“Ons eens zo trotse pensioenstelsel is in een paar jaar tijd getransformeerd van vertrouwensanker naar speelbal van de financiële markten”, zei Martin van Rooijen tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen.

Spaarvarkentje - Foto: Rawpixel (Unsplash)

Onder de onderhandelingen over een nieuw pensioenakkoord is volgens 50PLUS een bom gelegd door Klaas Knot, president van de Nederlandsche Bank. Knot meldde in een recente brief dat de rekenrente waarmee pensioenfondsen verplicht moet rekenen in beton gegoten blijft. Daarmee riskeert hij kortingen op de pensioenen voor tien miljoen Nederlanders. “Met die inmiddels beruchte rekenrente hebben we een paard van Troje binnengehaald”, waarschuwde Martin van Rooijen.

► ‘Is hier sprake van een één-tweetje van Knot en Koolmees?’

Over de ‘bombrief van Knot’ vroeg Van Rooijen: “Is hier sprake van een welbewust één-tweetje van Knot en minister Koolmees? En is die bom welbewust gelegd om ervoor te zorgen dat het regeerakkoord over individuele potjes toch nog wordt uitgevoerd, ondanks het feit dat de sociale partners – die er alleen over gaan – daar mordicus tegen zijn?”

► ‘De dividendbelasting is zíjn speeltje, zíjn missie’

Vanzelfsprekend kwam tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting ter sprake. Martin van Rooijen betitelde dat inmiddels als ‘een solo-optreden van premier Rutte’. “De minister van Financiën mag toekijken en meeluisteren. Helemaal alleen mag de premier het afschaffen van de dividendbelasting verdedigen, as een superminister van Financiën. Zijn speeltje,  zijn missie.”

► ‘Dat is een ongelooflijke streek!’

Uit alle eerdere debatten over het afschaffen van de dividendbelasting met Rutte is gebleken dat hij met lege handen staat en dat hij een boterzachte onderbouwing heeft met slechts enkele grijsgedraaide argumenten, constateerde Martin van Rooijen. Het Kamerlid hekelde opnieuw het ‘verpakken’ van dit plan in een pakket maatregelen waartegen ja of nee moet worden gezegd. Het pakket omvat ook invoering van maatregelen die misbruik moeten tegengaan. “Een grote meerderheid, inclusief 50PLUS, steunt dat wél. Dat is namelijk aanpak van belastingontwijking. Dat wil verdorie heel Nederland! Maar daar kan ik als Tweede Kamerlid dus alleen mee instemmen als ik ook voor het afschaffen van de dividendbelasting stem. Dat is toch een ongelooflijke streek?!”, aldus een verontwaardigde Martin van Rooijen. 

► ‘Wiebes heeft de Belastingdienst behandeld als een weeskind’

Er zijn grote problemen bij de Belastingdienst. Martin van Rooijen wees naar Wiebes: “Alles wat deze minister achterlaat kost op één of andere manier altijd geld. Meestal veel meer dan eerder gedacht. De Belastingdienst heeft hij behandeld als een weeskind!” Wiebes liet bij de Belastingdienst een puinhoop achter, constateert Van Rooijen. En: “Het ZZP-dossier kon hij niet aan. Voor het klimaatbeleid houd ik mijn hart vast; ook dit is in verkeerde handen. Dat kan nooit goed aflopen met een chaoot achter het stuur.”

► ‘Gepensioneerden zijn het kind van de rekening’

“De economie groeit in een paar jaar tijd met 10 procent, maar bij de koopkracht blijft dit kabinet slechts rommelen achter de komma”, rekende Martin van Rooijen voor. “Elke vooruitgang verdwijnt weer bij elk zuchtje inflatie. Extra compensatie voor de BTW-verhoging is in onze ogen dan ook absoluut noodzakelijk. Gepensioneerden zijn vanaf 2008 het kind van de rekening geweest. Die trend heeft zich gewoon voortgezet over 2017 en 2018. Belangrijkste oorzaak hiervan is natuurlijk het niet indexeren van aanvullend pensioen vanaf 2008.” Het Kamerlid van 50PLUS stelde vast dat ‘het managen van zoet en zuur onder Rutte vooral goed uitpakt voor miljonairs en grote bedrijven’.

