Tandheelkunde en fysiotherapie volledig terug in het basispakket van de zorgverzekering kan mogelijk bakken geld besparen. Nu mijden veel mensen deze zorg, wat niet alleen funest is voor hun gezondheid, maar ook voor de totale zorgkosten. Als fysiotherapie en tandheelkunde bewijsbaar effectief en kostenbesparend zijn, kunnen deze onderdelen terug in het basispakket, beloofde minister Bruins aan 50PLUS.

Tandarts - Foto: R Gerber (Pixabay)

Iedereen in Nederland moet een basisverzekering voor zorg afsluiten. Dat is zo geregeld in de Zorgverzekeringswet. Over die wet werd deze week in de Tweede Kamer gesproken; over het ‘overstapcircus’, over het polisaanbod, over te lange wachttijden en aanvullende verzekeringen. 
  
Het aantal verzekeringspolissen met een uitgebreide dekking voor fysiotherapie en tandheelkunde is afgenomen. En het aantal polissen met slechts een beperkte dekking voor tandheelkunde en fysiotherapie toegenomen. “Bijna een kwart van de volwassenen is zelfs helemaal niet verzekerd voor tandartskosten”, constateerde Kamerlid Simon Geleijnse in het debat met minister Bruins van Medische Zorg. Geleijnse vroeg of er ooit uitgebreid onderzoek is gedaan naar de extra zorgkosten die we in Nederland maken omdat mensen niet of slechts gedeeltelijk verzekerd zijn en daarom de tandarts of fysiotherapie mijden. “Belangrijk”, vindt het Kamerlid van 50PLUS en hij gaf een voorbeeld: “Eén op elke tien verpleeghuisbewoners overlijdt aan een longontsteking die samenhangt met tandvleesontsteking.”

Mijden van tandarts of fysiotherapeut

Volgens minister Bruins is er zeker onderzoek gedaan naar de extra kosten die het mijden van tandarts of fysiotherapeut met zich meebrengt. De bewindsman beloofde de onderzoeksresultaten aan de Tweede Kamer toe te zenden, ‘nog voor de zomer’. Simon Geleijnse gaf aan dat fysiobehandelingen hoge zorgkosten kunnen voorkomen. Hij verzocht fysiotherapie bij chronische aandoeningen onder te brengen in de basisverzekering. Minister Bruno Bruins stelde dat als fysiotherapie en tandheelkunde bewijsbaar effectief en kostenbesparend zijn, deze onderdelen wat hem betreft terug kunnen in het basispakket. Het zorgveld wordt opgeroepen positieve voorbeelden aan te dragen. 50PLUS overweegt daaraan bij te dragen met een motie voor mensen met reumatoïde artritis of de ziekte van Bechterew.

Geen fan van het ‘overstapcircus’

Elk najaar trekt het ‘overstapcircus’ weer door het land: met wervende reclamecampagnes proberen de zorgverzekeraars mensen te verleiden over te stappen naar hún polis. “50PLUS is geen fan van dit circus”, zei Kamerlid Simon Geleijnse. “Informatie over zorgverzekeringen moet niet alleen volledig en juist zijn, maar ook vindbaar en begrijpelijk. Uit onderzoek blijkt dat ouderen meer moeite hebben met het vinden van informatie. De minister heeft al een verbeterproces voorgesteld, maar kan hij dat ook bij de verzekeraars afdwingen?” Bruins gaf aan dat hij verwacht en er op vertrouwt dat alle partijen meewerken aan zo’n verbeterproces. Afdwingen wil de minister dit niet; Simon Geleijnse overweegt hierover een motie in te dienen.

Polisaanbod van verzekeraars

Het kabinet heeft met de verzekeraars afgesproken dat zij hun polisaanbod meer onderscheidend moeten maken. “Daar is dit jaar niets van terecht gekomen”, concludeert Kamerlid Geleijnse. “Het op de markt brengen van nieuwe polissen heeft geleid tot een toename van het aantal modelpolissen.” Minister Bruins gaf toe dat het resultaat teleurstellend is. Ook hierin heeft hij echter – voorlopig nog – vertrouwen in de verzekeraars. “Maar het is wel het laatste station voor we het eindstation bereiken”, zei hij op de vraag van 50PLUS of het niet tijd wordt om in te grijpen.

Gecontracteerde zorg

Aan het eind van ieder jaar maken zorgverzekeraars hun premie bekend. Mensen kunnen dan overwegen over te stappen naar een andere verzekeraar. “Voor veel mensen is het dan van belang om te weten of de verzekeraar wel of geen contract heeft met een voor hen belangrijke zorgverlener”, stelt Simon Geleijnse en hij vroeg de minister of het idee is om bij zorgverzekeraars af te dwingen dat voor een bepaalde datum – bijvoorbeeld voor 1 december – de gecontracteerde zorgverleners bekend zijn. Minister Bruins zei liever een richtdatum vast te stellen: op 12 november moet de nieuwe premie bekend zijn en dat is ook de datum waarop verzekeraars zich moeten richten voor het bekendmaken van de contractering, aldus de bewindsman op Medische Zorg.

Te lange wachttijden

Kamerlid Geleijnse gaf in het debat over de Zorgverzekeringwet aan dat voor een aantal zorgvormen de wachttijden te lang zijn: “Bijvoorbeeld in de geestelijke gezondheidszorg speelt dit met name voor patiënten met persoonlijkheidsstoornissen en autisme. Binnen de ziekenhuiszorg gaat het vooral om mensen met maag-, darm-, lever- en oogziekten. Deze patiënten moeten soms langer wachten dan wat zorgverzekeraars en zorgaanbieders medisch verantwoord vinden. Het kan leiden tot schade aan de gezondheid.”

Hartverscheurende verhalen

Niet alle zorgverzekeraars leveren voldoende inspanning om deze kwetsbare mensen op tijd de zorg te geven die ze nodig hebben, bleek uit controles van de Nederlandse Zorgautoriteit (Nza). Na nieuw onderzoek binnenkort volgen er eventueel verdere stappen. “50PLUS is benieuwd naar deze vervolgstappen. Hoe kan minister Bruins de hartverscheurende verhalen die door te lange wachttijden ontstaan helpen voorkomen?”, vroeg Simon Geleijnse. Bruins meldde dat er nog twee stappen mogelijk zijn, die hij indien nodig ook zal inzetten: ten eerste het bekendmaken van de verzekeraars die in gebreke blijven en ten tweede het geven van een dwingende ‘aanwijzing voor de regelgeving’.

Wachttijdbemiddeling

De minister gaat op verzoek van 50PLUS in gesprek met de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) om huisartsen te attenderen op de wachttijdbemiddeling. Die zouden zij bij een consult met hun patiënten kunnen bespreken.

© 11 april 2019