koopkracht. 

‘Ouderen zitten er warmpjes bij.’ Het kabinet wil ons dat maar al te graag laten geloven en enkele media maakten daar om die reden gretig melding van. “Ik maak me echt boos over zo’n nieuwskop, alsof alle ouderen er warmpjes bijzitten”, zegt Corrie van Brenk. Het Kamerlid debatteerde vandaag met minister Koolmees over de koopkrachtontwikkeling, een debat aangevraagd door 50PLUS. “Vaak zit dat ‘warmpjes erbij zitten’ in stenen. De koopkracht van gepensioneerden lag in 2015 nog op vrijwel hetzelfde niveau als in 2000. Dan ben je dus wel heel ver achtergesteld! Het is dat ouderen niet op de barricaden klimmen, maar dat zouden ze eigenlijk wel moeten doen…”

Nauwelijks vooruitgang

De koopkracht voor gepensioneerden ging er in vijftien jaar nauwelijks op vooruit, terwijl andere groepen er in deze periode per saldo wél op vooruitgingen. “De inkomensontwikkeling van gepensioneerden is vooral afhankelijk van de indexering van de AOW, van het aanvullend pensioen en van belastingmaatregelingen”, legt Corrie uit. “Andere groepen die afhankelijk waren van een uitkering, zoals bijstandsontvangers en arbeidsongeschikten, gingen er tussen 2000 en 2015 overigens wel op vooruit. De koopkracht van zelfstandigen en werknemers verbeterde zich het sterkst. Werkenden weten in economische gunstige tijden hun inkomenspositie vaak te verbeteren, berekende het Centraal Bureau voor de Statistiek.”

Stapeling van maatregelen

Veel ouderen ervaren financiële problemen door de stapeling van beleidsmaatregelen. “Dat was zo en is helaas nog steeds zo, ondanks stapjes in de goede richting”, zei Corrie van Brenk tegen de minister. “NIBUD-koopkrachtcijfers spreken hier boekdelen. Maatregelen zijn en blijven nodig!” Het Kamerlid wees erop dat eenverdieners en alleenstaanden te zwaar belast worden en dat onder meer Wajongers en mensen met een WIA-uitkering er financieel op achteruit hollen. Corrie waarschuwde dat nieuwe pensioenkortingen – om die te voorkomen heeft 50PLUS een initiatiefwetsvoorstel ingediend – er qua koopkracht grof in zullen hakken. “Hoezo ‘het gaat goed met de koopkracht’?”, vroeg het Kamerlid zich bezorgd af.

► De volledige inbreng van Kamerlid Corrie van Brenk in het debat over de brede koopkrachtontwikkeling met minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid:
 
“Het gemiddeld gunstige koopkrachtbeeld is dit jaar voor veel mensen mooi, maar mag niet verhullen dat te veel mensen die koopkrachtwinst niet voelen in hun portemonnee, en al jaren achteruitgaan door inflatie, door stijgende zorgkosten, huren en andere vaste lasten, stijgende gemeentelijke heffingen en al méér dan tien jaar uitblijvende pensioenindexatie.
 
De welvaartsstijging van circa 3% dit jaar vertaalt zich nog té weinig in vrij besteedbare koopkrachtgroei. De minister heeft gelijk dat de reële beloning van werknemers weliswaar veel gunstiger afsteekt bij de ontwikkeling van het bbp, maar deze geeft beperkt inzicht in door mensen ervaren koopkracht. Zo ervaart 22% van de gepensioneerden in 2018 een negatieve koopkrachtontwikkeling. Voor werkenden die overwegend een flinke plus krijgen is dat nog altijd 12%. Ik zie dit kabinet ook weinig enthousiast om de ambtenaren te laten delen in de koopkracht.

De verdeling van het nationaal inkomen – na belasting – over particulieren, bedrijven en overheid zegt niet heel veel over de koopkracht die velen in de portemonnee voelen en dáár gaat het ons om!
 
Mooie gemiddelde cijfers doen helaas te weinig voor de koopkracht van velen! De suggestie van de directeur van het CPB, Laura van Geest, dat de politiek zich te veel laat leiden door koopkrachtplaatjes helpt ook niet.
 
En kan de minister verklaren hoe mensen ‘volop’ kunnen profiteren van de economische groei en welvaart als de arbeidsinkomensquote nu al jaren daalt? En dat comsumptieve bestedingen – ondanks verbetering in het afgelopen jaar – toch nog relatief achter blijven? En dat het aantal mensen dat een beroep doet op de voedselbanken blijven groeien, dat is niet uit weelde! Het sociaal minimum schiet te vaak tekort, zeker voor mensen die er langer van afhankelijk zijn. Het percentage huishoudens met een langdurig risico op armoede is zelfs gegroeid.
 
Kijkend naar gepensioneerden zien wij – het gunstiger macro-koopkrachtbeeld ten spijt – dat veel ouderen krapte ervaren door een stapeling van negatief uitwerkende effecten van beleid. Dat was zo en is helaas nog steeds zo ondanks stapjes in de goede richting. NIBUD-koopkrachtcijfers spreken hier boekdelen. Maatregelen zijn en blijven nodig!
 
Verder worden de eenverdieners en alleenstaanden, denk ook aan de weduwen té zwaar belast. Die verdeling kan en moet anders.

En wat zegt deze minister tegen de mensen die aangewezen zijn op een Wajong-, WIA-uitkering of de mensen die straks loondispensatie krijgen? Zij hollen achteruit. Hoezo ‘het gaat goed met de koopkracht’?

Tot slot moeten nieuwe pensioenkortingen absoluut voorkomen worden. Dat kan met ons voorstel van tijdelijke aanpassing van de disconteringsvoet. De minister wil dat niet. Maar wat gaat hij wél doen om nieuwe pensioenkortingen te voorkomen, want dat gaat er grof inhakken qua koopkracht?”

© 11 april 2018


Wilt u op de hoogte blijven?

Close

Like ons dan op Facebook!