Belastingdienst Foto Harry Breugom

Bij het bespreken van de fiscale beleidsagenda pleitte 50PLUS voor goede uitvoerbaarheid en begrijpelijkheid van het belastingstelsel, voor het snel afbouwen van fiscale leeftijdsdiscriminatie en voor speciale aandacht voor fiscaliteit in het jaar dat de pensioenleeftijd wordt bereikt. 

In het debat over de fiscale beleidsagenda van het kabinet stelde Martin van Rooijen namens 50PLUS enkele belangrijke aanpassingen voor. Het Kamerlid streed tegen ‘fiscale leeftijdsdiscriminatie’. Als er wordt gesproken over ‘het verlagen van de lastendruk op arbeid’ wordt er door dit kabinet – en ook door de eerdere kabinetten Rutte – nooit het verlagen van de lastendruk op vroegere arbeid bedoeld, hield Martin staatssecretaris Snel van Financiën voor. Hij betitelde dit als ‘fiscale leeftijdsdiscriminatie’. “En daar vechten wij tegen. Ik doel dan met name op de arbeidskorting waar inmiddels al bijna 20 miljard aan wordt uitgegeven en die er ook aan bijdraagt dat de effectief betaalde premie voor de AOW gigantisch wordt uitgehold”, aldus Van Rooijen.

Fiscale verwarring

Martin van Rooijen vroeg staatssecretaris Snel om speciale aandacht voor fiscaliteit in het jaar dat mensen de pensioenleeftijd bereiken. “De verhoging van de AOW-leeftijd veroorzaakt veel fiscale verwarring; wij ontvangen daar veel brieven en e-mails over”, zei het Kamerlid van 50PLUS, die aankondigde dat 50PLUS met voorstellen komt bij het Belastingplan.

Draagvlak

Begrijpelijkheid – en het dus voorkomen van verwarring bij de burgers en ondernemers – was ook een speerpunt van Van Rooijen in het debat. “Een duidelijk te begrijpen belastingstelsel zou enerzijds goed zijn voor het draagvlak van burgers en anderzijds goed voor de lust van ondernemers om te ondernemen.” Streven naar begrijpelijkheid van de belastingen is volledig naar de achtergrond verdwenen, stelde Martin tot zijn teleurstelling vast. Het Kamerlid drong ook aan op een goede uitvoerbaarheid van de belastingwetten. “Uitvoerbaarheid van het belastingstelsel door een goed geëquipeerde Belastingdienst is de kurk waar dit hele land op drijft!”, aldus Martin van Rooijen. •

 

► Volledige inbreng van Kamerlid Martin van Rooijen bij het algemeen overleg Fiscale Agenda met staatssecretaris Snel van Financiën:
  
“Ik val meteen met de deur in huis. Wij willen dat wanneer er in fiscale context gesproken wordt over het verlagen van de lastendruk op arbeid hierbij ook de lastendruk op vroegere arbeid wordt bedoeld. Het onderscheid waar achtereenvolgende kabinetten voor hebben gekozen, ook dit kabinet wéér, is fiscale leeftijdsdiscriminatie. Daar vechten wij tegen. Ik doel dan met name op de arbeidskorting waar inmiddels al bijna 20 miljard aan wordt uitgegeven en die er ook aan bijdraagt dat de effectief betaalde premie voor de AOW gigantisch wordt uitgehold. In de inleiding van de fiscale beleidsagenda staat in dit verband een zin waar ik al helemaal niet vrolijk van wordt: ‘lastenverlichting voor burgers door lagere lasten op arbeid; dit wordt mogelijk door een schuif naar indirecte belastingen’. Met andere woorden: de BTW voor iedereen gaat omhoog en de belasting op arbeid gaat omlaag. En we weten zo langzamerhand wat de kabinetten van Mark Rutte verstaan onder ‘lasten op arbeid’. Dan telt belasting op vroegere arbeid ineens niet meer mee.

