50PLUS wil van minister Blok weten wat de schade is in het internationale diplomatieke verkeer van zijn uitspraken op 10 juli.

Minister Stef Blok - Foto: Rijksoverheid

50PLUS waardeert het dat minister Stef Blok zijn uitspraken achteraf heeft aangeduid als ongelukkig en onzorgvuldig en dat hij ze heeft teruggenomen. De Tweede Kamerfractie van 50 PLUS wil nu van Blok weten wat de resultaten zijn van de contacten die hij heeft gehad met de landen die zich hebben gestoord aan zijn uitspraken tijdens een informele bijeenkomst op 10 juli. Hebben ze zijn excuses aanvaard en gaan ze over tot de diplomatieke orde van de dag? Of is er nog steeds sprake van schade aan de wederzijdse betrekkingen? “Het antwoord is bepalend voor de positie van de heer Blok”, zei Kamerlid Martin van Rooijen tijdens het debat. “Kan Blok na zijn excuses, terugtrekking van opmerkingen en contact zoeken zijn werk als minister van Buitenlandse Zaken blijven doen zonder schade, of is het in de praktijk spitsroeden lopen?”

Inbreng van Martin van Rooijen tijdens het debat met Stef Blok, minister van Buitenlandse Zaken, over zijn uitspraken:

“Een politieke uitglijder aan het begin van een zomerreces kan in de loop van het reces een beetje uit beeld raken. Er kunnen andere zaken zijn die wat er is gezegd of gebeurd overschaduwen. Dat is bij het onderwerp dat nu op de agenda staat niet het geval. Regelmatig kwamen de uitspraken van minister Blok langs in de nieuwmedia en toen het kabinet op 17 augustus voor het eerst weer bijeen kwam, verdrongen de journalisten zich rond de minister en zijn collega’s met vragen over de uitspraken.

En ook tijdens de informele bijeenkomst in het Catshuis op 21 augustus ging het bij de journalisten maar om twee onderwerpen: de uitspraken van minister Blok en de dividendbelasting. Over dat laatste onderwerp komen we ongetwijfeld nog uitvoerig te spreken, maar vandaag gaat het over wat onze minister van Buitenlandse Zaken heeft gezegd tijdens een informele bijeenkomst op 10 juli.

50PLUS heeft net als iedereen de integrale tekst van de minister op 10 juli kunnen lezen. Daardoor zien we ook in welke context die uitspraken zijn gedaan. Gelukkig hoeven we hier niet meer de discussie te voeren of we deze minister wel of niet kunnen aanspreken op wat hij heeft gezegd tijdens een informele, besloten bijeenkomst. Minister Blok heeft zelf duidelijk gemaakt dat hij zijn uitspraken zelf ongelukkig en onzorgvuldig vindt en dat hij de gewraakte passages terugneemt. 

Op zich is dat wat 50PLUS betreft de juiste houding. Mijn fractie heeft ook niet de behoefte om de desbetreffende uitspraken hier nog eens uitvoerig onder de loep te leggen en met de minister in debat te gaan over de vraag of zijn waarnemingen nu wel of niet overeenkomen met de werkelijkheid. Want laten we eerlijk zijn, over de onderwerpen waar het hier over gaat heeft iedereen zijn eigen werkelijkheid. Er zijn hier partijen in dit huis die het eens zijn met de minister; anderen spreken er hun afschuw over uit. Ook binnen de Nederlandse bevolking lopen de meningen uiteen.

Voor onze fractie is het belangrijk in hoeverre deze ongelukkige en onzorgvuldige uitspraken – we houden het maar bij de terminologie van de minister – onze internationale positie heeft geschaad. Want het maakt wel een verschil of dit soort uitspraken – zeker als het over andere landen gaat – komt van de minister van Landbouw of van de minister van Buitenlandse Zaken.

