D66 zal moeten kiezen tussen een bindend referendum of uit het kabinet stappen. Bovendien moet de Eerste Kamer het besluit over het afschaffen van het raadgevend referendum uitstellen.

Dat is de eerste reactie van 50PLUS-Eerste Kamerlid Jan Nagel op het rapport Tussenstand van de staatscommissie Parlementair stelsel dat donderdag 21 juni is uitgebracht. Dit rapport laat volgens Nagel geen twijfel mogelijk.

Nu er in het rapport van de commissie-Remkes een bindend correctief referendum wordt voorgesteld, kunnen volgens Senator Nagel D66 en minister Ollongren zich niet langer verstoppen. “Of de vroegere vernieuwingsbeweging D66 doet voorstellen voor een dergelijk referendum of stapt uit het kabinet. Helemaal niets doen en in strijd met het eigen verkiezingsprogramma het raadgevend referendum schrappen is  ondenkbaar, zoals ook hoogleraar staatsrecht Wim Voermans stelt”, zegt Nagel.

Volgens de 50PLUS-politicus zal D66 kleur moeten bekennen. “Grauw blijven of iets aan de vernieuwing doen. 50PLUS zal in de Eerste Kamer uitstel van de stemming over het raadgevend referendum vragen om de discussie over he rapport af te wachten. Ook de VVD-senatoren zullen zich geen fractiediscipline moeten laten opleggen nu de voorzitter van de staatscommissie en VVD-coryfee Remkes voor het referendum kiest. Het kan niet waar zijn dat de Eerste Kamer zich niets aan dit rapport gelegen laat liggen,” aldus Jan Nagel.

Volgens hoogleraar staatsrecht Wim Voermans is het onbestaanbaar als de Eerste Kamer met dit rapport van de staatscommissie de referendumwet nu nog in zou trekken. Hieronder staat zijn volledige reactie op het rapport.

"Het rapport geeft een sterkte/zwakte analyse van ons politieke stelsel en concludeert dat onze representatieve democratie op punten versterking behoeft, onder meer via vormen van directe democratie. De commissie kondigt in dat licht aan dat het in haar eindrapport komt met voorstellen die de bevolking de mogelijkheid gaan bieden zich in een referendum uit te gaan spreken over een specifieke wet. Zo’n correctief referendum is in de ogen van de staatscommissie, bij verstandig en terughoudend gebruik, niet zo zeer een verzwakking maar veeleer een versterking van de representatieve democratie. 

'Om dit verstandige en terughoudende gebruik te bevorderen is voor de staatscommissie de precieze vormgeving van het referendum-instrument een belangrijk punt van aandacht.' (p. 55). De commissie denkt er zelfs over om een bindend referendum voor te stellen. Wat daarbij wel een probleem is, volgens de staatscommissie, is dat voor een bindend referendum de Grondwet moet worden aangepast.

De commissie wil de ruimte nemen ook goed over de argumenten en vormgeving van dergelijke instrumenten van directe democratie na te denken. Dat proces zou de pas afgesneden worden als de Eerste Kamer, zoals nu het voornemen is, op 3 juli 2018 toch met een eindstemming een einde maakt aan het raadgevende referendum dat we nu kennen.

Het zou onverstandig, onhoffelijk en eigenlijk ook onbestaanbaar zijn, als de Eerste Kamer op deze manier de mat onder het werk van staatscommissie vandaan zou trekken. Ik hoop dat de Eerste Kamer zijn naam van ‘Chambre de reflection’ (reflectie-kamer) eer zal doen en de behandeling van de intrekkingswet aanhoudt tot aan het moment dat de staatscommissie met haar uiteindelijke voorstellen komt. Nu politieke feiten proberen te maken met een minimale meerderheid over zo’n omstreden en wezenlijk democratisch vraagstuk past zo’n eerbiedwaardig instituut niet."

Lees ook: Eén-op-één de verkiezingspunten van 50PLUS

© 21 juni 2018