De toekomst van de zorg ligt bij preventie. “Het is één van de belangrijkste manieren om de alsmaar stijgende zorgkosten te beteugelen. Preventie zorgt voor minder medicijngebruik, minder zorgvraag en mensen die zich gezonder en fitter voelen”, aldus Kamerlid Léonie Sazias.

Sport en buiten bewegen - Foto: Ivabalk (Pixabay)

Bij de begrotingsbehandeling van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport concludeert Kamerlid Léonie Sazias tot haar spijt dat Nederland niet klaar is voor de vergrijzingsgolf. “Wij zullen ervoor moeten zorgen dat de ouderen van nu en van de toekomst de zorg krijgen die ze nodig hebben en verdienen!”

Miljardenbusiness

Léonie stelt vast dat de zorg onbetaalbaar dreigt te worden, onder meer doordat ons hele zorgsysteem is gebouwd rondom behandelen. “Productie draaien levert geld op, ziekte is een miljardenbusiness”, constateert het Kamerlid somber. “Die prikkel moet eruit!” Het toverwoord is ‘samenwerken’, maar daar schort het aan omdat ons huidige stelsel gebaseerd is op marktwerking en concurrentie. “We zien te vaak dat zorgverzekeraars op de stoel van de hulpverlener gaat zitten: indicaties bijstellen en recepten van de huisarts veranderen”, geeft Léonie een voorbeeld van tegengestelde belangen en beslissingen. “Daar zou een zorgverzekeraar niet over zou moeten gaan! En minister De Jonge moet daar zorgverzekeraars op aanspreken!”

Preventie

De toekomst van de zorg ligt bij preventie. “Het is één van de belangrijkste manieren om de alsmaar stijgende zorgkosten te beteugelen”, benadrukt Léonie Sazias in het debat met minister Hugo de Jonge en staatssecretaris Paul Blokhuis. “Preventie zorgt voor minder medicijngebruik, minder zorgvraag en mensen die zich gezonder en fitter voelen. Helaas is het nu niet aantrekkelijk voor zorgverzekeraars en zorgaanbieders om te investeren in preventie. Want ziekte levert geld op. Het preventieakkoord is wat 50PLUS een eerste stap, maar preventie moet ook interessant voor zorgaanbieders en zorgverzekeraars worden.”

Buurtsportcoaches

Bewegen is een integraal onderdeel van preventie, voor jong en oud. “De buurtsportcoaches doen goed werk, vooral voor jongeren, maar ze zouden zich ook meer voor ouderen moeten inzetten. Het zou zo goed zijn als ouderen uitgenodigd worden om een wandelingetje te maken. Samen wandelen in de buurt is preventief voor lichamelijke aandoeningen én tegen eenzaamheid”, aldus Léonie Sazias, die vroeg om extra inzet van buurtsportcoaches voor ouderen.

De volledige inbreng van Kamerlid Léonie Sazias bij de begrotingsbehandeling van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport:

“Dit is de laatste begroting voor VWS van dit kabinet. Tijd om het regeerakkoord er weer even bij te pakken om te kijken wat daarvan is waargemaakt.

Het regeerakkoord zegt dat er deze periode geen nieuw zorgstelsel zou komen. Je moet iets ook eerst uitproberen om te weten of het werkt of niet. Inmiddels komt dit kabinet tot de volgende uitspraak op bladzijde 13 van de begroting:

“Het besef dat verandering in de zorg nodig is, dringt steeds meer door. Krapte op de arbeidsmarkt en stijgende zorgkosten maken dat we wel moeten overgaan naar een nieuwe manier van kijken naar de zorg en hoe we hieraan (samen)werken en als kabinet de regie pakken om deze noodzakelijke transitie mogelijk te maken.”

Ook de conclusies van het Centraal Planbureau liegen er niet om. Vijf jaar na de decentralisaties. De participatiewet is mislukt en de Jeugdzorg bij de gemeenten is op een drama uitgelopen. Te veel kinderen moeten veel te lang wachten op de juiste zorg en vaak krijgen ze die helemaal niet. Lichte hulpvragen krijgen voorrang omdat ze goedkoper op te lossen zijn en kinderen met complexe problemen worden van het kastje naar de muur gestuurd. De ingreep van minister De Jonge in de Jeugdzorg gaat wat 50PLUS niet ver genoeg. Vooral de JeugdGGZ moet zo snel mogelijk weg bij de gemeenten en weer centraler worden georganiseerd.

