Krol Struijlaard 10 09 2014

 

Henk Krol was nog maar net beëdigd als Tweede Kamerlid voor 50PLUS of hij moest in het parlement het woord voeren over de uitvoerige problematiek van de Wet Landurige Zorg.

 

Henk Krol voelde zich bij zijn terugkeer in de Kamer als een vis in het water.

Hij maakte woensdag 10 september zijn tijdelijke rentree in de Tweede Kamer als vervanger van Martine Baay. Die moet vanwege gezondheidsproblemen voorlopig een stapje terug doen.

 

Na zijn beëdiging werd Henk Krol gefeliciteerd door John Struijlaard, voorzitter van de politieke partij 50PLUS (foto). Struijlaard wenste Krol kracht en wijsheid toe in zijn werk als volksvertegenwoordiger. Hij noemde het ook uniek dat een Kamerlid dat zojuist is beëdigd meteen voor de leeuwen wordt gegooid in een, voor ouderen  zo belangrijk, debat als dat over de Wet Landurige Zorg.  

 

Henk Krol was duidelijk in zijn element bij zijn rentree in de Tweede Kamer. Soepel leverde hij als Kamerlid van 50PLUS zijn bijdrage aan het debat over de Wet Landurige Zorg. In zijn bijdrage bracht hij onder meer het volgende naar voren.

 

“Het verdedigen van de belangen van ouderen is hard nodig. Om te beginnen vandaag de Wet Langdurige Zorg. Het voorlopige sluitstuk in de behandeling van grote zorgwetten. Het gaat over iets heel fundamenteels: hoe organiseren we de zorg voor onze meest kwetsbare ouderen en gehandicapten op een zodanige manier dat het menswaardig, kwalitatief hoogstaand is, terwijl we daarnaast de betaalbaarheid in het oog moeten houden. Dat vereist zorgvuldige keuzes en overwegingen.”

 

“De wachtlijsten. Ondanks alle toezeggingen van de staatssecretaris ben ik er niet gerust op dat een en ander goed komt. We hebben immers al vaker gehoord dat de staatssecretaris gaat praten met de zorgkantoren om te bewerkstelligen dat de afbouw niet te snel gaat. We hebben al vaker horen zeggen dat de zorgkantoren een zorgplicht hebben en deze ook zullen nakomen. En dat er hier of daar een miljoen extra wordt toegezegd om de problemen te voorkomen is ook niet nieuw. Maar ook heb ik gehoord van het zorgkantoor dat alleen crisissituaties als criterium voor urgentie hanteert. En ik weet dat het aantal mensen met zo’n hoge zorgvraag alleen maar toeneemt. En daaruit kan ik afleiden dat het probleem niet zomaar weg is.”

 

“Ontegenzeggelijk is gebleken dat veel ouderen die recht hebben op én behoefte hebben aan een plek in een verzorgingshuis, op de wachtlijst staan. Eenvoudigweg omdat er geen plek is, omdat zorgkantoren deze niet meer financieren. Mensen met een zware zorgvraag wonen daardoor langer thuis dan verantwoord is. Overbruggingszorg is niet altijd toereikend. Er wordt immers met de botte bijl gehakt in de zorg thuis. We hebben de trieste gevolgen daarvan allemaal kunnen zien in Nieuwsuur. En de staatssecretaris blijft maar zeggen dat iedereen met een indicatie recht heeft op een plek. Natuurlijk is dat zo. Maar die plek is er niet! Instellingen kunnen deze mensen eenvoudigweg niet opnemen omdat de zorgkantoren versneld aan het afbouwen zijn.”

 

“Er wordt nu wel geïnventariseerd of iedereen op de juiste wijze op de wachtlijst staat. Dat is in elk geval iets. Maar er is nog een punt. In het overgangsrecht is bepaald dat de cliënt uiterlijk 1 januari 2016 besloten moet hebben of hij zijn recht op verblijf in een instelling al dan niet wil verzilveren. Maar er zijn vele manieren waarop dat mis kan gaan, en dat buiten de schuld van de cliënt. Er zijn nu al wachtlijsten. Daar komt dus nog een groep bij die aanspraak kan maken op verblijf. De zogeheten slaapwachtenden. Die zijn er nu dus ook, naast de wenswachtenden en actief wachtenden……Het moet toch niet gekker worden. Maar de vraag of er wel genoeg plek is en blijft dus van kracht. Want wat als het aantal mensen dat kiest voor intramuraal verblijf hoger is dan verwacht? Of als het zorgkantoor niets meer vergoedt? Of dat een beschikbare plek zodanig uit de richting ligt, dat je redelijkerwijs niet van iemand kunt vragen daar te gaan wonen?"

