Er moeten krachtdadige stappen volgen die ervoor zorgen dat er binnen een redelijke termijn een werkelijke en aantoonbare kentering in de situatie bij de Belastingdienst komt, vindt 50PLUS.

Premier Rutte is de enige bewindspersoon die de teloorgang van de Belastingdienst heeft zien voltrekken in de afgelopen acht jaar. “Hij kan tot nu toe niet beticht worden van zichtbare betrokkenheid bij dit giga-probleem. Mark waar was je en waar ben je? Het speelkwartier is voorbij”, aldus Kamerlid Martin van Rooijen.

► Inbreng van Kamerlid Martin van Rooijen tijdens het algemeen overleg over de Belastingdienst met staatssecretaris Menno Snel van Financiën:

Het is een enorme puinhoop bij de Belastingdienst. Vorige week bleek weer dat het nog erger is dan we al dachten. Maar het heeft niet zoveel zin om al mijn eigen woorden van enkele weken terug in het debat met minister Hoekstra over de verantwoordingsnota vandaag allemaal te herhalen. Achtereenvolgende bewindslieden na 2000 kunnen niet hun handen in onschuld wassen over het ontstane drama. Zij waren er allemaal bij.

Maar we hebben sinds die tijd lang geleden dus wel de ooit zo geroemde voorsprong van onze Belastingdienst uit handen gegeven. Een remmende voorsprong. Zo lezen we ook in de stukken. De staatsecretaris is sinds zijn aantreden veel beter doordrongen geraakt van de complexiteit, de hardnekkigheid en de omvang van de problemen waarmee de belastingdienst kampt. Om hieruit te komen is ‘een lange adem nodig’. Welnu voorzitter, dat is problematisch, want de Kamer is namelijk ademloos over deze langzaam escalerende blamage.

Niemand heeft nog illusies op een allesomvattend prestigeproject waarmee we dit varkentje wel even zullen wassen. De keuze van de staatssecretaris voor een gecompartimenteerde en gefaseerde aanpak is begrijpelijk. Maar er moeten niet alleen gefaseerde plannen volgen maar ook krachtdadige stappen volgen die deze Kamer voldoende vertrouwen geven dat er binnen een redelijke termijn een werkelijke en aantoonbare kentering komt. De brief onder de titel ‘Beheerst vernieuwen’ van 26 april geeft een goed overzicht. Maar het bevat veel vage managementtermen en is niet heel concreet. Aldus ook professor Kavelaars gister tijdens hoorzitting.

Wij willen weten of deze staatssecretaris na 8 maanden als staatssecretaris zelf nog steeds gelooft dat hij de man is om het inmiddels eenzijdig negatieve beeld over de Belastingdienst te laten draaien. Ik wil niet het beeld oproepen dat mijn fractie geen vertrouwen meer heeft in deze staatssecretaris. Integendeel. Maar ik kan me voorstellen dat zelfs bij de meest enthousiaste alleskunner de moed aardig in de schoenen kan zakken van alle opeenvolgende gebeurtenissen in dit dossier. Ik stel namens mijn fractie duidelijk dat hij met zijn aanpak in de afgelopen maanden onze steun verdient. Maar ik heb daar een serie genummerde vragen bij:

1. Heeft het op orde brengen van de Belastingdienst de allerhoogste prioriteit voor deze staatssecretaris?

2. Hoe denkt de staatssecretaris de steeds verder toenemende problemen bij de Belastingdienst effectief te beteugelen en een kentering teweeg te brengen?

3. De staatssecretaris legt veel focus in zijn aanpak, dat juichen wij toe. Denkt hij dat hij deze focus in zijn agenda ook vol kan houden als de situatie bij de Belastingdienst hem blijft dwingen tot incidentenmanagement?

4. De externe second opinion leverde een onthutsende conclusie op: ‘dat het realiseren en implementeren van veranderingen de achilleshiel is voor de Belastingdienst’. Kan de staatssecretaris aangeven wat hij concreet gaat doen aan de verandercultuur bij de Belastingdienst?

