50PLUS vindt dat er meer middelen moeten vrijkomen om laaggeletterdheid te voorkomen en aan te pakken, ook bij ouderen. “Als de projecten die digitale vaardigheid bij ouderen vergroten een succes blijken, zouden die landelijk uitgerold moeten worden”, vindt Kamerlid Henk Krol.

► De inbreng van Kamerlid Henk Krol bij het debat over laaggeletterdheid met minister Van Engelshoven van OCW:

“Vanochtend hebben we het over laaggeletterdheid en dat is niet voor niets: 2,5 miljoen Nederlanders hebben moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. In een land als Nederland is dat natuurlijk een ongekend aantal. In de brief van de minister worden helaas alleen de 1,3 miljoen laaggeletterde Nederlanders genoemd tussen de 18 en 65 jaar. Mensen die onvoldoende kunnen rekenen en alle laaggeletterden boven de 65 worden niet meegeteld. Waarom worden deze groepen niet meegeteld? Dit geeft natuurlijk een vertekend beeld. Waarom blijft de minister vasthouden aan die 1.3 miljoen? In een voetnoot in de brief staat zelfs dat de term laaggeletterdheid gezien moet worden als een breed begrip waarmee beperkte basisvaardigheden, dus ook rekenen, wordt bedoeld. En het programma ‘Tel mee met Taal’ richt zich ook op die doelgroepen.

In de tussenrapportage lees ik dat er enkele prachtige projecten gaande zijn om onder andere de digitale vaardigheden van 55-plussers te vergroten. Die vaardigheden zijn in de maatschappij van nu onmisbaar, steeds meer zaken zijn immers alleen maar online te regelen. En laat ik voorop stellen dat veel ouderen prima voor zichzelf kunnen opkomen, maar er is een groep ouderen die kwetsbaar is. Als die dan ook afhankelijk is van de omgeving voor bijvoorbeeld internetbankieren, zal die kwetsbaarheid alleen maar toenemen. Voor die mensen zijn die vaardigheden onmisbaar. In de rapportage kan ik niet terugvinden hoeveel ouderen met die projecten worden bereikt. En wanneer kunnen we een evaluatie verwachten van de resultaten? Het zou mooi zijn om deze projecten landelijk uit te rollen als deze een succes blijken te zijn. Is die ruimte er? Graag een reactie van de minister.

In de brief staat ook dat de laaggeletterden met het Nederlands als moedertaal het moeilijkst te bereiken zijn. Kan de minister aangeven hoeveel van die mensen bereikt zijn met het programma Tel mee met Taal?

En het is natuurlijk een mooie eerste stap dat er 46.000 laaggeletterde volwassenen zijn bereikt met het programma. Maar, terwijl die mensen hun basisvaardigheden aan het verbeteren zijn, komen er aan de andere kant weer laaggeletterden bij. De vergrijzing neemt toe, en er stromen steeds meer jongeren vanuit de middelbare school en het mbo de samenleving in die laaggeletterd zijn. Het is bijna dweilen met de kraan open. Ik denk dat we samen de conclusie kunnen trekken dat er veel meer inzet nodig is om dit probleem aan te pakken. En om het aantal laaggeletterden drastisch te verminderen.

Er wordt al langer gepleit voor een landelijke infrastructuur voor formele professionele volwasseneneducatie. In andere landen zoals Denemarken en België is die er wel. Hoe kijkt de minister hier tegenaan? Nederland heeft ook in vergelijking met andere landen weinig budget per laaggeletterde inwoner. En omdat laaggeletterdheid de Nederlandse samenleving jaarlijks 1 miljard kost moet het toch mogelijk zijn om meer middelen vrij te maken om laaggeletterdheid te voorkomen? En om de laaggeletterden die er nu zijn alle mogelijkheden te geven om hun vaardigheden te verbeteren? Cursussen voor laaggeletterden bijvoorbeeld, zijn nu vaak te kort. De ervaring leert dat men langere cursussen nodig heeft. Graag een reactie van de minister.

En tot slot: Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de samenleving deze groep laaggeletterden niet buitensluit?”

© 13 juni 2018


Wilt u op de hoogte blijven?

Close

Like ons dan op Facebook!