De Nederlandse Zorgautoriteit en het Zorginstituut waarschuwen dat de zorg onbetaalbaar dreigt te worden. Dat komt onder meer omdat ons hele zorgsysteem is gebouwd rondom behandelen. Productie draaien levert geld op, ziekte is een miljardenbusiness. Die prikkel moet eruit, hoe ziet de minister dit?

Het was ook de bedoeling dat onzinnige zorg zou worden aangepakt. De Algemene Rekenkamer heeft in een rapport geconcludeerd dat de huidige programma’s die de onzinnige zorg moeten aanpakken niet werken. En dit is nou juist één van de manieren om de zorgkosten te beteugelen. Hoe denkt de minister dat dit beter kan. Ook zeggen alle criticasters dat er veel te weinig aandacht is voor preventie, daar kom ik later nog op terug.

WMO
Ook binnen de WMO loopt het niet zoals het zou horen. Veel mensen kunnen hun weg daarin niet vinden. De gedachte dat wijkteams zelf actief op zoek gaan naar kwetsbare mensen komt niet goed van de grond. De financiering van de wijkteams is onduidelijk en de verschillen per gemeenten blijven te groot.

Een hulphond, die een wereld van verschil kan maken wat betreft zelfredzaamheid, wordt in Amsterdam niet vergoed door de WMO maar in Nieuwegein wel. Dat zijn onrechtvaardige en onredelijke verschillen.

Ook de Inspectie Gezondheidszorg constateert grote verschillen in de samenwerking tussen de huisarts en de wijkverpleging in verschillende regio’s. Ook al is de betrokkenheid van deze zorgverleners groot, ze weten elkaar niet altijd te vinden. Zulk overleg kost natuurlijk ook tijd en ruimte en dat is vooral door de strakke eisen van de zorgverzekeraar niet altijd mogelijk.

Eén van de aanbevelingen van de IGJ is dat huisartsen en thuiszorgorganisaties een zorgprogramma voor kwetsbare ouderen zouden moeten afspreken en dat de zorgverzekeraar zou moeten zorgen voor financiering. Wat vindt de minister van deze aanbeveling en is hij van plan dit te bespreken met betrokkenen en vooral met de zorgverzekeraars?

Ouderenzorg
In het regeerakkoord stond een apart kopje ‘Goede zorg voor ouderen’. Dat klonk veelbelovend, maar wat is er van waargemaakt? In het regeerakkoord is te lezen dat ouderen die het thuis niet meer redden, moeten kunnen rekenen op een plek in het verpleeghuis. Tijdens deze kabinetsperiode zijn de wachtlijsten niet afgenomen, maar toegenomen. 50PLUS wil dat de minister hier de regie neemt. Hoe gaat hij ervoor zorgen dat er bindende afspraken komen met gemeenten en zorginstellingen om zo snel mogelijk meer verpleeghuisplekken te realiseren?

Ouderen moet kunnen rekenen op goede zorg thuis en steun voor hun mantelzorgers. Ook hier is nog veel werk aan de winkel. Mantelzorgers krijgen nog steeds niet overal de juiste ondersteuning, daar kom ik straks op terug. Thuiszorg heeft het zwaar in de tweede coronagolf. Er is wederom weinig aandacht voor, de meeste aandacht gaat naar de ziekenhuizen. Dat is onterecht, want thuiszorg is voor veel mensen onmisbaar; het is voor veel thuiswonende ouderen het enige contact dat ze hebben. Thuiszorg is niet alleen voor de verzorgende taken, maar ook voor aandacht. En daar is nou juist zo weinig tijd voor. Hoe gaat de minister op korte termijn de thuiszorg aantrekkelijker maken?

Eigen regie met behulp van mantelzorg klinkt mooi, maar er zijn steeds minder mantelzorgers en die raken steeds meer overbelast. Er is onvoldoende respijtzorg om de mantelzorgers te ontlasten en dan wordt er ook nog beknibbeld op de indicaties voor thuiszorg. Zo draaien we in een kringetje de prut in.

