Martin van Rooijen

 

Het afschaffen van de ouderentoeslag in 2016 heeft dramatische gevolgen voor een kwetsbare groep ouderen. Martin van Rooijen, oud-staatssecretaris van Financien en pensioendeskundige, waarschuwt daarvoor.


In het Belastingplan 2015 zijn twee belastingverhogingen opgenomen die pas in 2016 ingaan en uitsluitend de ouderen treffen. Het gaat om een verlaging van de ouderenkorting en de afschaffing van de ouderentoeslag. Volgens Van Rooijen, die naar verwachting tweede wordt op de kandidatenlijst van 50PLUS voor de Eerste Kamer, zijn beide maatregelen discriminatoir en worden ze genomen om een belastinggat te dichten dat ontstaan is door het niet doorgaan van de algemene huishoudtoeslag.

 

De ouderenkorting bestaat al sinds 1994 en geldt voor mensen met een inkomen tot €35.450. In 2013 werden gepensioneerden met een verhoging van de ouderenkorting deels gecompenseerd voor de nadelige gevolgen van een fiscale ingreep. Die verhoging wordt nu weer verminderd met € 83. 

 

De ouderentoeslag, die voor lage inkomens in 2001 in box 3 is ingevoerd, heeft een ander karakter. Dit was bedoeld als compensatie voor lage inkomens die werden geconfronteerd met de nieuw ingevoerde vermogensrendementsheffing.

 

Deze ouderentoeslag wordt in 2016 in één klap afgeschaft. Over de gevolgen daarvan zegt Martin van Rooijen: “Het treft een kwetsbare groep ouderen, die een inkomen hebben van minder dan €13.900 maar die wel wat vermogen hebben gespaard voor de oude dag. Men moet daarbij denken aan kleine zelfstandigen.”

 

Voor huishoudens betekent het een lastenverhoging van € 700. Dit is al een grote belastingverhoging,  maar daar komt nog bij dat men de huur- en zorgtoeslag ook gedeeltelijk of soms zelfs geheel verliest en dat de eigen bijdrage voor zorgkosten wordt verhoogd met € 2.000 per persoon. Het totale effect kan  meer dan € 6000 bedragen.