► ‘De Tweede Kamer zit er voor spek en bonen bij’

Voor Rutte en zijn huidige kabinet had Martin van Rooijen geen goed woord over. “Onder dit kabinet hebben we praktisch te maken met een presidentieel stelsel met de Tweede Kamer als stembureau. De Tweede Kamer kan debatteren wat zij wil, maar zit er bij de belangrijke wetsvoorstellen voor spek en bonen bij. (…) Ons land wordt eigenlijk al heel lang en steeds meer door een trojka van drie instituties geregeerd. Dat zijn het  ministerie van Financiën, de Nederlandsche Bank en het Centraal Planbureau. Zij bepalen de hoofdlijnen van het beleid!” Een interessant samenspel, als het maar niet zo ondemocratisch was, aldus Martin van Rooijen.

Lees ook: Compensatie BTW-verhoging ‘absoluut noodzakelijk’


 De volledige inbreng van Kamerlid Martin van Rooijen bij de Algemene Politieke Beschouwingen:

“Na de wat chaotisch verlopen eerste dag van de Algemene Politieke Beschouwingen staan we nu voor de eerste dag van de Algemene Financiële Beschouwingen.

Vroeger werden de APB en AFB tegelijkertijd gehouden onder de vlag van de Algemene Politieke en Financiële Beschouwingen. De APFB had een zwaardere statuur en werd pas 3 weken na Prinsjesdag gehouden. Eerst ging de Kamer luisteren naar het land. De bonden, de werkgevers, de boeren, het MKB, noem maar op. Die werden allemaal ontvangen en zij hielden in  Nieuwspoort hun persconferenties. Dus het land, de burger, voelde zich gehoord, serieus genomen. Daarna kwam pas de Tweede Kamer, met zijn inbreng naar het kabinet. Nu lijkt het of politiek Den Haag helemaal niet meer geïnteresseerd is in de meningen buiten Den Haag. Nu gaan we na Prinsjesdag onmiddellijk verder, onder elkaar. Voorzitter, 50PLUS is niet per se conservatief, maar wij kijken soms met weemoed terug. En dat doe ik vandaag.

Nu is het een solo-optreden van de premier. De minister van Financiën mag toekijken en meeluisteren. Helemaal alleen mag premier Rutte het afschaffen van de dividendbelasting verdedigen. Als een superminister van Financiën. Zijn speeltje,  zijn missie. De Algemene Financiële Beschouwingen staan inmiddels ver in de schaduw en zijn verworden tot een ondergeschikt debat. Het grote politieke spel is gespeeld en Rutte heeft bekaam en handig geen toezeggingen gedaan. Politiek gezien blijkt er geen financiële speelruimte. Met name niet voor de oppositie en daarmee kom ik op een democratisch en staatsrechtelijk aspect: het democratisch deficit.

Onder dit kabinet Rutte 3 hebben we praktisch te maken met een presidentieel stelsel met de Tweede Kamer als stembureau en de Eerste Kamer in mindere mate ook. Althans tot de verkiezingen maart volgend  jaar. Het Monisme viert steeds meer hoogtij. Het motorblok van 76 schermt alle potentiële openingen hermetisch af. De Tweede Kamer kan debatteren wat zij wil, maar zit er bij de belangrijke wetsvoorstellen  voor spek en bonen bij, zoals  ook bij het Belastingplan 2019 is te verwachten.

Voorzitter, maar het is nog veel zorgelijker. Tijdens het lange debat over de afschaffing van de wet Hillen, de aflosboete, heb ik er op gewezen dat ons land eigenlijk al heel lang en steeds meer door een trojka van 3 instituties wordt geregeerd. Dat zijn het Ministerie van Financiën, de Nederlandsche Bank en het Centraal Planbureau. Zij bepalen de hoofdlijnen van het beleid. Vooral het samenspel binnen de trojka, dat gene wat zich achter de schermen afspeelt, is ontzettend interessant, als het maar niet zo ondemocratisch was. Het kabinetsbeleid steunt heel sterk op de pilaren van deze trojka. Als zij apart met plannen komen dan houdt een kabinet daar sterk rekening mee. Doen zij het samen, dan is het slechts een kwestie van tijd.

Pensioenstelsel

De nieuwe Pensioenwet van 2005 was een prachtig voorbeeld. Als een dief in de nacht werd op een laat moment voor de berekening  van de pensioenverplichtingen de vaste rekenrente van 4% afgeschaft en vervangen door de marktwaardering. DNB bepaalde dat die waardering gesteld moest worden op de contante waarde op basis van de risicovrije rente. Waarom? Omdat het ABP anders dreigde te moeten korten en op dat moment was de marktrente ruim 5% en dus vloog de dekkingsgraad van het ABP omhoog en waren kortingen van tafel. De gehele pensioensector vond dat uiteraard prachtig. Maar ik kan u verzekeren, de hele sector heeft daar al lang spijt van als haren op hun hoofd. Met de risicovrije rente – de inmiddels beruchte rekenrente – hebben zij een paard van Troje binnengehaald. En ons trotse pensioenstelsel transformeerde in een paar jaar tijd van vertrouwensanker naar speelbal van de financiële markten. 