We hebben mantelzorgers keihard nodig, en we weten dat er in de toekomst alleen maar minder mantelzorgers zullen zijn en meer zorgbehoevenden. En vooral de mantelzorg voor iemand met dementie is echt heel erg zwaar. De druk op mantelzorgers werd tijdens de coronacrisis alleen maar erger omdat de dagbesteding werd afgeschaald. En dagbesteding is de belangrijkste manier om een mantelzorger te ontlasten. Als je 24/7 alert moet zijn en moet opletten dan zijn die paar uurtjes per dag dat je even niet hoeft te zorgen onontbeerlijk. Maar ook intensieve logeerzorg is van belang om er even uit te kunnen zijn en bijvoorbeeld een paar dagen op bezoek te kunnen bij je zoon of dochter die een eind verderop woont. Veel mantelzorgers weten niet eens dat respijtzorg bestaat en daarbij is het te weinig beschikbaar. Respijtzorg is de belangrijkste ondersteuning die er is voor mantelzorgers. Daar hebben ze veel meer aan dan één keer per jaar een cadeautje of een feestje.

Wat 50PLUS betreft moet het budget voor respijtzorg omhoog en moet deze vorm van zorg veel actiever worden aangeboden. En wat ons betreft wordt dit budget geoormerkt zodat we zeker weten dat het werkelijk ook daar terecht komt.

Eén tegen eenzaamheid
De doeluitkering aan zestien gemeenten voor het programma ‘Eén tegen eenzaamheid’ laat twee dingen zien. Dat de invulling ervan inderdaad lokaal maatwerk is, maar ook dat de doeluitkering heeft geleid tot een boost in het lokale beleid bij deze gemeenten als het gaat om het bestrijden van eenzaamheid. 50PLUS heeft vaker gepleit voor doeluitkeringen; als je geld oormerkt weet je ook zeker dat het voor dat doel gebruikt wordt. Gaat de minister de doeluitkering voor het plan ‘Eén tegen eenzaamheid’ uitbreiden naar alle gemeenten?

Het Sociaal Planbureau merkt ook op dat de drie wetten vanuit het ministerie te gekokerd worden uitgevoerd. De gemeenten moeten die wetten in de uitvoering dan weer aan elkaar zien te knopen.

Die schotten maken het beleid verwarrend en zorgen ervoor dat problemen vaak niet integraal benaderd worden. En dat was nou juist de bedoeling omdat het ene probleem vaak ten grondslag ligt aan het andere probleem. Die integrale blik laat nog veel te wensen over. Bij een keukentafelgesprek zit vaak een WMO-consulent die onvoldoende zicht heeft op andere problematieken uit andere kokers zoals verslaving en schuldhulpverlening.

De commissie Bos adviseert om alle zorg voor thuiswonenden aan de zorgverzekeraar en de gemeente over te laten en de WLZ pas in te laten gaan wanneer iemand in een instelling wordt opgenomen. Zo haal je lokaal al één schot weg. Wat vindt deze minister van dat voorstel?

Het toverwoord van de afgelopen jaren is samenwerking. En ook de coronacrisis heeft hier de noodzaak van laten zien, maar dit stelsel dat gebaseerd is op marktwerking en concurrentie werkt daarop tegengesteld. Volgens de commissie Bos zijn vooral de zorgverzekeraars en hun verschillende contracten daar de oorzaak van. We zien te vaak dat zorgverzekeraars op de stoel van de hulpverlener gaat zitten: indicaties bijstellen en recepten van de huisarts veranderen. Is de minister het met ons eens dat een zorgverzekeraar daar niet over zou moeten gaan? En zo ja, gaat hij de zorgverzekeraars dan op aanspreken?

Door de corona crisis is de discussie over de publieke sector extra opgelaaid en steeds vaker rijst de vraag of de zorg ook geen publieke aangelegenheid is. Eén van de goeie dingen van de minister van Medische Zorg is het voornemen om van de ambulance voorziening een Niet Economische Dienst van Algemeen Belang te maken. Volgens de Raad van State zit een knelpunt bij de financiering. Die blijft namelijk ongewijzigd via de zorgverzekeraars lopen, waarbij de RAV’s bij het leveren van de zorg het financiële risico lopen. Het knelpunt kan dus opgelost worden wanneer het Rijk de financiering overneemt. Gaat de minister dat nog deze periode doen? Eigenlijk moet de hele zorg bekeken worden vanuit de blik van niet economisch belang.

