De Algemene Rekenkamer maakt zich zorgen over het achterstallig onderhoud aan bruggen en sluizen. Bouwend Nederland laat via onderzoek zien dat belemmeringen zorgen voor grote maatschappelijke schade. Files zorgen voor grote hinder, onder meer ook voor het wegtransport.

Brug Arnhem - Foto: Rob Dammers (Flickr cc)

De volledige inbreng van Kamerlid Corrie van Brenk bij het algemeen overleg Onderhoud wegen en bruggen met minister Van Nieuwenhoven:

“Wij vroegen bij de begrotingsbehandeling vorig jaar al aandacht voor het steeds verder oplopende achterstallig onderhoud van wegen, sluizen en bruggen. Zeker in relatie tot waterveiligheid. Ook toen vroeg de Rekenkamer hier aandacht voor. Hoe moesten we dit wegen, kwam de veiligheid zo niet in het geding? We praten over vele miljoenen die ieder jaar opnieuw worden doorgeschoven en uitgesteld.

Ook vroeg 50PLUS om een verduidelijking naar aanleiding van het bericht van de NOS dat Nederland ontsnapt was aan een ramp bij de Merwedebrug, die in 2016 plotseling werd gesloten voor zwaar vrachtverkeer had nog maar een restlevensduur van 6 dagen. De brug stond op instorten. Een huiveringwekkende conclusie. De minister schreef in haar reactie dat er ruime veiligheidsmarges worden gehanteerd en dat de brug derhalve niet werkelijk op instorten stond. Deze bagatellisering van de situatie is ongepast. Iedereen heeft de brug bij Genua op het netvlies, het kan echt zo maar verkeren. Wij willen een minister die zorgt dat ze de zaken op orde krijgt, en het oude niet laat verpauperen. Wij willen nu daden.

We hebben recent een scherp debat gehad over cybersecurity van waterwerken – ook daar was sprake van uitstel. De onderhoudsachterstand van sluizen en bruggen is urgenter dan het beeld dat uit de jaarverslagen van de minister van Infrastructuur en Waterstaat naar voren komt. Er blijkt zelfs dat het volume aan uitgesteld onderhoud groter is dan het bedrag dat aan onderhoud besteed wordt. Een snoeiharde conclusie van de rekenkamer! Is dit een het onder het tapijt vegen van urgentie?

Een groot deel van de bruggen en sluizen in Nederland dateert uit de jaren 60 of eerder. Ze naderen het einde van hun levensduur. De kans op storingen neemt hierdoor toe. Schippers krijgen vaker te maken met wachttijden of moeten omvaren. Terwijl het goederenvervoer over water juist van belang is om drukte op het wegennet te verminderen.

Rijkswaterstaat heeft een overzicht van het uitgesteld en achterstallig onderhoud. Hieruit blijkt niet welk deel een bewuste keuze van de minister is wat nog niet nodig was of efficiënter was om te combineren met andere maatregelen – en welk deel doorgeschoven wordt vanwege gebrek aan geld of capaciteit. Geen van de 26 sluizen en bruggen die geheel of gedeeltelijk afgesloten zijn geweest, werd door Rijkswaterstaat aangemerkt als achterstallig onderhoud.

De Algemene Rekenkamer constateert verder dat het zicht op de onderhoudsstaat van sluizen en bruggen wordt vertroebeld door de verschillende definities die de minister gebruikt. Wanneer door uitstel van onderhoud de veiligheid in het geding is, merkt de minister dit aan als achterstallig onderhoud. Door bijvoorbeeld het afsluiten van een brug voor zwaar vrachtverkeer of het instellen van een snelheidsbeperking, kan de onveiligheid worden weggenomen. Het object wordt dan ook niet meer opgenomen in het overzicht van achterstallig onderhoud. Hierdoor ontstaat een vertekend beeld van de urgentie. Dit lijkt erop dat de kamer om de tuin wordt geleid om het maar minder beroerd eruit te laten zien. Dit voelt zeer onplezierig en dat moet stoppen, duidelijkheid over de veiligheid voor alles. Is de minister hiertoe bereid?

De Algemene Rekenkamer beveelt aan om prioriteit te geven aan het wegwerken van het uitgesteld onderhoud. De minister zou meer inzicht moeten hebben in de redenen van het oplopen van het uitgesteld onderhoud, de risico’s die hiermee gepaard gaan en de samenstelling. Wat doet de minister met die aanbevelingen?

Het aantal files en stremmingen door storingen en ongepland onderhoud is fors toegenomen. In twee jaar tijd is de niet-beschikbaarheid door storingen en ongepland onderhoud verviervoudigd. In opdracht van Bouwend Nederland heeft Sweco een onderzoek gepresenteerd over de filekosten van wegverkeer bij uitval van oeververbindingen, kan de minister hierop reflecteren? Ook op de maatschappelijke kosten die dit met zich meebrengt.”

© 4 juni 2019