Alles wat we tot 2005 deden in pensioenland is vandaag niets meer dan een verre geschiedenis. De trojka en vervolgens een meerderheid in de kamer hebben de rekenrente tot het R woord verklaard. Het mag niet veranderen.

Ook de 10-jarige lijdensweg van pensioenakkoorden is een prachtig voorbeeld. De sociale partners willen dat vormgeven maar Financien en DNB spelen de baas met voortdurende veto’s. Zij blokkeerden in 2013 in een late fase het wetsvoorstel dat op basis van het voorontwerp van de ambitieovereenkomst - het zogenaamde reële stelsel - was opgesteld. En wat is er vorige week gebeurd? In antwoord op vragen van 50PLUS in juni, kwam Koolmees als donderslag bij heldere hemel met een onleesbare brief over de rekenrente. Die blijft in beton gegoten, zelfs als de pijlers onder het pensioengebouw worden bijgesteld met zachtere aanspraken. Daarmee legt Knot een bom onder de onderhandelingen over een pensioenakkoord. Minister Koolmees heeft die bombrief van Knot overigens nog 8 dagen op zijn bureau laten liggen, ik denk bewust, tot na het debat van afgelopen woensdag over invoering van de pensioenrichtlijn IORP. Maar waarom is de bombrief van Klaas Knot dan zo explosief voor de onderhandelingen over een pensioenakkoord? Mijn telefoon stond al roodgloeiend nog voordat de brief wel en wee was binnengekomen bij de Tweede Kamer! Dat gebeurt echt niet als het een holle brief was geweest met louter herhaling van wat we al wisten. Klaas Knot komt in deze brief namelijk terug op het eerdere standpunt van DNB dat als zekerheid uit de Pensioenwet verdwijnt de rekenrente kan worden verhoogd.

In mei van dit jaar heb ik tijdens een gesprek van de Commissie Financiën met Klaas Knot en Laura van Geest, aan Knot gevraagd of het correct is dat als de zekerheid vervalt de rekenrente omhoog kan. Dit was naar aanleiding van het kort tevoren gelekte concept pensioenakkoord waarin de aanspraken zachter werden gemaakt omdat de zekerheid zou vervallen. Hij antwoordde mij als volgt:

'De keuze van de rekenrente is gewoon een afgeleide van de manier waarop de verplichtingen worden aangegaan. Als u mij vraagt om die wetmatigheid te bevestigen dan kan ik dat doen', antwoordde hij. Er is blijkbaar een conflict geweest binnen de directie van De Nederlandsche Bank. Mevrouw van Vollenhove, directielid van DNB verantwoordelijk voor pensioenen, heeft in maart opgemerkt dat “een minder harde toezegging een andere route is. Dat zou kunnen betekenen dat daarbij een hogere rekenrente hoort”. Ik ben benieuwd of dit conflict inmiddels is bijgelegd. Dit is ook wat ik bedoelde, toen ik aan het begin van mijn betoog suggereerde dat wat zich achter de schermen afspeelt heel interessant is maar dat het met democratie weinig te maken heeft.

Ik vraag de Minister of hier sprake is van een welbewust één-tweetje van Knot en Koolmees. En vraag hem ook of die bom welbewust gelegd is, om er middels een machtspolitieke omweg voor te zorgen dat het regeerakkoord over individuele potjes toch nog wordt uitgevoerd. ondanks het feit dat de sociale partners -die er alleen overgaan – daar mordicus tegen zijn.