 

“50PLUS heeft dit al gevraagd in de schriftelijke inbreng, maar geen afdoende antwoord gekregen. Dus nogmaals: Vervalt het recht op verblijf na dit overgangsjaar als iemand nog geen plek gevonden heeft of niet? Wat zijn de gevolgen voor de wachtlijsten? Welke garantie is er dat voor iedereen een passende plek beschikbaar is? Graag een heldere toelichting.”

 

Henk Krol ging ook in op de kwaliteit in verpleeghuizen. De verpleeghuiszorg is nogal onder de maat. Juist hier zijn de veiligheid en kwaliteit van zorg in het geding, meende hij.

“Ook hier gaat het erom of er goed geschoolde mensen aan het bed staan. En ook hier gaat het erom of instellingen bereid, maar vooral: in staat zijn om geld te steken in de medewerkers, en daarmee de kwaliteit van zorg. Een conclusie uit het rapport van de Inspectie luidt letterlijk: ‘Bij veel instellingen bleek dat de beschikbaarheid en deskundigheid van het personeel onvoldoende was afgestemd op de zorgbehoefte van cliënten’. Ik vraag de staatssecretaris: hoe schokkend is dit? Gebleken is dat de veiligheid omtrent medicatie en vrijheidsbeperking in veel verpleeghuizen te wensen overlaat. Op beide vlakken zijn ongelukken levensgevaarlijk. Dan is het belangrijk dat er voldoende goedgeschoolde medewerkers aanwezig zijn. Maar die scholing gebeurt onvoldoende. Het levert immers ook praktische problemen op: iemand die een opleiding volgt, kan niet op de werkvloer staan. En buiten dat: instellingen hebben sowieso al vaak een tekort aan personeel. Met deze wet zal dat er niet beter op worden, zeker gezien de toenemende zorgzwaarte van mensen in een instelling. Medewerkers ervaren dit nu al aan den lijve. Doordat zij zich een slag in de rondte rennen door een gebrek aan collega’s. Of doordat professionals vervangen worden door vrijwilligers.”

 

“CNV Publieke Zaak heeft een meldpunt geopend waar situaties kunnen worden gemeld waar betaald werk wordt overgenomen door vrijwilligers, mensen met een uitkering of stagiaires. Het loopt storm op dit meldpunt. Alarmerend veel meldingen komen uit de intramurale zorg. Verzorgenden die gevraagd worden hun werk na ontslag vrijwillig te gaan doen. Stagiaires die in hun eentje een afdeling runnen. Of vrijwilligers die zonder hulp van een geschoolde kracht op een groep dementerenden worden geplaatst. Het komt écht voor. En laat ik duidelijk zijn: niets ten nadele van de vrijwilliger. Integendeel! Dit zijn betrokken, waardevolle mensen. Hun inzet is onmisbaar. Maar als aanvulling op betaalde krachten en niet als vervanging daarvan. Even afgezien van de discussie over verdringing op de arbeidsmarkt: het gaat om zorg en begeleiding aan kwetsbare mensen met een zorgvraag. Het is niet voor niets dat daar tot dusver geschoolde krachten op werden ingezet. Om iemand te kunnen begrijpen en de juiste zorg te kunnen bieden, heb je een gedegen opleiding nodig. Het is een degradatie, een miskenning van het belangrijke werk dat door deze mensen tot dusver gedaan is. Dit kan tot ronduit gevaarlijke situaties leiden”, aldus Henk Krol. Hij vindt dat er altijd minimaal één geschoolde kracht op een afdeling of te begeleiden groep moet staan.

 

Op meerdere vlakken ontstaat er volgens hem een dreiging voor de kwaliteit van zorg. “Door de inzet van onbetaalde krachten, door onze betaalde krachten onvoldoende op te leiden en eenvoudigweg door gebrek aan personeel.  Zo willen we toch niet met onze ouderen omgaan. Het kabinet misschien wel, 50PLUS niet.”  