De coronacrisis heeft ons geleerd dat ons zorgsysteem een crisis eigenlijk niet aankan. De efficiëntieslag die de afgelopen jaren op de zorg is losgelaten, eist nu zijn tol. Zorgmedewerkers lopen op hun tandvlees, besluiten de zorg te verlaten omdat de werkdruk te hoog is en het salaris te laag. Ook hebben ze te weinig autonomie. Er zijn niet genoeg ic-bedden, we zijn afhankelijk van de goede wil van Duitsland.

Landelijke regie
Corona heeft de hele wereld veranderd en tot veel nieuwe inzichten geleid. Waaronder de behoefte aan landelijke regie.

Landelijke regie is ook nodig als het gaat om wonen en woonarrangementen voor senioren. Is het poldermodel niet een beetje te ver doorgeschoten als het gaat om de zorg? Gemeenten hebben veelal niet eens een woonzorgvisie. Het komt niet van de grond.

Deze bewindslieden willen veel aan het veld overlaten, dus zien we veel praatgroepen, overlegtafels en actieplannen die er op papier mooi uitzien maar stranden in de uitvoering. Zou de minister zijn bijnaam weten zoals die in het veld wordt gebezigd? Minister Actieplan. Want daar zijn we in de afgelopen jaren veelvuldig mee geconfronteerd. Dat klinkt heel actief, maar er is vooral heel veel gepraat. Uitstekend om naar het veld te luisteren, daar zit de deskundigheid, maar een regering moet er daarna dan wel een klap op geven en zeggen: ‘Oké, alles gehoord hebbende gaan we die richting uit’. Maar er blijft nu te veel hangen in het veld en de marktwerking slaat z’n slag.

Contourennota

Preventie
De toekomst van de zorg ligt bij preventie. Het is één van de belangrijkste manieren om de alsmaar stijgende zorgkosten te beteugelen. Het zorgt voor minder medicijngebruik, minder zorgvraag, en mensen die zich gezonder en fitter voelen. Helaas is het nu niet aantrekkelijk voor zorgverzekeraars en zorgaanbieders om te investeren in preventie. Ik stipte het net al aan: ziekte levert geld op. Het preventieakkoord is wat 50PLUS een eerste stap, maar bij lange na niet genoeg om te zorgen dat preventie echt zoden aan de dijk zet. Preventie moet integraal worden verankerd in zowel de zorgopleidingen als in het hele zorgstelsel. Het moet interessant voor zorgaanbieders en zorgverzekeraars zijn om te investeren in gezondheid. Van de minister wil ik graag horen hoe maken we het voor zorgverzekeraars en aanbieders interessant om te investeren in gezondheid?

Het preventieakkoord is ondertekend door ruim 70 partijen. Dat is heel mooi, maar als je iedereen tevreden moet houden kun je niet echt doorzetten. Als je aan tafel zit met de frisdrankindustrie, dan snapt iedereen dat er uit dat gesprek geen suikertaks komt. Terwijl er voor zo’n maatregel steeds meer draagvlak is. En u kunt de supermarkten heel vriendelijk vragen om gezond eten tot de norm te maken, maar ze doen het gewoon niet. Ook hier is meer landelijke regie gevraagd. 50PLUS vindt het onbegrijpelijk dat de suikertaks nog niet is ingevoerd, zeker gezien het succes in het Verenigd Koninkrijk. Ook ons RIVM ziet het als een mogelijke aanvulling in de strijd tegen overgewicht. Onlangs was in de media te lezen dat de suikertaks er op het laatst uit was gehaald door druk van de VVD. Toch vond de staatssecretaris het een goed idee. Dus waarom voeren we het niet alsnog in?

Wat 50PLUS betreft moet er veel meer aandacht gegeven worden aan preventie. Bewegen is daarin voor ons een integraal onderdeel. Voor jong en oud. De buurtsportcoaches doen goed werk, vooral voor jongeren, maar zouden zich ook meer voor ouderen in moeten zetten. Het zou zo goed zijn als ouderen uitgenodigd worden om een wandelingetje te maken. Samen wandelen in de buurt is preventief voor lichamelijke aandoeningen én tegen eenzaamheid. Ziet de mogelijkheden om extra in te zetten voor buurtsportcoaches voor ouderen?

