Opnieuw wijst 50PLUS op het gebrek aan geschikte woonzorgplekken. Aan de hand van persoonlijke ervaringen van een ambulancemedewerker bracht Kamerlid Simon Geleijnse enkele knelpunten in de ambulancezorg onder de aandacht.

Zwaalicht - Beeld: geralt (Pixabay)

Onlangs werd weer eens duidelijk dat er een schreeuwend gebrek aan woonzorgplekken is. Een oudere man ligt al honderd dagen in een ziekenhuis in Almelo omdat er geen geschikte woonzorgplek beschikbaar is.

“Ruim honderd dagen wonen in een ziekenhuis. Het is hartverscheurend”, zei Kamerlid Simon Geleijnse van 50PLUS in een overleg over acute zorg met minister Bruins (Medische Zorg). “Ondanks de goede zorgen van het betrokken personeel is een ziekenhuis geen plaats om te wonen. En deze situatie is helaas niet de enige. Op meerdere plaatsten ‘wonen’ vooral oudere mensen die geen beroep kunnen doen op mensen in hun omgeving in een ziekenhuis omdat er geen plaats voor hen is in een verzorgingshuis of verpleeghuis.”

Al eerder aan de bel getrokken

Geleijnse wilde van de minister weten of er al voortgang is geboekt bij de doorstroom vanuit ziekenhuizen naar vervolgzorg. “50PLUS heeft daarover al eerder aan de bel getrokken. Het probleem is al groot en zal steeds groter worden. En het begint vaak op een afdeling spoedeisende hulp. Na een incident, een val of omdat het thuis ineens niet meer gaat.”

Gebrekkige uitwisseling patiëntengegevens

Een ander probleem dat Simon Geleijnse aankaartte betreft de vaak gebrekkige uitwisseling van patiëntengegevens. “Het kan voor patiënten letterlijk van levensbelang zijn dat zorgverleners beschikken over die gezondheidsgegevens. Technisch is het mogelijk. Het wordt nu overgelaten aan zorgaanbieders in een regio om die uitwisseling goed te regelen.” Geleijnse vroeg de minister om de regie te pakken in dit dossier.

In het debat werd ook gesproken over de ambulancezorg. Onder meer het toenemende geweld tegen hulpverleners kwam aan de orde. Simon Geleijnse las enkele Whatsappjes voor van een goede vriend van hem, een ambulanceverpleegkundige.

• ‘Ik denk dat één van de grootste problemen blijft zitten in het tekort aan personeel en de hierbij hoge verwachtingen die er zijn qua prestaties zowel van het publiek als bijvoorbeeld de verzekeraars’.

• ‘En een salarisplafond dat als je kijkt naar de verantwoordelijkheid en de werkdruk met name in de Randstad gewoon belachelijk is’

• ‘Docenten verdienen ruim meer dan ambulancepersoneel, maar kunnen wel staken. En zelfs bij de HTM (Haagse vervoersbedrijf, red.) verdienen ze meer. Op de ambulance heb je een enorme verantwoordelijkheid en sociaal belangrijke functie, maar daardoor kun je ook geen kant uit als het gaat om werkonderbrekingen voor een beter salaris’

• ‘Ik vermoed dat er een hoop ervaring en professionaliteit verloren zal gaan de komende jaren. Ik denk dat de bubbel een keer gaat barsten.’


De volledige inbreng van Kamerlid Simon Geleijnse bij het overleg over acute zorg en ambulancezorg met minister Bruins (Medische Zorg):

“We kennen, denk ik, allemaal het voorbeeld van een goede week geleden. Een oudere man heeft ruim 100 dagen in een ziekenhuis in Almelo moeten verblijven, omdat er in de omgeving geen geschikte woonzorgplek beschikbaar was. Ruim 100 dagen wonen in een ziekenhuis. Het is hartverscheurend. Ondanks de goede zorgen van het betrokken personeel, is een ziekenhuis geen plaats om te wonen. En deze situatie is helaas niet de enige. Op meerdere plaatsten ‘wonen’ vooral oudere mensen, die geen beroep kunnen doen op mensen in hun omgeving, in een ziekenhuis, omdat er geen plaats voor hen is in een verzorgingshuis of verpleeghuis. 50PLUS heeft daarover al eerder aan de bel getrokken. Het probleem is al groot en zal steeds groter worden. En, voorzitter, het begint vaak op een afdeling spoedeisende hulp. Na een incident, een val of omdat het thuis ineens niet meer gaat. Kan de minister hier uitvoerig op in gaan?

