Iedereen moet kunnen meedoen in Nederland. Door de overheveling van taken van Rijksoverheid naar gemeenten is daar echter de klad in gekomen. Ook de steeds verdergaande digitalisering zet veel burgers op achterstand.

Standbeeld in Nederland - Foto: Pixabay

Vandaag wordt in de Tweede Kamer de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties besproken. Met Binnenlandse Zaken heeft élke Nederlander te maken: het ministerie van minister Ollongren en staatssecretaris Knops gaat over behandeling van de burgers door de gemeenten en provincies, maar ook door de Rijksoverheid en het kunnen meedoen van iedereen.

Verschuiving van taken

Dat kunnen meedoen van iedereen heeft een flinke knauw gekregen door de verschuiving van allerlei taken van de Rijksoverheid naar de gemeenten. “50PLUS heeft zich in het verleden niet achter deze decentralisatie geschaard en de resultaten hebben 50PLUS gelijk gegeven”, constateert Kamerlid Gerrit Jan van Otterloo en hij somt op: “Geen mantelzorgcompliment meer, er kunnen minder mensen naar de schuldhulpverlening, er is te weinig dagbesteding beschikbaar voor de behoefte die er bestaat, het zwembad gaat dicht, er is te weinig jeugdzorg voorhanden en sportvoorzieningen komen in de knel.”

Geen kwaliteitsverbetering

Burgers zien geen kwaliteitsverbetering en er is grote ontevredenheid over wat de decentralisatie heeft opgeleverd. “Maar we zitten er mee en we moeten hiermee verder”, stelt het Kamerlid van 50PLUS nuchter vast. Hij hamert erop dat Nederland blijvend moet investeren in de kwaliteit van het openbaar bestuur, maar ook in een meer gelijkwaardige relatie.

Toenemende digitalisering

Gerrit Jan van Otterlo vroeg in de Tweede Kamer ook aandacht voor het in toenemende mate digitaal communiceren van de overheid. Lang niet alle burgers kunnen daar in mee: “En dan heb ik het niet alleen over groepen 70- of 80-plussers, maar ook over groepen die bijvoorbeeld als laaggeletterd te boek staan”. Telefonisch contact zou een uitkomst voor al deze mensen moeten zijn, stelt Gerrit Jan van Otterloo. “Helaas is het telefonisch contact te vaak een callcenter waar men dan geen kennis heeft van de inhoud.” Het Kamerlid vraagt aan de bewindslieden hoe het kabinet daartegenaan kijkt, zeker nu onze samenleving de laatste maanden zo drastisch veranderd is en digitale middelen als computers, tablets en smartphones onontbeerlijk zijn geworden om contact met werk, familie en vrienden te kunnen hebben.

De volledige inbreng van Kamerlid Gerrit Jan van Otterloo bij de begrotingsbehandeling van Binnenlandse Zaken met minister Ollongren en staatssecretaris Knops:

“Het is overduidelijk dat de gemeenten in financiële problemen zijn die structureel zijn. Het is niet van vandaag of gisteren. We zijn er al sinds 2014, zelfs voor aanvang van de decentralisatie van WMO, jeugdwet en participatiewet, al over aan het praten. En de situatie is sinds die tijd alleen maar nijpender geworden.

50PLUS is altijd tegenstander van deze decentralisaties geweest. Geen enkele garanties dat het voor de burger beter zou worden, maar de VNG wist er toen nog te weinig van en keek niet naar het verleden, en voor de Rijksoverheid een mooie kans om de problemen over de schutting te gooien.

Burgers zien geen kwaliteitsverbetering maar bijvoorbeeld wachtlijsten bij de jeugdzorg en winst beogende aanbieders van thuiszorg die binnenlopen.

Kijkend naar de praktijk zien we een verhouding tussen Rijksoverheid en de andere overheden met soms onvoldoende werkbare kaders en soms juist veel bemoeienis met details. Dat is geen gezonde verhouding.

In het verleden heeft 50PLUS zich niet achter de decentralisatie van eerdergenoemde taken geschaard. De resultaten hebben 50PLUS gelijk gegeven. Geen mantelzorgcompliment meer, er kunnen minder mensen naar de schuldhulpverlening of er is te weinig dagbesteding beschikbaar voor de behoefte die er bestaat. Het zwembad gaat dicht, er is te weinig jeugdzorg beschikbaar en sportvoorzieningen komen in de knel. De club- en buurthuizen die sinds de eerste WMO waren wegbezuinigd werden zeer gemist bij de tweede WMO. Met andere woorden: het heeft directe gevolgen voor het leven van mensen. Dat valt niet te onderschatten. Allemaal zaken die men had kunnen zien aankomen als men lessen had getrokken in invoering van de WVG in 1995 en eerste WMO tien jaar later.

En is ontevredenheid over wat het heeft opgeleverd. Maar we zitten er mee en we moeten hiermee verder.

Gemeenten hebben behalve met het sociaal domein te maken met de Omgevingswet, het Klimaatakkoord, met woningbouw en ga zo maar door. We moeten blijvend investeren in de kwaliteit van het openbaar bestuur, ook met meer gelijkwaardige verhoudingen. Dat laatste zou verankerd kunnen worden in de Financiële-Verhoudingswet.