Een andere belangrijke vorm van preventie is het gebruik van vitamine D. Een tekort daaraan wordt in verband gebracht met een slechter verloop van een coronabesmetting en het blijkt de kans op darmkanker te verlagen. Vitamine D is uit het basispakket gehaald om de zorgkosten te verlagen. Nu blijkt na onderzoek van Vektis dat we juist vijf miljoen dúúrder uit zijn omdat artsen vaak duurdere middelen voorschrijven. Die bezuiniging heeft dus niet gewerkt en ik wil dan ook wederom dringend aan de minister vragen om dit besluit terug te draaien. Vooral ook omdat zonder recept de medicatietrouw veel minder is, maar ook en vooral omdat een gebrek aan vitamine D broze botten tot gevolg heeft en een heupoperatie na een val vele malen meer geld kost. Dat is penny wise pound foolish. Dat is geen zinnige zorg.

Eén op de drie thuiswonende ouderen met thuiszorg is ondervoed. Als je eenmaal ondervoed bent, kost het vooral voor ouderen heel veel moeite om weer op krachten te komen. De spieren verliezen hun kracht en valincidenten liggen dan op de loer. De stuurgroep ondervoeding waarschuwt daarvoor. Ook hier kan preventie veel opleveren. Nu wordt de wijkverpleegster ingezet wanneer iemand al ondervoed is en die komt dan met een nutri-drankje. Maar we moeten ondervoeding zien te voorkomen. 50PLUS denkt dat deze taak vast bij de thuiszorg neergelegd moet worden, dat kan al bij niveau 1. Een schoon huis is belangrijk, maar goed eten is minstens zo belangrijk. Hoe ziet de minister dit en is hij bereid om dat vast in het takenpakket van de thuiszorg te integreren?

Wonen
Een belangrijk aspect in de preventie van overmatige zorgkosten en eenzaamheid is de mogelijkheid om dicht bij elkaar te wonen. Het organiseren van betaalbare woonarrangementen komt maar niet van de grond. Het duurt minstens een jaar of 8 om zo’n Knarrenhof te organiseren. Gemeenten doen moeilijk, want die verkopen hun grond liever duur aan een commerciële projectontwikkelaar. Gezien de financiële situatie van de gemeenten is dat ergens nog te begrijpen ook.

Onlangs kregen we weer een mail van een jonge vrouw die om voor haar opa te zorgen bij hem in huis trok. Na het overlijden van haar grootvader kreeg ze de mededeling dat ze het huis uit moest zonder dat haar vervangende woonruimte werd aangeboden. Het medehuurderschap kan pas na twee jaar worden aangevraagd. Wanneer je je eigen huis opgeeft om bij je mantelzorgcliënt in te trekken, en die overlijdt binnen twee jaar, dan word je je het huis uitgezet. Dat zou met een officiële mantelzorgverklaring voorkomen kunnen worden. Zo kan iemand eenvoudig aantonen mantelzorger te zijn en op z’n minst moet er dan een vervangende woonruimte worden aangeboden. Ik weet dat dit zich uitstrekt over drie portefeuilles, maar de urgentie is hoog en dus moeten de ministers van BiZa, SZW en VWS dringend hun hoofden bij elkaar steken.

Het kabinet wil dat in 2030 zorg 50% meer in de eigen leefomgeving (in plaats van in zorginstellingen) wordt georganiseerd, samen met het netwerk van mensen. Dat neemt niet weg dat er toch ook echt veel meer verpleeghuisplekken bij moeten komen, maar er moet vooral ook meer geïnvesteerd worden in mantelzorgondersteuning en dus respijtzorg en dagbesteding.