Dividendbelasting

Vorig jaar, bij de presentatie van het regeerakkoord, bleek dat de onderhandelende partijen het eens waren geworden over het afschaffen van de dividendbelasting. Sedertdien is duidelijk geworden dat deze maatregel niet bepaald de meest populaire belastingverlaging is, waar een kabinet mee zou kunnen komen, zeg ik met een bepaald gevoel voor understatement. De basisargumenten bleken zwak en de wijze waarop het besluit tot stand is gekomen schimmig. Geen enkel verkiezingsprogramma heeft melding gemaakt van een wens of voornemen tot afschaffing van de dividendbelasting. En zelfs in de uitgebreide CPB doorrekeningen van de programma’s, toch het ideale moment om een controversiële fiscale maatregel in de juiste context te laten zien, heeft het geen plek gekregen. Wel zijn wij veel meer te weten gekomen over de invloed van multinationals op onze politieke besluitvorming. Het is volkomen terecht geweest, dat de Kamer dit kabinet al sinds de presentatie van het regeerakkoord onder vuur neemt als het gaat over deze maatregel. En we zijn er allesbehalve klaar mee.

Vorig jaar heeft de Tweede Kamer tot mijn grote spijt ingestemd met het afschaffen van de Wet Hillen, oftewel de aflosboete. Dat was zeg maar de op 1 na meest controversiële maatregel uit de plannen van dit kabinet. Samen met een bijna volledig verenigde oppositie, heeft 50PLUS er toen voor kunnen zorgen dat het afschaffen van de wet Hillen niet zou worden opgenomen in het pakket Belastingplan, maar zou worden behandeld in een apart / eigenstandig wetsvoorstel. Dat was geen vergezocht politiek trucje. Het apart behandelen van separate wetsvoorstellen is nadrukkelijk de traditie van de afgelopen decennia. Het stelt zowel de Tweede als de Eerste Kamer in staat om een zorgvuldig en separaat politiek eindoordeel te vellen over eigenstandige wetsvoorstellen. En laten we eerlijk zijn, als het afschaffen van de Wet Hillen een eigenstandig wetsvoorstel verdiende, dan verdient de dividendbelasting dat zeker ook. Er staat voor 2019 heel veel op het fiscale programma. De invoering van de zogenaamde vlaktaks, de verhoging en geleidelijke afbouw van de ouderenkorting, de maatregelen tegen belastingontwijking, de verlaging van de winstbelasting en naar verwachting ook het afschaffen van de dividendbelasting. De koppeling van het afschaffen van de dividendbelasting, aan andere maatregelen voor het bedrijfsleven acht ik hoogst onwenselijk en in conflict met de traditie. Ik vind dat geen zuivere koffie Maar het gebeurt toch!

We komen daar uiteraard  in detail op terug bij debat over Belastingplannen in november. Nu het politieke deel. Want het is puur politiek als uit alle eerdere debatten met Rutte is gebleken dat hij met lege handen staat bij de boterzachte onderbouwing met slechts enkele grijsgedraaide argumenten. Vooraf merk ik op dat het om een uiterst controversieel voorstel gaat met een zeer groot budgettair gevolg  van 2 miljard. Alleen al om die reden moet er apart over  gedebatteerd maar vooral ook gestemd kunnen worden.

Het kabinet werkt de indruk dat er een eigenstandig voorstel is omdat er het belastingplan in totaal 7 aparte wetsvoorstellen kent en het voorstel over de dividendbelasting geen onderdeel is van het belangrijkste wetsvoorstel tot verlaging van de Inkomstenbelasting. Maar het voorstel tot afschaffen van de dividendbelasting maakt desondanks onderdeel uit van een pakket van 12 voorstellen van zeer uiteenlopende aard, waarbij de titel “bronbelastingen” vaker niet dan wel de lading dekt.

Het pakket bevat een grote belastingverlaging voor het bedrijfsleven. 50PLUS ziet daar vanaf, ook in onze tegenbegroting, maar een meerderheid in beide kamers zal daar voor willen stemmen. De dividendbelasting is een voorheffing op de inkomstenbelasting van de aandeelhouder. Dat heeft dus niets te maken met het voorstel de winstbelasting voor bedrijven voor bedrijven te verlagen.

Het pakket omvat ook de invoering van een bronbelasting op dividend, interest en royalties voor misbruiksituaties die in 2021 moet ingaan. Mijn veilige inschatting is dat een grote meerderheid, inclusief 50PLUS dit voor stel wél steunt. Dat is aanpak van belastingontwijking. Dat wil verdorie heel Nederland. Maar daar kan ik als Tweede Kamerlid dus alleen mee instemmen als ik ook voor het afschaffen van de dividendbelasting stem. Dat is toch, om eens een andere uitdrukking te gebruiken, een ongelooflijke streek?

