Nederland is op democratisch gebied een achterlijk landje. De Eerste Kamer degradeert zichzelf.  Een stukje democratie wordt afgepakt zonder iets terug te geven. De minister deponeert bij voorbaat het rapport van de Commissie Parlementair Stelsel in de prullenbak. En D66 is de nieuwe regentenpartij die weet wat goed voor de burger is.

50PLUS-Eerste Kamerlid Jan Nagel was niet mals in zijn kritiek op de gang van zaken van het kabinet en regeringspartij D66 bij de verdere behandeling dinsdag 3 juli van het wetvoorstel tot opheffing van het raadgevend referendum.

De 50PLUS-Senator wees er onder meer op dat in West-Europa Nederland naast België het enige land zal zijn, als het aan de regering ligt,  dat geen enkel nationaal referendum kent. In West-Europa is Nederland nu al het enige land dat geen gekozen burgemeester kent. En wereldwijd kent men in alle varianten referenda.

Nagel bracht in de Senaatsvergadering naar voren dat ‘terwijl de Nederlandse kiezers in alle toonaarden laten weten meer democratie te willen en het tussenrapport van de Commissie Parlementair Stelsel het referendum aanbeveelt, de regering, gesteund door de arrogantie van de macht van één stem meerderheid, zichzelf uitroept tot een “volwaardige parlemenatire democratie”.'  Laten we zeggen hoe het is: de genoemde feiten maken Nederland op democratisch gebied tot een achterlijk landje, tekende Nagel daarbij aan.

De 50PLUS-politicus gaf zijn mede-Senatoren met klem de opvatting van hoogleraar staatsrecht Wim Voermans in overweging dat een eindstemming nu over het raadgevend referendum de pas afsnijdt voor het verdere proces over directe democratie en dat daarmee de mat onder het werk van de staatscommissie weggetrokken wordt.

De opvatting van Voermans is dat het nu politieke feiten maken met een minimale meerderheid over zo’n omstreden en wezenlijk democratisch vraagstuk, niet past bij zo’n eerbiedwaardig instituut als de Senaat. 50PLUS onderschrijft deze opvatting en hoopt dat er binnen de coalitiepartijen zelfstandig en onafhankelijk denkende leden zijn die hun mening tot gelding zullen brengen.

Op de leden van D66 in de Senaat deed Jan Nagel het beroep zich niet te laten knechten door de fractiediscipline maar trouw te zijn aan hun oprichtingsbeginselen en vooral hun laatste verkiezingsprogramma. “Die niet willen dat deze intrekkingswet een feit wordt. Die niet accepteren dat dit gebeurt zonder een afgesproken wetsevaluatie na drie jaar. Die willen wachten op het debat over het advies van de Staatscommissie Parlementair Stelsel over de referenda. Die het er mee eens zijn, zoals Jan Terlouw, dat een referendum over het afschaffen mogelijk moet zijn. Die dit geen goed democratisch bestuur vinden, die niet willen dat de kiezers een beleid krijgen waarin zij nooit zijn gekend en waarvan de meerderheid dit juist niet wil en die door hebben dat de in een diepe crisis verkerende politieke partijen hun belangrijke plaats hebben verspeeld door steeds te zoeken naar kulargumenten om de macht niet uit handen te geven. 50PLUS wil hierbij alle D66-fractieleden persoonlijk aanspreken”, aldus Nagel.

Namens de tweekoppige Senaatsfractie van 50PLUS diende hij een motie in. Daarin wordt er naar verwezen dat er op 20 juni een zitting is geweest omtrent de afschaffing van het referendum voor de Haagse rechtbank, aangespannen door de Stichting Meer Democratie tegen de Staat der Nederlanden. De rechtbank heeft bepaald dat hierover op 1 augustus uitspraak zal worden gedaan. Volgens 50PLUS is er geen enkele spoedeisende reden is om de uitspraak van de rechtbank op 1 augustus  niet af te wachten. Daarom wordt in de motie de regering verzocht een aangenomen wetsvoorstel inzake opheffing van het raadgevend referendum niet te bekrachtigen voordat de genoemde uitspraak bekend en bekeken is. De motie komt later in stemming.

Klik HIER om de volledige tekst te lezen die Jan Nagel in de Senaat uitsprak.

© 3 juli 2018