Ontmoetingscentra
In de Nationale dementiestrategie staat het doel dat er in 2030 80 procent van de thuiswonenden dementerenden toegang hebben tot een ontmoetingscentrum. Ik denk aan Sjaak en Sean die laatst op televisie vertelden dat ze zich tijdens de coronaperiode geen raad wisten zonder hun buurthuis waar ze 3 à 4 keer per week een potje gingen poulen met hun buurtvrienden. Maar die ontmoetingscentra zijn ook ontzettend belangrijk voor zowel mensen met dementie als voor hun mantelzorgers. Als je 80 procent van de thuiswonende mensen met dementie wil bedienen, en dat zijn er in 2030 zo’n 235.200, dan is dat de komende 10 jaar een enorme klus. Tijdens het Algemeen Overleg hierover had de minister het rekensommetje nog niet gemaakt, maar Alzheimer Nederland heeft dat wel gedaan en komt uit op zo’n 1400 extra centra. Er zijn er nu nog maar 165. Heeft de minister dat inmiddels wel uitgerekend? En zich ook afgevraagd hoe dat te financieren? Wij zijn benieuwd naar het antwoord.

50PLUS sluit zich aan bij de kritische opmerkingen van Alzheimer Nederland die zegt dat een belangrijke pijler in de Nationale dementiestrategie ontbreekt; namelijk preventie. En dat vinden we een gemiste kans. Een gezonde leefstijl kan dementie met jaren uitstellen en soms zelfs helemaal voorkomen.

Hersengezondheid zou een belangrijk onderdeel moeten zijn van de nieuwe strategie. Hoe denkt de minister preventie meer onderdeel te laten zijn van de Nationale dementiestrategie? Wat 50PLUS betreft komt er een preventieprogramma om hersengezondheid te bevorderen.

Als laatste over preventie: wij vinden het onbegrijpelijk dat de staatssecretaris heeft besloten om het bevolkingsonderzoek voor borstkanker eens per drie jaar uit te voeren in plaats van eens per twee jaar. De onderbouwing in zijn brief vinden we volstrekt ontoereikend en daarbij heeft de hij het veld totaal niet betrokken.

In 2018 zijn er via deze screening 6.519 vrouwen met borstkanker ontdekt. Dat is dus het aantal borstkankergevallen die u een jaar langer laat wachten op een diagnose. Dit gaat dus gewoon levens kosten. Dat er door corona vertraging is ontstaan is al pijnlijk, maar zomaar rücksichtslos de screening dan maar van twee naar drie jaar brengen is onaanvaardbaar. Wij vragen de staatssecretaris om er alles aan te doen om de screening weer terug te brengen naar iedere twee jaar, daarbij alternatieven van screening te onderzoeken en betrokken partners hierbij te betrekken.

Personeelstekort
We blijven worstelen met het personeelstekort in de zorg. Alleen al het ziekteverzuim in de zorg is zorgelijk te hoog. Bij ambulancepersoneel is dat soms zelfs 20 procent. Daar lijkt me ingrijpen nodig, graag een reactie van de minister.

We kunnen nog zoveel ic-bedden optuigen, maar als er geen personeel voor is heb je er niets aan. Voor het aantrekkelijk maken van werken in de zorg is € 130 miljoen uitgetrokken. Wat gaan we hiermee doen? We praten toch al jaren over het terugdringen van de bureaucratie met schraplijstjes etc. en meer inspraak van de zorgmedewerkers op de werkvloer. En dan komen we alsnog tegen dat veel ic-verpleegkundigen niet betrokken zijn bij de opschaling voor covid.

Werkdruk en ziekteverzuim moeten worden aangepakt, maar dat is niet voldoende. Ook het salaris van het zorgpersoneel moet echt omhoog en wij zullen hier met een aantal partijen om blijven vragen.

Concluderend kunnen we zeggen dat dit zorgstelsel niet houdbaar is. Dat de decentralisaties zorgen voor versnippering en de zorg nodeloos ingewikkeld maken en duur. Dat er meer landelijke regie nodig is op diverse punten, waaronder als het gaat om het organiseren van woonarrangementen voor senioren. Dat mantelzorgers cruciaal zijn in de zorg en dat er veel meer nodig is om mantelzorgers te ondersteunen. Dat preventie nog veel te weinig geïntegreerd is in beleid.

En tot slot kunnen we vaststellen dat we niet klaar zijn voor de vergrijzingsgolf en dat wij er hier voor moeten zorgen dat de ouderen van nu en in de toekomst de zorg zullen krijgen die ze nodig hebben en verdienen.”

© 2 december 2020