Ik verzoek de minister met klem om alsnog een eigenstandig voorstel in te dienen over de afschaffing van alleen de bestaande 15% dividendbelasting. En er is  zoals gezegd een precedent: minister  Hoekstra heeft op verzoek van 50PLUS vorig jaar alsnog de afschaffing van de Wet Hillen uit het aanvullende Belastingplan 2018 gehaald, na een spoedprocedure via de Raad van State. Bovendien hebben alle fractievoorzitters van de oppositie de motie Krol ondertekend, waarin de regering wordt gevraagd een apart wetsontwerp in te dienen. De motie hangt nog boven de markt. Naast het ingediende amendement Leijten Van Rooijen om de dividendbelasting niet af te schaffen dient 50PLUS ook een amendement in om de afschaffing van de dividendbelasting op te nemen in een apart wetsvoorstel.

Voor alle duidelijkheid: ook bij een apart wetsvoorstel kunnen beide kamers nog steeds voor afschaffing van de dividendbelasting stemmen, dus wat weerhoudt het kabinet er nu van om het spel gewoon als gentlemen uit te spelen.

De staat van de Belastingdienst

Minister Hoekstra zei aan het begin van het debat over de Voorjaarsnota dat hij uit zijn vel was gesprongen toen hij de dag ervoor hoorde dat er weer nieuwe problemen waren bij de inning van de erf- en schenkbelasting.

De Belastingdienst valt onder de staatssecretaris maar de minister is staatsrechtelijk verantwoordelijk voor de staatsecretaris en dus ook voor de belastingdienst. Het is dan ook niet meer dan normaal dat de minister betrokken wordt  als zaken bij de Belastingdienst ontsporen. Niet alleen om zich uitvoerig te laten  informeren maar ook om in te grijpen, normaal gesproken samen met de staatssecretaris
Eerder was de Belastingdienst al onder curatele gesteld door het ministerie, hoewel ik niet de indruk heb dat dit al veel zichtbaar resultaat heeft opgeleverd. Minister en staatssecretaris zitten er dan samen bovenop. Waar zaten de ministers en staatssecretarissen dan de afgelopen jaren? Ernaast? Het roept bij mij de vraag op waarom halfslachtige oplossingen (en woorden) nog steeds het ritme bepalen.

50PLUS heeft eerder gepleit voor een tweede aparte staatssecretaris voor de Belastingdienst. Dan is 1 verantwoordelijk voor de fiscale wetgeving en 1 voor de belastingdienst. Wij hebben daarover ook een motie ingediend die nog is aangehouden.

Voor alle duidelijkheid mijn fractie heeft het vertrouwen in Staatssecretaris Snel. Maar je kunt het hem toch niet blijven aandoen dat  hij naast de gigantische fiscale wetgevingsopdracht,  ook verantwoordelijk is voor het bewerkstelligen van een keerpunt bij de Belastingdienst. De Kamer verwacht absoluut op z’n minst een keerpunt. Niet alleen maar damage control.

Als bij een budgettair zo onbelangrijke belasting als de Erf-en Schenkbelasting  de problemen al binnen een jaar boven het hoofd  van de Staatssecretaris zijn gegroeid, dan doet dat vrezen voor de uitvoering van de grote belastingen die tezamen bijna 300 miljard opbrengen. In  mijn ogen nemen we hier onaanvaardbare risico’s en als mijn vrees uit zo komen dan is de ramp niet te overzien, niet voor de schatkist maar ook niet voor de burgers. Het afschaffen van de schenk en erfenisbelasting stond overigens vorig jaar al in het 50PLUS verkiezingsprogramma.

De kamer heeft nu eindeloos moeten debatteren over relatief klein bier en de Staatssecretaris moeten afhouden van zijn vele andere opdrachten die op lange termijn voor het land veel belangrijker zijn. Ik vermoed zo maar dat de minister niet van wijken weet, maar ik ook niet. Een degelijke uitvoering  door de Belastingdienst is een zaak van het gehele kabinet. Alle ministers die netto geld uitgeven, en dat zijn ze op 1 na allemaal, kunnen straks thuisblijven als deze koe niet goed bij de hoorns wordt gevat. Ik kan me ook niet aan de indruk onttrekken dat onze premier zich weinig druk maakt over dit explosieve dossier. Rutte is al 7 jaar eindverantwoordelijk voor de teloorgang van de Belastingdienst en dat is meer dan een abstracte verantwoordelijkheid. Zijn kabinetten, van I t/m III blinken uit in fiscale discriminatie en trucage. Nog nooit in de geschiedenis ging er zoveel geld naar aftrekposten, kortingen, vrijstellingen en andere belastinguitgaven. Ik zal niet nalaten hem ook persoonlijk aan te blijven spreken over de stand van zaken bij de Belastingdienst.