Het is jammer dat de onderzoeken naar de herijking van het Gemeentefonds, evenals de evaluatie van het abonnementstarief, nog niet met een definitief voorstel hier voorliggen.

50PLUS wil een structurele oplossing en kan ook niet genoegen nemen met incidentele oplossingen Zo kunnen we hier niet wezenlijk over praten, aangezien de minister elk voorstel dat afwijkt van de huidige lijn met die motivatie terzijde zal schuiven. De datum is en blijft 1 januari 2022. Maar dat is wat 50PLUS betreft onwenselijk. De nood is hoog.

De opschalingskorting was een maatregel in het kader van de bezuinigingen. Dit kabinet heeft die korting voor deze kabinetsperiode weer gehandhaafd. En nu er voor slechts twee jaar vanaf zien is wat 50PLUS betreft onvoldoende.

Haal die korting uit het zegenoemde basispad. Onderhandel verder op basis van een gezonder totaal dan nu voorzien is.

Digitalisering
Ik wil het ook hebben over digitalisering, want de overheid communiceert in toenemende mate op digitale wijze of via callcenters met de burgers. Telefonisch contact zou een uitkomst moeten zijn voor al die groepen mensen die niet voldoende vaardig zijn of niet de nieuwste smartphone of geen computer hebben. Helaas is het telefonisch contact te vaak een callcenter waar men dan geen kennis heeft van de inhoud. Hoe kijkt de minister daar tegenaan. Want onze samenleving is drastisch veranderd de afgelopen maanden. Nog minder fysieke toegankelijkheid en zijn meer digitale middelen onontbeerlijk geweest. Computers, tablets, smartphones zijn bij thuisblijven onontbeerlijk geworden om contact met werk, familie en vrienden te kunnen hebben. Iets waar zij niet mee zijn opgegroeid, en voor de één makkelijker is op te pikken dan de ander. En dan heb ik het niet alleen over groepen 70- of 80-plussers maar ook over groepen die bijvoorbeeld als laaggeletterd te boek staan. Op 1 oktober meldde de website van de Rijksoverheid dat Nederlanders hun kennis van digitale veiligheid overschatten. Dat stelt niet gerust.

Waar deze minister verantwoordelijk voor is, is de veiligheid, begrijpelijkheid en toegankelijkheid van (digitale) overheidsinformatie. Zeker in deze tijd van groot belang. Kan de minister eens uitweiden wat er concreet gebeurt op dit gebied? Wat gebeurt er om de toegankelijkheid van overheidsinformatie met name voor ouderen en laag-digivaardigen te verbeteren?

Maar er zit ook een werkgelegenheidsaspect bij gemeentelijke overheden aan de verdergaande digitalisering. Een topfunctionaris van de gemeente Amsterdam meldde in de TCDT dat voor een kwart van het personeel het werk vervalt als gevolg van steeds verdergaande digitalisering. Dat zijn dan vaak oudere werknemers! Herkent de minister dit signaal?

Er zit hier ook een staatssecretaris die coördinerend bewindsman is voor digitalisering. Nu zijn er binnen het kabinet wel meer die zich zo mogen noemen. De Kamer heeft deze week nog uitgesproken dat er in het volgend kabinet er een minister voor digitale zaken moet zijn.

Is het aantal coördinerende bewindspersonen nog te overzien als je kijkt naar het aantal toezichthouders op de verschillende deelaspecten van het functioneren van de overheid dan is er dringend behoefte aan structureel overleg. Partijen zoals de RvS, de ARK, de Nederlandse Bank, de AFM, de inspectie J&V, de ACM, de autoriteit Telefonie etcetera kijken allemaal naar hun deel maar communiceren niet met elkaar over de geconstateerde kwetsbaarheden in de gebruikte systemen.

Daarom een oproep aan staatssecretaris Knops om een structureel overlegplatform in te richten voor overleg met al de genoemde toezichthouder en al diegene die ik niet heb genoemd. Is hij daartoe bereid en laat dit kabinet dan een belangrijk instrument in onze digitale veiligheid na voor het volgende kabinet?

Vanmiddag staat nu een de kieswet in een spoedprocedure op de agenda. Daarin zullen wij proberen de toegankelijkheid van de verkiezingen zo optimaal mogelijk te krijgen voor alle kwetsbare mensen in tijden van Covid-19. Misschien ook aparte openingstijden maar dan niet van 7 tot 9 uur in de ochtend. Minder belachelijke tijden graag!

Geborgde zetels en verpleeghuizen
Onze bezwaren tegen geborgde zetels bij de waterschappen zullen wij ook elders bij I&W nog verder aan de orde stellen. Evenals ons pleidooi voor een betrouwbare overheid bij de verdere behandeling van de NOVI.

Hetzelfde geldt voor de noodzaak tot adequate aanpak van het gat tussen verpleeghuis en thuis wonen. Daar gaan wij bij Wonen verder op in.”

© 14 oktober 2020