StemmenIn de Eerste Kamer werd gedebatteerd over de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 en gestemd over het bindend correctief referendum.

De Eerste Kamer vergaderde vandaag over het wetsvoorstel Tijdelijke wet verkiezingen covid-19. Hoofddoel van dit wetsvoorstel is om het in verband met de uitbraak van het coronavirus voor de Tweede Kamerverkiezing van 17 maart 2021 mogelijk te maken dat kiezers van 70 jaar en ouder hun stem per brief kunnen uitbrengen, en dat met name kiezers met een kwetsbare gezondheid de gelegenheid krijgen om gedurende twee dagen voorafgaand aan de ‘reguliere’ dag van de stemming hun stem in een stemlokaal uit te brengen. De inbreng van 50PLUS-senator Martine Baay bij dit debat leest u hieronder.

Bindend correctief referendum

Daarnaast werd er in de Eerste Kamer gestemd over een initiatiefvoorstel van de Tweede Kamer – verdedigd door het Tweede Kamerlid Ronald van Raak van de SP – voor het opnemen in de Grondwet van een bindend correctief referendum. Het voorstel werd met een nipte meerderheid aangenomen. Ook 50PLUS stemde voor. Senator Martine Baay legde voor de stemming wel een stemverklaring af; u leest die onderaan op deze pagina.

► De inbreng van senator Martine Baay bij het debat in de Eerste Kamer over de tijdelijke wet covid-19:

“Het zal niemand verbazen dat 50PLUS verheugd is over dit wetsvoorstel waarbij nadrukkelijk de groep senioren vanaf 70 jaar een verruimde keuze krijgen hoe zij op een veilige manier hun stem kunnen uitbrengen tijdens de komende Tweede Kamerverkiezing van 17 maart aanstaande.

Gebleken is dat juist ouderen vanwege hun hogere leeftijd al dan niet in combinatie met een kwetsbare gezondheid een verhoogd risico lopen met mogelijk een fatale afloop indien zij besmet worden met het Coronavirus.

Mijn fractie is uitermate content dat dit demissionaire kabinet naar mogelijkheden heeft gezocht om deze doelgroep in de samenleving van zo’n 2,4 miljoen kiezers zo optimaal mogelijk te beschermen om op een zo veilige manier hun stem uit te kunnen laten brengen.

Kortweg samengevat komen de extra maatregelen neer op:

- De mogelijkheid voor kiezers van 70 jaar en ouder om hun stem per brief uit te brengen zodat ze de gang naar het stemlokaal kunnen vermijden;

- 2 extra dagen om te gaan stemmen door toevoeging van maandag 15 en dinsdag 16 maart naast de reguliere dag van stemming op woensdag 17 maart ter voorkoming van drukte in stemlokalen; en

- Een kiezer mag voor 3 andere kiezers een volmachtstem uitbrengen, dus 3 volmachten in plaats van de gebruikelijke 2

Deze demissionaire regering hamert er bij voortduring op dat het veilig moet zijn voor de kiezer om hun stem uit te brengen en het moet veilig zijn voor stembureauleden om in de stemlokalen hun werk te doen.

Uit het onderzoek van bureau Mare van 10 december 2020 ‘Meetmomenten briefstemmen’ komt naar voren dat de optie van briefstemmen voor de 70+ doelgroep op waardering kan rekenen, maar dat de voorkeur bij de meerderheid uitgaat naar stemmen in een stemlokaal.

Vooralsnog kan de conclusie worden getrokken dat vele 70-plussers toch zelf de gang naar het stemlokaal gaan maken al is het maar omdat zij zichzelf helemaal niet als kwetsbaar beschouwen.

Al eerder is door mijn fractie in de Tweede Kamer aangedrongen op het aanbieden van sneltesten voor stembureauleden zeker nu het overleggen van een negatieve PCR-test bij vluchten een sine qua non is om toegang te verkrijgen tot het vliegtuig.

Kan de minister mijn fractie uitleggen waarom een negatieve PCR test voor bemanning bestaande uit 6 personen bij een gemiddeld aantal passagiers van zo’n 200 per vlucht een vereiste is. Maar dat dit niet geldt voor leden werkzaam bij een stembureau die met heel veel meer mensen in aanraking komen?

De minister hoeft niet in te gaan op de logistieke kant van het verschaffen van sneltesten bij stemlokalen want die problematiek is mijn fractie bekend. Mijn fractie hoort graag een onderbouwing over de risico’s en veiligheid waardoor deze sneltesten niet noodzakelijk zouden zijn.

De toekomst is door geen van ons allen te voorspellen, iedere week worden nieuwe maatregelen aangekondigd door dit kabinet. Zo is afgelopen zaterdag een avondklok ingegaan waardoor iemand zonder geldige reden zich niet na 21.00 uur buitenhuis mag bevinden. Deze afgekondigde maatregel geldt tot 9 februari a.s.

Theoretisch is het echter niet uitgesloten dat deze termijn verlengd wordt en nog geldt tijdens de stemdagen in maart. Hoe verhoudt zich dit ten aanzien van de in de Kieswet opgenomen openingstijden van de stembureaus van 07.30 ’s ochtends tot 21.00 uur ’s avonds.

Is het denkbaar dat dan de sluitingstijd van 21.00 uur wordt aangepast en zo ja op welk termijn wordt dit gecommuniceerd aan het publiek?

Welke wettelijke maatregelen zijn vereist om mogelijk sluitingstijden aan te passen, zo vraag ik de minister.