En daarom moet de doorstoom vanuit ziekenhuizen naar vervolgzorg ook worden verbeterd. Daarbij is het niet alleen van belang dat er voor spoedeisende hulp-afdelingen een goed inzicht is in beschikbare bedden met de juiste specialistische zorg, maar ook dat er een goed inzicht is in de beschikbare plaatsen voor vervolgzorg. In een verzorgingshuis of verpleeghuis of thuis met thuiszorg. De minister schrijft in december 2018 dat de daarvoor ingerichte coördinatiefuncties nog niet allemaal even bekend en werkbaar zijn. 50PLUS is benieuwd of er al resultaten te melden zijn naar aanleiding van de uitvraag van ZN en Actiz. En zijn nadere afspraken nog dit jaar nodig?
Is de minister tevreden met de voortgang? En valt er wel wat te coördineren als er gewoon onvoldoende plaatsen beschikbaar zijn?

Verschillende belangenorganisaties pleiten voor een betere uitwisseling van actuele relevante patiëntengegevens. Het kan voor patiënten letterlijk van levensbelang zijn dat zorgverleners beschikken over die gezondheidsgegevens. Technisch is het mogelijk. Het wordt nu overgelaten aan zorgaanbieders in een regio om die uitwisseling goed te regelen. Is de minister bereid de regie te pakken? Veel mensen weten nu ook nog niet dat zij toestemming moeten geven bij de huisarts om hun medische gegevens voor relevante partijen, zoals de SEH, beschikbaar te maken in spoedsituaties. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat dit bekender wordt bij patiënten? En is de minister het met 50PLUS eens dat patiëntengegevens, van patiënten die hiervoor toestemming hebben geven, ook over de regiogrenzen uitgewisseld moeten kunnen worden?

Dan de deelname van zorgverzekeraars aan de Regionaal Overleggen Acute Zorgketen. De minister schrijft dat in een aantal regio’s de zorgverzekeraar nog niet deelneemt. Is de minister bereid dit te bevorderen? Of liever nog, af te dwingen?

Schriftelijk heeft 50PLUS de minister gevraagd waarom er is gekozen voor een inspanningsverplichting als het gaat om het maken van afspraken over de beschikbaarheid en bereikbaarheid van de acute zorg. Het antwoord is niet geheel bevredigend. Is de minister echt van mening dat er voldoende instrumenten zijn om de bepaalde resultaten af te dwingen?

Het gebruik van de digitale triage-systemen op de meldkamer ambulancezorg lijkt een van de redenen te zijn voor de toename van het aantal spoedinzetten. Ambulancezorg Nederland doet daarom onderzoek naar de rol van triage-systemen. Hoe staat het met dit onderzoek? En hoe staat het met de voorgenomen publiekscampagne met het doel dat mensen weten met welke vraag ze op welk moment bij welke zorgverlener terecht kunnen?

En de laatste vraag over het Actieplan: waarom staat het toenemende geweld tegen hulpverleners – dus ook geweld tegen medewerkers acute zorg en ambulancezorg – niet genoemd in het actieplan? Dit speelt toch een grote rol als het gaat om de aantrekkelijkheid van deze banen? Is de minister bereid dit alsnog een plaats te geven in het actieplan?

Wat gaat de minister doen aan de werkdruk, het tekort aan personeel, salaris en uitstroom in de ambulancezorg? En is er in het budgettair kader voldoende geld uitgetrokken voor de salarissen van alle medewerkers in de acute zorg en ambulancezorg? Ook na 2019?”

© 3 april 2019