De staatssecretaris heeft een ambitieus plan neergelegd om de Belastingdienst weer op de rails te krijgen nadat die onder zijn voorganger Wiebes totaal ontspoord is. Achteraf gezien, was deze voorganger zo intens en bevlogen bezig met de nooit ingevoerde Belastinghervorming, dat hij te weinig prioriteit gaf aan de modernisering van de Belastingdienst. Ik roep niet zomaar wat. Ik noem slechts het vernietigende rapport van de Commissie Borstlap en de dramatisch verlopen vertrekregeling waarvan hij slecht op de hoogte was. 

Grotesk is evenzeer dat deze gefaalde Staatssecretaris door de VVD vrienden van Premier Rutte tot Minister kon worden gepromoveerd.

Alles wat deze minister achterlaat kost op een of andere manier altijd geld kost. Meestal veel meer dan eerder gedacht. De Belastingdienst heeft hij behandeld als een weeskind. Had de kamer Wiebes weggestuurd als de Kamer het rapport Borstlap1 jaar eerder had ontvangen? De vraag stellen is hem beantwoorden. Nu stuurt hij het klimaatbeleid. Dat beleid is nu al omstreden, vanaf dag 1. Wiebes liet bij de Belastingdienst een puinhoop achter. Het ZZP-dossier kon hij niet aan. Voor het klimaatbeleid houd ik mijn hart vast. Ook dit is in verkeerde handen. Dat kan nooit goed aflopen met een chaoot achter het stuur. Over 1 jaar een kabinetscrisis hierover?

Maar u zult wellicht vragen wat ziet 50PLUS dan als oplossing? Welnu, er zijn geen pasklare oplossingen maar er is wel een inzet die urgentie uitstraalt. Zo’n inzet ontbreekt nu. Ik blijf dan ook pleiten voor een tweede staatssecretaris van Financien. En als dat echt onbespreekbaar blijft, dan heb ik nog wel een ander voorstel in petto, te weten een regeringscommissaris voor de Belastingdienst naar het voorbeeld van de Deltacommissaris.

Ik sta er op dat de Minister uitvoerig op dit voorstel in gaat, want ik neem geen genoegen met wat algemeenheden en dooddoeners. Ik herinner mij dat de minister bij het ontraden van de motie over de 2e Staatssecretaris van Financien zich liet ontvallen: “zo dat scheelt weer 2 fte’s”. Niet heel chique!

Koopkracht en plaatjes

Voorzitter, er is sprake van een patroon. Het kabinet stuurt op verwachtingen die ze vervolgens niet waarmaken. Dat geldt niet alleen voor gepensioneerden maar voor iedereen. Nu is het, net als vorig jaar, de hoger dan verwachte inflatie die de koopkracht uitholt. Daar had men ook rekening mee kunnen houden want die trend is internationaal. Maar nee men laat het gewoon weer gebeuren. Vorig jaar bleek de voorspelde koopkrachtgroei van 0,7% uit te komen op -0,3%. Dit jaar is de voorspelde groei van 0,7% alweer omgezet in een min van -0,7. Dat vond zelfs premier Rutte iets te gortig en daarom komt hij nu met een paar magere aanvullende maatregelen.

De verwachtingen die nu worden gewekt zijn weer licht optimistisch, maar veel vertrouwen hebben wij er niet meer in. Het managen van zoet en zuur pakt onder Rutte vooral goed uit voor miljonairs en grote bedrijven. Bovendien kan de stijgende inflatietrend nog wel even aanhouden en dan lopen alle burgers continu achter de feiten aan. De economie groeit in een paar jaar tijd met 10% maar bij de koopkracht blijft dit kabinet slechts rommelen achter de komma, Waardoor elke vooruitgang weer verdwijnt bij elk zuchtje inflatie. Extra compensatie voor de BTW-verhoging is in onze ogen dan ook absoluut noodzakelijk. Het kabinet balanceert binnen een te krappe marge. Volgend jaar, met zoveel fiscale aanpassingen mag en moet het allemaal wel even wat royaler.