In de nota naar aanleiding van het verslag van de Tweede Kamer staat op pagina 9:

‘Overigens adviseerde de Kiesraad niet om het afgeven van briefstemmen in een stemlokaal onmogelijk te maken, maar om te verduidelijken wat moest gebeuren met de in het stemlokaal afgegeven retourenveloppen’. Dat ging over de term ‘terzijde leggen’, die onduidelijk was.

In het wetsvoorstel is na de consultatie daarom verduidelijkt dat deze stemmen niet terzijde worden gelegd, maar apart worden bewaard en aan het einde van de stemming tezamen worden overgedragen door het stembureau aan een briefstembureau.

Hoe verhoudt zich dit met het gestelde in de Memorie van Antwoord van 15 januari onder punt 2.2: “Als er briefstemmen in de stembussen worden aangetroffen worden die stembiljetten niet meegeteld”.

Kan de minister mijn fractie aangeven of de mogelijkheid bestaat dat een 70-plusser abusievelijk zijn briefstem deponeert in de stembus in het stemlokaal omdat hij meent dat hij op deze manier zijn stem rechtsgeldig uitbrengt? Hij stemt dus niet via een stembiljet in het stemhokje.

Indien zo’n mogelijkheid zich voordoet is de vraag van mijn fractie of deze briefstem nu apart wordt bewaard en meetelt conform het advies van de Kiesraad. Of dat deze briefstem helemaal niet meetelt conform het gestelde in de MvA. Wellicht is zo’n situatie uitgesloten omdat iemand niet rechtstreeks naar een stembus kan lopen zonder dat hij wordt tegengehouden door een stembureaulid.

Voor alle duidelijkheid graag een bevestiging van de minister dat een briefstem wel mag worden afgegeven bij een stembureau dat vervolgens zorg draagt voor doorgeleiding aan een briefstembureau zodat de uitgebrachte stem in ieder geval meetelt.

De kans is groot dat voor de betreffende doelgroep het onderscheid tussen de bureaus niet duidelijk is. Ik verwijs naar de website van de rijksoverheid met voorlichting over briefstemmen waarbij gesproken wordt over briefstembureaus zonder specifieke vermelding dat dit andere bureaus zijn dan het stemlokaal. Mogelijke verwarring hierover mag in geen geval leiden tot verlies van stemmen. Graag een toelichting van de minister hoe zij deze verwarring denkt te voorkomen.

Veel vragen over frauduleus handelen die de verkiezingsuitslag zouden kunnen beïnvloeden zijn al gesteld zowel door Tweede Kamerleden als door diverse fracties in dit Huis. De minister heeft hierop reeds uitvoerig geantwoord, mijn fractie lijkt herhaling van zetten op dit moment niet nodig.

Dan de volmachten:

In de memorie van antwoord van 15 januari jl. wordt verwezen naar de evaluatiebrief van 15 december 2020 over de gehouden herindelingsverkiezingen. De evaluatie liet ziet dat het geenszins problematisch was dat een volmachtnemer geen 3 maar slechts 2 volmachtstemmen kon uitbrengen.

Graag hoor ik van de minister of zij hieruit de conclusie trekt dat in de praktijk weinig tot geen behoefte bestaat aan de uitbreiding van 2 naar 3 volmachten. Hoe relateert zij deze uitkomst aan de komende Tweede Kamerverkiezing waarvoor de herindelingsverkiezingen een voorbeeldrol vervulden?

Is de minister het met mijn fractie eens dat uitbreiding van het aantal volmachten kan leiden tot meer beïnvloeding van de volmachtnemer? Bestaat de noodzaak tot uitbreiding van 2 naar 3 volmachten nog steeds? Graag een onderbouwing van de minister op dit punt.

Het mag duidelijk zijn dat mijn fractie voor dit wetsvoorstel zal gaan stemmen, ik zie beantwoording van de gestelde vragen met belangstelling tegemoet.

In geval deze naar tevredenheid zijn beantwoord zal mijn fractie geen behoefte meer hebben aan een tweede termijn.”

Stemverklaring bij het bindend correctief referendum

Voorzitter,

50PLUS heeft de motie van collega Ganzevoort met betrekking tot het vragen om een novelle in verband met verlaging van de in dit wetsvoorstel voorgestelde uitkomstdrempel niet voor niets mee ondertekend.

Het behalen van de uitkomstdrempel is noodzakelijk om bindende rechtskracht te geven aan de uitkomst van een gehouden correctief referendum zodat het aangenomen wetsvoorstel daadwerkelijk vervalt.

De motie is thans door deze Kamer verworpen.

Mijn fractie is deswege gedwongen een keuze te maken tussen twee kwaden;

Accepteren dat het instrument van een bindend correctief referendum gekoppeld is aan een te hoge uitkomstdrempel die in de praktijk qua uitvoering niet het resultaat oplevert waarvoor het bedoeld was

óf

Accepteren dat door tegen dit wetsvoorstel te stemmen, een termijn van 4 jaar verloren gaat voordat zich opnieuw een kans voordoet om een bindend correctief referendum met een lagere uitkomstdrempel te realiseren.

Alles afwegende en in de overtuiging dat 50PLUS samen met andere fracties nadrukkelijk heeft gewezen op deze - in haar ogen omissie in het wetsvoorstel - zal mijn fractie met de nodige dégout voor dit wetsvoorstel stemmen.

© 26 januari 2021