Groningen - Foto: Bert van Dijk (Flickr)50PLUS is van oordeel dat de schadeafhandeling in Groningen snel en soepel moet plaatsvinden. De NAM moet te allen tijde aanspreekbaar zijn op de aangerichte schade.

Met de ‘Tijdelijke wet Groningen’ wordt de publieke schadeafhandeling vastgelegd. Het is goed dat in die zin de NAM er tussenuit gaat, vindt 50PLUS Hun enige rol is het vergoeden van de schade. Daarom vindt 50PLUS het belangrijk dat dat laatste waterdicht te regelen. 50PLUS vreest dat er door het van toepassing verklaren van een bepaald artikel uit het Burgerlijk Wetboek een ontsnappingsmogelijkheid ontstaat voor de NAM om betalingen af te wentelen op de Staat. “Dat is onwenselijk, omdat dan feitelijk de burger de rekening betaalt”, zei Kamerlid Gerrit-Jan van Otterloo tegen minister Wiebes. 50PLUS dient daarop een amendement in.

Zorgen

Daarnaast maakt 50PLUS zich zorgen over het feit dat de NAM de heffing die de Staat oplegt (de Staat schiet de compensatie voor) kan aanvechten, en op welke gronden. “Ook baren de gescheiden processen van schadeafhandeling en versterking ons zorgen. Maakt dit het geheel niet nodeloos ingewikkeld?”, vroeg Van Otterloo aan de minister.

 

Verder in de inbreng van Kamerlid Gerrit Jan van Otterloo bij het debat over de Tijdelijke wet Groningen met minister Wiebes van Economische Zaken:

Scheiding schadeafhandeling-versterking
“Met dit wetsvoorstel wordt de publieke schadeafhandeling geregeld. In een later stadium wordt daar de versterking aan toegevoegd. Het blijven echter twee gescheiden stromingen. Voor beide een eigen loket, en voor beide een eigen ministerie. 50PLUS heeft het al vaker aangekaart, maar is nog steeds niet gerustgesteld. Ondanks het convenant dat gesloten is tussen TCMG en NCG, dat een en ander moet gaan stroomlijnen, en ondanks alle ongetwijfeld goede bedoelingen. Deze processen lopen deels synchroon, en met sommige zaken is het gewoon niet logisch om schade en versterken te scheiden. Dan moet er bijvoorbeeld twee keer geïnspecteerd worden. Gezien de traagheid die er nu al heerst, doet dat toch wel vrezen. En dan nog met processen die nieuw worden ingericht, nieuwe taakverdelingen, nieuwe verantwoordelijkheidsverdelingen… Nogmaals, we gaan uit van goede bedoelingen, maar dit is een recept voor heel veel kinderziekten.”

“Schades die nu al in procedure zijn; te lage vergoedingen uit het verleden, vastgesteld door de NAM. Hoe wordt daarmee omgegaan? Veel mensen zijn immers tekortgedaan door (extreem) lage vergoedingen, is ook gebleken uit het zwartboek van de SP.”

“Dit is een Tijdelijke wet. Maar wanneer loopt de wet af? Wat zijn de criteria, wie stelt die op en wie bepaalt dat er aan voldaan is?  En wat gebeurt er na buiten toepassing verklaren van de wet?”

“De passage over artikel 6:178 en het buiten toepassing verklaren van dit artikel. Een juridisch doolhof, gezien het lange, welhaast cryptische antwoord op onze vraag. Het klinkt alsof de overheid zegt: we hebben pas net de winningsplicht geïntroduceerd, de grote schades hebben feitelijk al plaatsgevonden. De hoeveelheden die nu gewonnen worden, zullen daar nog relatief weinig aan bijdragen, dus is dit artikel niet nodig. Klopt deze interpretatie? En waarom wordt er later nog gekeken of dit alsnog nodig zal blijken?”

“Misschien gewoon concretiseren: is dit punt de zwakke schakel in het wetsvoorstel? In welke mate is het, al dan niet theoretisch, mogelijk dat de NAM hier een uitweg vindt? Zou dit niet een afwenteling op de Staat (en dus de belastingbetaler) betekenen? Er wordt immers expliciet vermeld dat het geen aanleiding tot afwijzing van de vergoeding kan zijn.”
 
“De exploitant kan het heffingsbesluit aanvechten. Als dit succesvol gebeurt, gaat het op rekening van EZK, zo wordt geruststellend gezegd. En niet op die van de schademelder. Maar dit is, opnieuw, een principiële kwestie. De NAM moet betalen, niet de belastingbetaler. 50PLUS heeft hier in de schriftelijke ronde al vragen over gesteld, maar nog steeds is het ons niet helder. In welk geval zou de heffing ‘onredelijk hoog’ kunnen zijn, en onder welke omstandigheden?”

De bewijslast van mijnbouwschade in Groningen ligt bij de NAM, maar elders in het land ligt dit nog bij de gedupeerde. Dit zou naar de mening van 50PLUS moeten veranderen.

“Al bij al: goed dat de schadeafhandeling in publiekrechtelijke handen komt. Maar alle kritische vragen en het wantrouwen, dat ook in deze bijdrage naar voren komt, heeft de NAM volledig aan zichzelf te wijten.”

© 14 januari 2020