Dit brengt mij echter ook op een ander deel van dit altijd explosieve onderwerp: namelijk verwarring over koopkrachtplaatjes. Het is steeds weer een haast ondoordringbare chaos. De burger snapt er niets van. Cijfers van diverse instellingen lijken elkaar soms zelfs finaal tegen te spreken, nog los van het feit dat de koopkracht over een bepaald jaar meer dan 3 x geraamd wordt voordat er een definitief cijfer is. De media helpen dan ook niet want voor de opeenvolgende ramingen is steeds minder aandacht en voor het definitieve cijfer interesseert vaak geen hond zich meer. Dat is raar voorzitter. Ik zie het ook dit jaar weer gebeuren. Alle aandacht gaat naar de koopkrachtraming voor 2019. Maar het instorten van de raming voor 2018 wordt liever niet gezien. Gelukkig hoef ik niet al mijn informatie uit de krant te halen. Opvallend is bijvoorbeeld dat uit de nieuwe presentatie van het CPB voor het eerst heel duidelijk blijkt dat de helft van de gepensioneerden er in de augustusraming  2018, dus dit jaar, niet op vooruit gaan. Van de werkenden gaat 86% erop vooruit. Het CBS heeft bovendien laten zien dat het kan voorkomen dat, zelfs in een jaar  met flinke koopkrachtstijging, één derde van het totaal aantal personen toch te maken heeft met koopkrachtdaling. Dat gebeurde bijvoorbeeld in 2016, toen gepensioneerden niet mochten meedelen in het 5 miljard pakket.

Voorzitter, de werkelijkheid van de koopkrachtontwikkeling wordt volgens 50PLUS beter in beeld gebracht door het NIBUD in de notitie  Koopkrachtberekeningen 2018-2019. Ik weet het. Deze cijfers zijn niet bedoeld om op te lezen. De kijker haakt af. Maar voorzitter ik moet het noemen om mijn punt te maken. 

• Een echtpaar met AOW en aanvullend pensioen van 15.000 en 10.000  gaat er in de Nibud raming met slechts 0,2% op vooruit.
• Een echtpaar met AOW en aanvullend pensioen van samen 30.000 gaan er volgens kabinet 2,8% op vooruit.
Wat moet je nu hiervan denken als je tot deze doelgroep behoort? Twee volslagen andere uitkomsten. Het leidt tot desinteresse maar ook tot wantrouwen van de burger jegens de overheid. Niet in de laatste plaats bij ouderen en gepensioneerden die, zoals Piet Hein Van Mulligen van het CBS het verwoordde: “niets meer kunnen doen om hun inkomen aan te vullen”. We moeten dit echt veel beter doen voorzitter, zodat ook normale burgers, onze kiezers, nog kunnen begrijpen waar wij allemaal mee bezig zijn.

Voorzitter, gepensioneerden zijn vanaf 2008 disproportioneel het kind van de rekening geweest. Die trend heeft zich gewoon voortgezet over 2017 en 2018. Belangrijkste oorzaak hiervan is natuurlijk het niet indexeren van aanvullend pensioen vanaf 2008. Ik zal dat blok nu niet herhalen maar laten de ongeveer 20% achterstand in indexatie niet vergeten. Ik vrees dat ik niet voor 1 januari een hogere rekenrente door deze Kamer krijg maar dat wil niet zeggen dat we op onze handen hoeven te zitten. Ik kom daar zo meteen in het blok over onze tegenbegroting op terug.

Hoeksteen van het koopkrachtbeleid van 50PLUS is de verhoging van het Minimumloon, de AOW uitkering en alle uitkeringen op bijstandsniveau met 3%. Bovenop de gewone indexatie.

EU / Eurozone / Brexit

Het afgelopen jaar heb ik meermaals aan de bel getrokken over de zorgelijke situatie in de Eurozone. De Brexit en de overheidsfinanciën van Italië hangen als een zwaard van Damocles boven ons hoofd. Ik wil me geen zorgen maken over een andere soevereine Europese lidstaat. Ik heb niet de politieke wens om Italië of welke EU lidstaat dan ook op te leggen wat zij wel en niet mogen doen. Maar er zijn wel regels. En ooit was er een no bail out clausule. Dat was geruststellend, want wij konden er vanuit gaan dat als andere landen fouten maken, zij zélf op de blaren moeten zitten. Die tijd is niet meer. Dit is de tijd van “whatever it takes” van de ECB. Zeker lijkt in elk geval dat deze beroemde uitspraak van Mario Draghi snel, misschien al wel volgend jaar, stevig op de proef zal worden gesteld. De rest is speculatie maar 50PLUS maakt zich ernstige zorgen.