50PLUS beschouwt deze fiscale agenda verder als een logische vertaling van het regeerakkoord. Er staan weinig elementen in die er niet in zouden moeten staan. Er ontbreken wel elementen en wij zijn een beetje teleurgesteld dat ‘goede uitvoerbaarheid’ nummer vier heeft gekregen op de lijst. De staatssecretaris zal zeggen dat het niet uitmaakt maar dat had wat ons betreft toch wel een paar plekjes hoger gemogen, gezien de urgentie. Uitvoerbaarheid van het belastingstelsel door een goed geëquipeerde Belastingdienst is de kurk waar dit hele land op drijft. Als uitvoering van de heffing gevaar loopt, dan hebben alle 4 de andere prioriteiten van de fiscale agenda geen enkele betekenis. Wat mijn fractie verder opvalt is een gebrek aan aandacht voor de ‘begrijpelijkheid’ van het belastingstelsel c.q. het verminderen van de complexiteit. Nog niet zo lang geleden was het minder complex maken van het belastingstelsel een hoofddoel op zichzelf. Een goed te begrijpen belastingstelsel zou enerzijds goed zijn voor het draagvlak van burgers en anderzijds goed voor de lust van ondernemers om te ondernemen. Daar horen we de laatste tijd niet zoveel meer over. Het CPB geeft ook geen modelmatige voordelen voor vereenvoudiging van het belastingstelsel. Integendeel. Fiscaal participatiebeleid was een belangrijke aanjager van complexiteit en fiscale discriminatie. En ook in de recente CPB-publicatie over de structurele effecten van GroenLinks-varianten op werkgeverslasten zien we wederom dat méér complexiteit volgens het CPB de hoogste groei oplevert. Voorzitter, mijn fractie wil meer aandacht voor de schaduwkanten van deze adviezen, vooral in een tijd dat de dienst het niet meer aankan en steeds meer belastingbetalers er geen snars van begrijpen. 

Graag wil ik ook puntsgewijs aangeven dat we de nodige prioriteiten missen in de planning van het kabinet.

1. Wij willen extra aandacht voor een evaluatie van de specifieke fiscale wetten en regelgeving die zich concentreren in het jaar dat mensen de pensioengerechtigde leeftijd bereiken. De verhoging van de AOW-leeftijd veroorzaakt ook veel fiscale verwarring bovenop de fiscale complexiteit die voor veel mensen sowieso niet meer te doorgronden is. Wij ontvangen daar veel brieven en e-mails over. Mijn fractie zal op dit punt actie ondernemen richting het Belastingplan.

2. Wij willen dat alle CPB multipliers van de arbeidskorting, de combinatiekorting, LIV, LKV, kinderopvangtoeslag en andere onderdelen van het fiscaal participatiebeleid grondig worden geëvalueerd en geactualiseerd. Tevens willen wij apart onderzoek naar het fiscaal participatiebeleid door een ander instituut dan het CPB. De vele tientallen miljarden die er  in omgaan rechtvaardigen deze wens. We weten macro-economisch eigenlijk nog veel te weinig over de langetermijneffecten van dit fiscaal complexe beleid. Het micro managen van inkomens door de overheid met een waaier aan instrumenten kan volgens diverse vooraanstaande economen ook welvaartverliezen opleveren. Daar weten we  nog veel te weinig van. Kan de staatssecretaris aangeven of hij dat met ons eens is? Als ik mij gesteund voel, dan overwegen wij actie op dit punt.

3. Tot slot, een puntje van een andere aard, maar wel in relatie tot het voorgenomen afschaffen van de dividendbelasting. Ik heb hier voor mij de Motie Hoekstra cs van 17 november 2015. In deze motie wordt de regering verzocht om, kort gezegd, ‘zich in het vervolg te onthouden van een koppeling van eigenstandige wetsvoorstellen aan het belastingplan’. Mijn fractie zou graag zien dat het afschaffen van de dividendbelasting in een apart wetsvoorstel wordt behandeld zodat we er ook separaat over kunnen oordelen. En ik ben benieuwd of het kabinet daar, mede in het licht van deze motie van de huidige minister van Financiën, toe bereid is.”

© 17 mei 2018