Euromunten en briefje Foto Carlos Paes FreeImages

Binnen de eurozone is een betere balans nodig tussen de verschillende lidstaten. Dat is gewenst om een volgende crisis beter het hoofd te kunnen bieden.

Er is een beter evenwicht nodig tussen de lidstaten van de eurozone en volgens Martin van Rooijen kan die betere balans bereikt worden als landen als Nederland en Duitsland bereid zijn om extra te stimuleren, met name op loonontwikkeling. In ruil daarvoor moeten zwakkere lidstaten economische hervormingen doorvoeren en hun tekorten terugdringen, stelt het Kamerlid van 50PLUS. “Dan hebben we een win-winsituatie met positieve kruisbestuiving, gesteund door een steeds beter functionerende interne markt. Dan staan de zwakke eurolanden er over een paar jaar misschien goed genoeg voor om de volgende crisis zelf het hoofd te kunnen bieden.”

Martin van Rooijen gaf dit advies mee aan minister Hoekstra van Financiën in een overleg ter voorbereiding op de Ecofin-bijeenkomst van de Europese ministers van Financiën op 27 en 28 april in Bulgarije.

Schraal

Alle inspanningen die zijn geleverd ter volmaking van de interne markt in de eurozone vertegenwoordigen de grote vis waar alle EU-landen van profiteren, schetste Martin van Rooijen. “Maar de boter ontbreekt en zonder boter koekt de pan aan. Het resultaat is er dan ook naar: schrale toekomstkansen in het zuiden en schrale inkomensontwikkeling in het noorden.”

Wegstimuleren

“Je kunt van mening verschillen over begrotingsbeleid maar uiteindelijk kan elke euro maar één keer uitgegeven worden. Vanuit een Europees economisch perspectief is het ‘wegstimuleren’ van het Nederlandse overschot pas kansrijk, als andere sterke landen op volle kracht meedoen en de zwakke landen de ruimte gebruiken voor groeibevorderende hervormingen”, aldus Martin van Rooijen.

 

► De volledige bijdrage van Kamerlid Martin van Rooijen in het debat over de Ecofin met minister Hoekstra:

“De combinatie van een hoog, ja zelfs enorm handelsoverschot enerzijds en een zeer lage Arbeidsinkomensquote anderzijds, leidt volgens 50PLUS tot de onvermijdelijke conclusie dat wij een aanzienlijk deel van onze werkende en gepensioneerde bevolking tekort doen. Inkomens en consumptie zijn lager dan ze zouden kunnen zijn of misschien zelfs lager dan ze zouden moeten zijn. Als de AIQ 3% hoger was geweest, dan zou hij historisch gezien nog steeds laag staan maar dan zouden werkende en gepensioneerde Nederlanders toch dik 20 miljard extra te besteden hebben gehad. Het kabinet zegt op pagina 2 van de geannoteerde agenda “binnen een muntunie is het belangrijk dat loonontwikkelingen zich in lijn met de arbeidsproductiviteit ontwikkelen”. Welnu, de Rabobank heeft berekend dat de lonen in de marktsector de afgelopen zestien jaar 8% zijn achtergebleven bij de arbeidsproductiviteit. Dus wij zien geen excuses meer.

Nederland importeert ook een zeer groot deel van haar consumptie, dus de conclusie van de Europese Commissie, dat Nederland momenteel het proces van herbalancering in de eurozone vertraagt, is op zijn minst gedeeltelijk terecht. Het kabinet zoekt, in haar brief en in de antwoorden op de vragen over dit onderwerp, op uitputtende wijze naar nieuwe excuses en uitvluchten. Het kabinet wijst er op dat diverse eurolanden die doorgaan als ‘zwak’ inmiddels overschotten hebben gerealiseerd op hun betalingsbalans. Dat klopt ook wel, maar hebben zij dat gedaan dankzij het macrobeleid van Nederland en Duitsland, of ondanks? Lagere lasten en hogere bestedingen in met name Nederland en Duitsland, had de boter bij de vis moeten zijn van het proces van herbalancering en het volmaken van de interne markt. Het gaat dan niet alleen om een hogere platte import voorzitter maar ook om meer vakantieboekingen, cross-border bedrijfsinvesteringen, onroerend goed transacties en arbeidsmigratie. Alle inspanningen ter volmaking van de interne markt vertegenwoordigen wat mij betreft de grote vis waar alle EU landen van profiteren. Ga zo door! Maar de boter ontbreekt en zonder boter koekt de pan aan. Het resultaat is er dan ook naar: schrale toekomstkansen in het zuiden en schrale inkomensontwikkeling in het noorden.

Het vervelende is echter dat de kritiek van de Nederlandse regering ook wel gedeeltelijk terecht is. Je kunt van mening verschillen over begrotingsbeleid maar uiteindelijk kan elke euro maar 1 keer uitgegeven worden. Vanuit een Europees economisch perspectief is het ‘wegstimuleren’ van het Nederlandse overschot pas kansrijk, als andere sterke landen op volle kracht meedoen en de zwakke landen de ruimte gebruiken voor groeibevorderende hervormingen. De kans is echter levensgroot aanwezig, dat andere landen niet meedoen c.q. niet hervormen en dan staan we daar moederziel alleen met ons stimuleringspakket. Dan ontstaat er geen positieve feedbackloep en dan kan je jezelf beter beperken tot puur eigenbelang. Maar dat is dan meteen ook de concrete aanbeveling waarvan ik hoop dat deze Minister hem meeneemt naar Europa. Maak duidelijk dat Nederland bereid is om extra te stimuleren, met name op de loonontwikkeling. Vraag Duitsland en enkele andere lidstaten om mee te doen en dwing in ruil daarvoor een grote hervorming en begrotingsconsolidatie af in Italië, Frankrijk, Spanje en Griekenland. Dan hebben we een win-win situatie met positieve kruisbestuiving, gesteund door een steeds beter functionerende interne markt. Dan staan de zwakke eurolanden er over een paar jaar misschien goed genoeg voor om de volgende crisis zelf het hoofd te kunnen bieden. Hoe meer we van elkaar consumeren en hoe meer we in elkaar investeren, des te minder fiscale transfers van Noord naar Zuid er nodig zijn. Ik ben echt bij lange na niet de enige die ziet dat de marges bij andere eurolanden zodanig klein zijn, dat elk zuchtje tegenwind weer crisissferen kan oproepen. Wij Voorzitter, wij willen en kunnen er best een schepje bovenop doen maar dan wil ik weten: wat krijgen we ervoor terug? Gedisciplineerde partners die hun deel van de afspraak nakomen of boze boeren en burgers die over een paar maanden doodleuk de weg naar de Côte d’Azur weer voor ons blokkeren?”

Voorzitter, niemand in dit huis is voorstander van BTW-carrouselfraude en iedereen in dit huis werd enthousiast toen inzichtelijk werd gemaakt dat deze fraude ter waarde van misschien wel 50 miljard zou worden aangepakt. Maar die berekening is alweer jaren geleden. Waar staan we nu in het proces? Gaat het nog steeds om 50 miljard. Ik lees ‘straks’. Maar wat is straks? Wil de minister alstublieft druk zetten op dit dossier. Het zijn criminelen die dit geld in hun zak steken voorzitter. Zij worden rijk terwijl wij zitten te praten. Wat mijn fractie betreft wordt het jachtseizoen op deze parasieten geopend. Liever gisteren dan vandaag. Ik hoor graag harde toezeggingen.”

© 18 april 2018