NVWA

50PLUS wil een sterke Voedsel- en Warenautoriteit. Door alle reorganisaties is die kwetsbaar geworden. En dat terwijl goed toezicht cruciaal is, ter voorkoming van voedselcrises en onveiligheid. “De NVWA moet zorgen dat er geen producten op de markt komen die bedreigend zijn voor kwetsbare mensen”, aldus Kamerlid Gerrit Jan van Otterloo.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) is al sinds 2006 in reorganisatie. Botsende organisatieculturen, haperende ICT-integratie en verandermoeheid leidden tot een kwetsbare voedsel- en warenautoriteit. “En dat terwijl we in een land als Nederland juist een sterke NVWA nodig hebben”, zei Kamerlid Gerrit Jan van Otterloo in de Tweede Kamer. “We moeten erop kunnen vertrouwen dat niet alleen de etiketten goed zijn, maar ook de kwaliteit van de producten. We weten dat alles wat de gezondheid van gezonde mensen een beetje in gevaar brengt, de gezondheid van kwetsbare mensen sterk in gevaar brengt. Juist vanwege die kwetsbaarheid moeten we zorgen dat er geen producten op de markt komen die bedreigend zijn voor kwetsbare mensen.”

Inbreng van Kamerlid Gerrit Jan van Otterloo bij het debat over de NVWA met minister Schouten (LNV):

“Dit debat lijkt een beetje op een verzameling vragenuurtjes bij elkaar van een heel jaar misstanden. Dat ziet er treurig uit, moet ik zeggen. Hoewel het er niet vrolijker van wordt, zou ik het ook nog iets breder willen trekken dan al die misstanden die periodiek — bijna wekelijks, zou ik zeggen als ik kijk naar de onderwerpen die worden aangedragen voor het vragenuurtje — door ons aan de orde worden gesteld.

Ik ben nog uit de tijd dat er een discussie was over de vraag of er wel een NVWA moest komen, of er wel één inspectie voor vee en vlees moest komen, en of zaken die bij VWS lagen en zaken die bij Landbouw, Natuur en Visserij lagen, zoals het toen nog heette, wel bij elkaar moesten komen. De beslissing is in 2007 genomen, de organisatie kwam er in 2012, en die is eigenlijk weer een resultaat van de gedachte ‘big is beautiful’, terwijl big vooral de b van bureaucratie is. Dat stemt niet vrolijk. Uit de antwoorden op de vragen blijkt dat er 24 ICT-systemen zijn voor 23 inspectievelden en dat zo'n hele organisatie dan nog niet in staat is om dat soort zaken op een goede wijze te regelen.

Uiteraard was ook de fusie van de NVWA weer belast met het idee dat het geld zou opleveren. Dat is niet ongebruikelijk in dit huis en dat zorgt altijd weer voor de te verwachten problemen. Er mocht 50 miljoen minder worden uitgegeven. Er zijn echter weinig dingen waarbij je meer kwaliteit krijgt als je er minder geld aan besteedt. Dat kan misschien alleen als je te dik bent en wilt afvallen, maar voor het overige geldt dat je, als je kwaliteit wilt, daar ook in moet investeren. Dat betekent dus dat wij nadrukkelijk moeten kijken naar de vraag wat wij met dat apparaat willen en hoe wij dat goed willen doen. Dat nog even los van alle misstanden.

Ik heb ook grote zorgen over het natuurlijk verloop van het personeel, en dat zeg ik namens 50PLUS. Ik zag dat meer dan 40 procent van het personeelsbestand in de categorie 55-plus zit. Dat is toch echt een buitengewoon hoge vertegenwoordiging in het geheel. Dat stelt de NVWA zo direct voor problemen. Ze moeten ervoor zorgen dat ze kwalitatief goede mensen kunnen aantrekken die ook in staat zijn om met een bepaalde blik te kijken naar slachthuizen en de manier waarop met dieren is omgegaan, namelijk zoals de samenleving daar nu naar kijkt.

Ik ken de inspectie voor vee en vlees nog uit de tijd dat men niet helemaal bij de slachterijen op de schoot zat, maar toch wel nauwe banden had. Ik moet zeggen dat het ook wel lastig wordt om niet af te stompen als je de hele dag bezig bent in zo'n omgeving.

In de antwoorden heb ik gelezen dat we in maart of iets later over structurele zaken kunnen praten. Dan komen de antwoorden op de vragen over de wijzigingen in de organisatie. Ik zie mevrouw Ouwehand bij de interruptiemicrofoon staan. Misschien kan ik een interruptie voorkomen als ik nu tegen haar zeg: ik ben al vijftig jaar flexitariër. Dus u hoeft het niet te vragen; ik was het al voordat het woord bestond.

Ik sluit af met een andere invalshoek, die nog niet aan de orde is geweest. Wij hebben behoefte aan een sterke Voedsel- en Warenautoriteit om ervoor te zorgen dat wij erop kunnen vertrouwen dat niet alleen de etiketten goed zijn, maar ook de kwaliteit van de producten. We weten dat alles wat de gezondheid van gezonde mensen een beetje in gevaar brengt, de gezondheid van kwetsbare mensen sterk in gevaar brengt. We zien het nu weer met het coronavirus. Juist vanwege die kwetsbaarheid moeten we zorgen dat er geen producten op de markt komen die bedreigend zijn voor kwetsbare mensen.”

© 13 februari 2020