 

In de Wet Langdurige Zorg is het recht op Volledig Pakket Thuis verankerd. En dat is een goede zaak, aldus Henk Krol. “Immers, steeds meer mensen willen zo lang mogelijk thuis blijven wonen, ook als zij steeds meer zorg nodig hebben. Het is positief dat de regering dit wil faciliteren. Met een Volledig Pakket thuis ontvangt de cliënt de zorg waar hij recht op heeft in een integraal pakket thuis. Maar stelt u zich eens voor: iemand heeft drie keer per dag verzorging nodig, eenmaal wijkverpleging voor de wondverzorging, er komt huishoudelijke hulp en maaltijdvoorziening. Daarnaast komt de apotheek de medicijnen brengen en tweemaal per week de fysiotherapie. Allemaal prachtig geregeld, maar dat zijn toch wel heel veel mensen die er dan over de vloer komen. Als dementerende word je daar erg onrustig van. Als mantelzorger word je bijna gek van de deurbel. Het is daarom goed om paal en perk te stellen aan het aantal verschillende gezichten dat over de vloer komt. Wij hebben hierover dan ook een amendement in voorbereiding. Welke aandacht wordt er besteed aan het aantal hulpverleners dat langskomt? Kan er gestreefd worden naar een zo laag mogelijk aantal binnen dezelfde discipline?”

 

50PLUS vindt het geen goede zaak dat casemanagement dementie niet vastgelegd is in de Wet langdurige zorg. Dementie komt steeds vaker voor, en een goede begeleiding van de cliënt én diens omgeving is van groot belang, over de systemen heen is onontbeerlijk, zei Henk Krol. “Dementie is een aandoening die specialistische kennis vereist, zowel op praktisch als zorginhoudelijk gebied. Dat blijkt maar weer uit het recent gepubliceerde onderzoek onder mantelzorgers van Alzheimer Nederland. Veel mantelzorgers signaleren dat er gevaarlijke situaties thuis kunnen ontstaan bij de dementerende voor wie zij mantelzorgen. Een enorm gevaar op meerdere punten: de dementerende laat een pannetje op het vuur staan, loopt in een onbewaakt ogenblik verward de deur uit en verdwaalt, of laat een vreemde binnen. Maar ook: het gevaar voor overbelasting van de vaak oudere mantelzorger, die zich ontzettend veel zorgen maakt over de veiligheid van zijn dierbare, zo bleek uit het onderzoek. Dat geldt in de eerste plaats voor de inwonende, vaak oudere, partner, maar niet minder voor buren of kinderen.”

 

Daarom diende 50PLUS een amendement in om alsnog casemanagement dementie in de wet te verankeren. “Dit is van het grootste belang om integrale dementiezorg van goede kwaliteit te kunnen organiseren.”

 

Krol zei ook regelmatig verdrietige geluiden te horen over verzorgingshuizen die sluiten. “Het is elke keer weer een persoonlijk drama als iemand op hoge leeftijd zijn vertrouwde plek moet verlaten. Oude bomen moet je niet verplanten, en dat is precies wat er dan wel gebeurt. Alleen in het uiterste geval, bij een niet meer leefbaar gebouw bijvoorbeeld, is dit nog enigszins verdedigbaar. En in die situaties moeten alle randvoorwaarden heel goed geregeld worden. Dat is nu niet het geval.”  

 

50PLUS blijft aandacht vragen voor de oudere mantelzorger. Henk Krol: “Deze kwetsbare groep heeft tegen wil en dank het risico om overbelast te raken. Hoe dan ook, het langer thuiswonen van steeds hulpbehoevender ouderen, wat met deze wet geregeld wordt, is belastend voor de vaak ook oudere partner. Denk aan ouderen met een dementerende partner. Wordt in de hulpvraag van de betreffende cliënt ook aandacht besteed aan het welzijn van de mantelzorger? Deze zal immers uit loyaliteit en liefde langer voor zijn hulpbehoevende partner zorgen dan goed is voor hem- of haarzelf. Dat is een groot gevaar, want als de mantelzorger ook uitvalt is het menselijk leed niet te overzien. En dat heeft ook een negatieve invloed op de zorgkosten, want dan zijn het ineens twee mensen die zorg nodig hebben. Voorkomen is ook hier beter dan genezen! Het is dan ook van groot belang om de mantelzorger te zien als gelijkwaardige gesprekspartner in de zorgverlening. Een gelijkwaardig samenspel tussen formele en informele zorg is de beste manier om maatwerk te kunnen leveren bij ieders zorgbehoefte. Daarbij is het erg jammer dat in deze wet respijtzorg maar beperkt geregeld is, tot 2 etmalen per week. Juist de oudere mantelzorger van een partner met hoge zorgvraag is erg gebaat bij deze vorm van ondersteuning.”