Martin van Rooijen: Bestuursakkoorden en Begrotingsrecht – Opheldering van de Minister Gevraagd

Voorzitter,

We vallen in herhaling over de rechtmatigheid van wijzigingen in de OCW begroting in samenhang met het gesloten bestuursakkoord onder een vorig kabinet.
Mijn fractie hoort graag of de minister kan bevestigen dat zo’n akkoord geen bindende wettelijke regeling is noch een privaatrechtelijke overeenkomst waaraan de Staat is gebonden. Graag een reactie van de minister?

Uit de beantwoording blijkt dat dit anders zou zijn als het om subsidie toekenningen gaat waarvan de besteding ook goed controleerbaar moet zijn door de Rekenkamer.
Is de minister dit met mijn fractie eens?

Uit voorgaande concludeert mijn fractie dat bestuursakkoorden een onduidelijke juridische status hebben en dat het feitelijk een set aan voornemens zijn waar de gesprekspartners het met elkaar eens zijn geworden teneinde oplossingen te vinden.
Ik merk hierbij op dat ik deze conclusie ook heb voorgelegd aan staatsrechtsgeleerde, Prof. Paul Bovend’Eert.
Klopt deze conclusie, zo vraag ik de minister.

Voorzitter, dan nu naar het specifieke gesloten bestuursakkoord Hoger Onderwijs en Wetenschap 2022. De minister zelf stelt dat in dit akkoord géén begrotingsvoorbehoud is gemaakt voor de jaarlijkse bijdrage.
Maar dit voorbehoud is wél gemaakt in de Rijksbijdragebrieven vanaf 2022 wat erop neerkomt dat goedkeuring moet worden gegeven door de begrotingswetgever van de Rijksbegroting.
Is dit juist, zo vraag ik de minister?

Aansluitend Voorzitter vraag ik de minister of hij mij kan bevestigen of ook het ministerie van Financiën van mening is dat begrotingswetgeving qua rangorde boven bestuursakkoorden gaat. Graag een reactie van de minister?

Voorzitter,
Indien namelijk onverkort zou worden vastgehouden aan dit Bestuursakkoord zou dit immers betekenen dat opvolgende ministers in een nieuw kabinet en het parlement als begrotingswetgever, onvoorwaardelijk gebonden zijn aan allerlei uitgaven voor toekomstige jaren.

Volgens 50PLUS heet dat “regeren over je eigen graf”. Nieuwe kabinetten moeten wel degelijk bezuinigingen kunnen doorvoeren. De wereld is aanzienlijk veranderd sinds 2022 waardoor heroverwegingen noodzakelijk kunnen zijn.

Voorzitter,
De bezuinigingen op de Sectorplannen zijn vervallen zodat bestaande verplichtingen kunnen worden gecontinueerd. De bezuiniging is omgebogen naar Starters- en Stimuleringsbeurzen. Dit zou de minister zelfs in overleg hebben gedaan met de universiteiten. Klopt dat?
Doordat de Sectorplannen thans overeind blijven zullen daaruit voortvloeiende juridische procedures dus achterwege blijven, zo vraag ik de minister?