De minister heeft gezegd dat hij contact heeft gehad met zijn collega’s in Polen en Tsjechië over de opmerkingen die hij over die landen heeft geraakt. Wij horen graag van de minister hoe de verhouding met die landen nu is. Hebben ze de excuses aanvaard en gaan ze over tot de diplomatieke orde van de dag, of is er nog steeds sprake van schade aan de wederzijdse betrekkingen? En met welke andere landen heeft de minister hierover contact gehad en hoe zijn die contacten verlopen?

De opmerkingen over Polen en Tsjechië waren behoorlijk kort door de bocht, maar het benoemen van Suriname als ‘failed state’ is nog een tandje erger. Nadat de eerste excuses door de Surinaamse regering als onvoldoende werden bestempeld, zou de minister opnieuw contact zoeken. Wij horen graag hoe dat contact is verlopen en wat het resultaat is. Heeft in gevallen waar het erg hoog leek op te lopen de minister-president nog een bijdrage geleverd aan het herstellen van de diplomatieke vrede?

Het antwoord op voorgaande vragen is bepalend voor de positie van de heer Blok. Kan hij na zijn excuses, terugtrekking van opmerkingen en contact zoeken zijn werk als minister van Buitenlandse Zaken blijven doen zonder schade, of is het in de praktijk spitsroeden lopen?”


Inbreng in tweede termijn:

"We zijn al weer vele uren bezig met een debat over een paar minuten tekst van de minister van Buitenlandse Zaken tijdens een besloten bijenkomst. Mijn fractie had die tijd eigenlijk liever gebruikt voor een interpellatiedebat over de dividendbelasting. Daarmee wil ik het belang van dit debat niet bagatelliseren, want omstreden uitspraken van een minister verdienen nu eenmaal voorrang in het politieke debat.

Deze minister heeft duidelijk een probleem. Het is en blijft een bijna onmogelijke opgave om iets wat je nu eenmaal hebt gezegd, ongedaan te maken. Door te zeggen dat je het wel hebt gezegd, maar dat je het niet zo niet hebt bedoeld. Dat het achteraf gezien ongelukkig en onzorgvuldig was. Maar gezegd blijft gezegd. Dus dan word je in deze Kamer op elk onderdeel van je uitspraken gefileerd. En ik moet zeggen dat de minister bij mijn fractie geen sterke indruk heeft achtergelaten.

Ik heb in mijn eerste termijn aandacht besteed aan de positie van de minister in het internationale politieke krachtenveld. Volgens de minister zit het daar wel goed mee, want zijn agenda is immers bomvol. Dat vind ik zelf nog niet bepaald een garantie dat er geen sprake is van politiek wantrouwen bij andere landen.

Een minister van Buitenlandse Zaken spreekt in zijn dagelijks functioneren heel vaak in beslotenheid. Ik kan me voorstellen dat zijn gesprekspartners zich nog wel eens zullen afvragen of zij straks te maken krijgen met een minister die achteraf publiekelijk verklaart dat wat hij in beslotenheid heeft gezegd, achteraf ongelukkig en onzorgvuldig was en dat hij het allemaal terugtrekt. Deze minister heeft wat ons betreft nog wel even te maken met een  geloofwaardigheidsprobleem.

Dat speelt ook in de landen in Oost-Europa die volgens hem kunnen worden afgeschreven als thuishaven voor vluchtelingen. Mijn fractie vindt dat een onverstandige uitspraak. Op zich zal die niet veel veranderen in de bereidheid van die landen om vluchtelingen op te vangen, maar ze hebben nu een extra argument om die houding te verdedigen. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken heeft immers gezegd dat ze die vluchtelingen toch wel niet zullen toelaten. Natuurlijk zijn er andere mogelijkheden om die landen onder druk te zetten en we vertrouwen erop dat de minister daaraan ook zal bijdragen. Maar het blijft lastig als het om de internationale geloofwaardigheid van de minister gaat."

© 5 september 2018