Tegenbegroting 50PLUS

50PLUS heeft dit jaar een eigen tegenbegroting ingediend met concrete voorstellen om de begroting van het kabinet Rutte III op cruciale punten te wijzigen. Onze tegenbegroting is doorgerekend door het Centraal Planbureau en wij realiseren daar in 2019 acht topprioriteiten van 50PLUS.

1. De AOW-leeftijd in 2019 bevriezen op 66 jaar en in 2020 verlagen naar 65 jaar
2. Minimumloon en AOW verhogen met 3 procent extra
3. Het eigen risico in de Zorg verlagen met 100 euro
4. De Ouderenkorting verhogen met 200 euro extra
5. De Verhuurderheffing wordt fors verlaagd
6. De Belastingdienst krijgt 500 miljoen euro per jaar extra
7. Belasting op leidingwater (Bol) naar nul procent
8. De aflosboete gaat van tafel

De plannen van 50PLUS leiden ertoe dat het overschot van het Rijk volgend jaar 0,9 miljard euro kleiner wordt vergeleken met de plannen van het kabinet. Maar dan is er nog steeds een overschot van meer dan 7 miljard. De kosten van het verlagen van de AOW leeftijd lopen fors op tussen nu en 2060, maar dat gaat heel geleidelijk en onze dekkingsmaatregelen lopen ook op. Nederland is er rijk genoeg voor.

Voorzitter, een tegenbegroting is geen verkiezingsprogramma. Het is helaas onmogelijk om in slechts één jaar tijd alle wensen, van welke partij dan ook, op verantwoorde wijze te realiseren. Daarnaast stellen zowel de praktijk als het CPB beperkingen aan de uitvoerbaarheid van bepaalde plannen. In veel gevallen kost het bijvoorbeeld minstens een jaar om alle juridische en administratieve voorbereidingen te treffen en besparingen hebben vaak de eigenschap dat ze pas geleidelijk geld opleveren.

Koopkrachteffecten worden niet doorgerekend bij een tegenbegroting. Maar het is geen geheim dat 50PLUS in de eerste plaats inzet op een dik verdiende inhaalslag voor ouderen, na de zoveelste tegenvaller in het jaar 2018. 50PLUS laat daarnaast ook de verlaging van belastingtarieven in 2019 door het kabinet in tact. Deze lastenverlichting voor volgend jaar gaat dus ook in onze plannen gewoon door.  

Wij beteugelen wel de veel te hard oplopende kosten van het discriminerende fiscale participatiebeleid. Dit beleid werkt op enkele punten verstorend voor de arbeidsmarkt, met name omdat werknemers daardoor steeds meer naar de overheid gaan kijken voor koopkracht en steeds minder naar de werkgever. Wij stimuleren de loongroei dus indirect door het fiscale participatiebeleid te versoberen en ook direct, door het wettelijk minimumloon met 3 procent extra te verhogen.

50PLUS heeft altijd gestreden voor het behoud van de AOW-leeftijd op 65 jaar, want een lage AOW-leeftijd is de kroon op elke welvaartsstaat. Het verlagen van de AOW-leeftijd naar 65 jaar kan volgens het Centraal Planbureau (CPB) om technische redenen niet meer worden uitgevoerd in 2019. Daarom kiest 50PLUS noodgedwongen voor een verlaging in twee stappen: in 2019 bevriezen op 66 jaar en weer naar 65 jaar in 2020.

De kosten van een verlaging van de AOW-leeftijd terug naar 65 jaar zijn onderwerp van veel discussie, maar zeker is dat ze geleidelijk hoog oplopen. Als wij uitgaan van de modellen van het Centraal Planbureau, dan kost het verlagen van de AOW-leeftijd structureel 1,8% BBP. In dat geval lopen de effecten van onze plannen voor de schatkist structureel op tot -5,5 miljard euro. Als we dat vergelijken met de plannen van andere partijen uit Keuzes in kaart 2018 - 2021, dan is dat zeker geen slechte input.

De AOW-maatregel is kostbaar maar betaalbaar, ook na 2019. Het is een politieke keuze. Een volledige CPB-doorrekening, inclusief koopkracht- en houdbaarheidseffecten, wordt echter niet aangeboden bij een tegenbegroting. Daar zult u dus nog even op moeten wachten. 

Voorzitter, 50PLUS maakt duidelijke keuzes. Wij kiezen voor de mensen die het echt nodig hebben!”

© 3 oktober 2018


Wilt u op de hoogte blijven?

Close

Like ons dan op Facebook!