Mijn fractie schrok ook van de conclusie van de onafhankelijke deskundige inzake de beleidsdoorlichting van Artikel I van de Belastingdienst. Dat is het artikel waar we simpel gezegd al het geld mee mogen ophalen. Het oordeel van een onafhankelijke deskundige is een verplicht onderdeel van de beleidsdoorlichting, maar ik neem aan niet slechts een verplicht nummertje. Deze deskundige stelt dat niet wordt gesuggereerd dat het ooit mogelijk zal zijn de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid ondubbelzinnig vast te stellen. Zijn argument waarom dat niet zal lukken stemt ook niet tot enig optimisme. Ik citeer: ‘De beleidsambitie is eenvoudigweg te groots en te veelomvattend, de mogelijke beleidsinitiatieven en -instrumenten te talrijk, en de link tussen beide te complex en te diffuus’. Dat is kennelijk de slotconclusie van een onafhankelijke deskundige over 300 miljard aan belastingopbrengsten. Dat mogen we onszelf als politici allemaal aantrekken, maar het is deze staatssecretaris die geacht wordt om het op te lossen. Hij is Neerlands hoop in bange dagen. Ik ben benieuwd naar zijn antwoorden.

Ook professor Kavelaars stelde dat de uitvoerbaarheid parlementair te weinig aandacht krijgt en de invloed van de Belastingdienst lijkt te beperkt. Dat was ook mijn conclusie bij de prioriteiten van de fiscale agenda. Hier moet de Tweede Kamer zelf het boetekleed aantrekken. Fiscale techneuten zijn in een ondergeschoven positie terechtgekomen en aandacht is verschoven naar procesmanagement, en er is bezuinigd op de fiscale techneuten. Naar ik heb begrepen had staatssecretaris Wiebes niet zoveel op met fiscale techneuten, maar des te meer met data-analisten. Dat was achteraf waarschijnlijk een te eenzijdige keus.

De Belastingdienst heeft een onderdeel van het wetsvoorstel over de fiscale eenheid onuitvoerbaar genoemd. Welk signaal geeft de Belastingdienst hiermee? Graag een reactie van de staatssecretaris. Tevens heb ik enkele genummerde vragen over de gevolgen van het wetsvoorstel waarin een spoedreparatie van de fiscale eenheid wordt voorgesteld:

1. Welke opties heeft de staatssecretaris voor spoedreparaties van de fiscale eenheid, die minder kwetsbaar zijn in de uitvoering dan het voorliggende voorstel? Of zijn die opties er simpelweg niet?

2. Is de spoedreparatie (van de fiscale eenheid) niet ernstig in conflict met het legaliteitsbeginsel, dat terugwerkende kracht moet voorkomen. Indien nee waarom niet?

3. Is het uitvoeringstechnisch gezien niet veel slimmer om het ontstane tijdelijke gat van 400 miljoen te negeren of af te dekken met maatregelen voor de toekomst in plaats van met terugwerkende kracht van alles overhoop te halen terwijl de Belastingdienst op zijn gat ligt? Ook de heer Kavelaars deed suggesties in deze richting. Omgekeerd stelde hij ook gisteren in de hoorzitting dat de tijdelijke regeling ook permanent kan worden gemaakt. Dat voorkomt tweemaal wetgeving met tweemaal overgangsproblematiek. Ik hoor graag een appreciatie van deze suggesties.

4. Wat vindt de staatssecretaris ervan om de wet pas te laten ingaan in 2019 en om in elk geval het gebroken jaar 2017 uit het voorstel te halen?

Mijn fractie is het hartgrondig eens met de heer Kavelaars dat er absoluut veel meer energie gestoken moet worden in boekenonderzoeken. Dat is meteen ook mijn laatste vraag!

Voorzitter ik rond af: Wij vinden het onbegrijpelijk dat het kabinet niet een rigoureus besluit neemt en het probleem van de Belastingdienst tot ‘Chefsache’ verklaart. Premier Rutte is de enige bewindspersoon die het zich allemaal heeft zien voltrekken in de afgelopen acht jaar. Hij kan tot nu toe niet beticht worden van zichtbare betrokkenheid bij dit giga-probleem. Mark waar was je en waar ben je? Het speelkwartier is voorbij.”

© 13 juni 2018