Martin van Rooijen stelt vragen aan minister-president Rutte en minister van Economische Zaken & Klimaat Wiebes over de doorrekeningen van het Klimaatakkoord.

“Mark Rutte kon mijn vraag tijdens het klimaatdebat nog met humor ontwijken. Maar hij zal toch écht antwoord moeten geven”, zegt Kamerlid Martin van Rooijen, en hij stelde deze schriftelijke vragen aan de minister-president:

1. Bent u bekend met het feit dat er volgens de doorrekening van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gerekend wordt met een ‘maatschappelijke discontovoet’ van 3%?

2. Klopt het dat de klimaatinvesteringen zoals omschreven in de doorrekening van het PBL gebonden zijn aan restricties waardoor deze investeringen veel minder gespreid kunnen worden dan beleggingen door pensioenfondsen?

3. Klopt het dat de risico’s bij beleggingen met veel restricties en weinig spreiding doorgaans groter zijn dan bij beleggingen met minder restricties en veel spreiding? Indien nee, graag een toelichting.

4. Kunt u toelichten waarom het volgens het u toch logisch is dat er bij klimaatinvesteringen gerekend mag worden met een maatschappelijke discontovoet van 3%, terwijl pensioenfondsen moeten rekenen met een risico-vrije discontovoet van om en nabij 1,5%?

5. Kunt u cijfermatig toelichten waarom er is gekozen voor een maatschappelijke discontovoet van 3% voor klimaatinvesteringen. Waar is dit getal op gebaseerd?

© 19 maart 2019